Tip: dineren onder de industriële golfplaten in Amsterdam-Noord

Bedrieglijk eenvoudig, maar van topniveau – wekelijks schotelt Tom Kellerhuis, de schrijvende kok en hoofdredacteur van HP/De Tijd, u een recept voor. Deze week: Baba au rhum.

Foto: Anne Dokter
Foto: Anne Dokter

Amsterdam-Noord was vroeger voor veel Amsterdammers een no-go-area, maar de afgelopen tien jaar zijn de wijken, met name rond het IJ, behoorlijk verhipt en gemoderniseerd. De huizenprijzen van mooie, nieuwe appartementen aan het water rijzen de pan uit, hippe bedrijfjes, kunstgaleries en -beurzen hebben zich er gevestigd, en ook de hoofdstedelijke eigentijdse horeca streek er de afgelopen jaren en masse neer. Dat begon zo’n beetje met Hotel de Goudfazant, Stork en de IJkantine, maar inmiddels zit er veel meer dat een bezoekje met de veerpont vanaf CS naar de overkant rechtvaardigt.

Een week of zes geleden opende pal naast de Goudfazant het restaurant Hangar, de nieuwste hotspot van ex-presentator en voormalig GTST-acteur Tim Immers, die ook een andere bekende zaak in de hoofdstad heeft: het Italiaanse restaurant Bar Moustache. Je moet Hangar wel weten te vinden, het is vanaf de CS-pont is het nog een aardig stukje fietsen en ook de naam prijkt nog niet op de fraai gebouwde loods van grijze, groene en witte golfplaten. Binnen overigens warm, sfeervol en gezellig, maar ook ruig en stoer, met meteen een mooie bar vooraan aan de linkerkant voor een lekkere aperitief. En meteen al gezellig druk, wat je op deze toch wat industriële plek waar je met de auto naartoe moet of zoals gezegd een flink stuk trappen op de fiets niet meteen zou verwachten. Maar ja, ook de Goudfazant was meteen bij opening een hit.

Hangar is veel kleiner, ik schat zo tussen de zeventig en tachtig couverts, en zit op de dinsdagavond dat wij er zijn gewoon vol. Vooral veel jonge mensen tussen de twintig en de veertig, maar ook een paar gezinnen met kleine kinderen. De menukaart (die volgens de website om de zes weken wisselt) is daarentegen redelijk uitgebreid en behoorlijk origineel: met keuze uit maar liefst zeven voorgerechten, acht hoofdgerechten en vijf bijgerechten. Alleen de desertkaart steekt hier een beetje schril bij af: we tellen slechts drie nagerechten. Verder valt op dat er geheel in de eigentijdse trend veel met groente gewerkt wordt, vooral uit het seizoen: puur, gezond en biologisch.

Je zou het brasserie-eten moderne stijl kunnen noemen, alhoewel het me ook een beetje doet denken aan de keuken van de Goudfazant. Niet verrassend dus dat de chef hier uit die keuken komt. Zo treffen we onder meer onder de voorgerechten een venkelsalade met coquilles en lobster, salade van rode biet en geitenkaas, toast porcini met truffel. Allemaal smaakvol en gunstig geprijst: tussen de 6,50 en 13,50 euro.

Onder de hoofdgerechten getrancheerde bavette-steak met gebakken paddestoelen en cavolo nero (Italiaanse boerenkool), lobsterstaart met sriracha-boter (sriracha is een hete Thaise saus onder meer gemaakt van chillipeper), geroosterde kip, langzaam gegaard in een zoete tomaat- en paprikasaus, langzaam gegaard kalfsvlees met kaneel of snoekbaarsfiltet met knolselderijpuree en een lichte bisque. Ook hier zijn de prijzen gunstig te noemen: tussen de 18 en 24,50 euro. Hoewel bovenstaande opsomming anders doet vermoeden, komen ook vegetariërs hier moeiteloos aan hun trekken. Wij eten echter alles en hebben, kan ik zeggen, best lekker gegeten.

Klein puntje van kritiek betreft de dessertkaart. Die is niet alleen zoals gezegd klein, maar ook redelijk zwaar na een toch al copieuze maaltijd: chocoladetaart (overigens heerlijk), geroosterde ananas met vanillemascarpone (het hart was jammer genoeg niet uit de ananas gesneden, en de mascarpone vond ik te zwaar – waarom niet een gewoon bolletje vanille-ijs?) en baba au rhum die we iets te droog vonden, en dus meer naar rum had mogen smaken. Ander punt van kritiek: het duurde wel erg lang tussen de verschillende gerechten door. Dat kan en moet sneller, maar we zullen het voorlopig maar toeschrijven aan de opstartperikelen. Het mocht de pret overigens niet drukken want Hangar is gezellig genoeg om wat langer te blijven hangen.

En om goed het nieuwe jaar in te duiken, hier alvast mijn recept van baba au rhum!

Ambiance: 8 Bediening: 8 Eten: 7 drinken: 7

Baba au rhum (voor tien stuks)

500 g patentbloem, 25 g verste gist (of 8 g gedroogde gist), 25 cl melk, 200 g roomboter plus een beetje om de vormpjes de beboteren, 5 eieren, 40 g suiker, 5 g zout. Voor de siroop: 75 cl water, 1 kg suiker, 25 cl bruine rum. Extra nodig: keukenmachine, 10 babavormpjes, kwastje, schone theedoek, keukenthermometer.

Doe de bloem met het zout in een grote kom. Los de gist op in lauwwarme melk. Voeg eieren en zachte boter toe en kneed het deeg ongeveer vijf minuten goed door. (Dit kun je ook in een keukenmachine doen.) Laat het deeg op een warme plaats afgedekt met een natte theedoek ongeveer dertig minuten rijzen. Beboter de babavormpjes. Kook het water met de suiker tot een siroop, laat afkoelen en voeg de rum pas toe als de siroop tot onder de 50 ˚C is afgekoeld. Roer met een garde door het deeg, en vul de vormpjes. Laat de vormpjes nog één keer zo’n vijf minuten kort rijzen. Verwarm de oven voor op 180 ˚C. Bak de baba’s af in circa 12 minuten. Laat ze wellen in de rumsiroop. Lekker bijvoorbeeld met ijs en zure room.