Een Wellinkje: je krijgt hoe dan ook altijd gelijk

Een grappige bijdrage van Wouter Bos tijdens de columnistenmarathon van de Volkskrant afgelopen weekend – hij kan het dus wel, de voormalige PvdA-leider. Over vijf typische Haagse fenomenen. Het ‘Ivootje’ bijvoorbeeld: een politicus vat een discussie samen waarin iedereen het met elkaar oneens is met de conclusie: “Zo, dat is dus ook weer duidelijk!” Of het Duivesteijntje: lang aan je principes vasthouden in een discussie rondom een belangrijk wetsvoorstel, maar uiteindelijk toch zonder slag of stoot akkoord gaan. En wat te denken van een ‘Brammetje’ – in de topvijf van Bos op één: wanneer bij de zoveelste crisis in de PvdA geen enkele PvdA’er van enige betekenis commentaar wil leveren als journalist bij een oudgediende langsgaan voor een pittige quote.

Ik zou daar uit de financieel-economische wereld graag een fenomeen aan toevoegen: het ‘Wellinkje’. Met dank aan Nout Wellink, van 1997 tot 2011 president van De Nederlandsche Bank en inmiddels commissaris bij de Bank of China.

Afgelopen weekend deed hij het weer, voor de camera’s van de NOS. De effectenbeurzen waren de eerste week van het jaar volledig in de ban van China. De koersen daalden fors, ingegeven door tegenvallende berichten over de economie – aanhoudende dalingen van de indices voor inkoopmanagers, de depreciatie van de renminbi, de Chinese munteenheid, en de overcapaciteit en de zwakke vraag.

Beleggers houden hun hart vast of de op een na grootste economie ter wereld de officiële groeiprognose van de Chinese centrale bank (6,8 procent) voor 2016 wel kan waarmaken. Zij verkochten massaal aandelen, waardoor de CSI, de Chinese beursindex zo kelderde dat de toezichthouder, om een verdere val te voorkomen, de handelssessies twee dagen binnen een week voortijdig beëindigde. Beurzen elders in de wereld raakten geïnfecteerd. De Amsterdamse effectenbeurs beleefde met een verlies van 7 procent zijn slechtste eerste beursweek ooit.

Much ado about nothing, suste Wellink. De paniek over China op de Europese beurzen was volgens de voormalig DNB-president een beetje overdreven. “Er gebeurde welbeschouwd niet zo vreselijk veel”, aldus Wellink tegen de NOS.

Volgens de voormalige centrale bankier is er iets anders aan de hand. De paniek over China weerspiegelt eerder de onrust die sowieso al leeft onder Europese beleggers: zorgen om een vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, onrust in het Midden-Oosten en het beleid van de Amerikaanse centrale bank. “Al die dingen projecteren we op de Chinezen.”

Wellink erkent dat er risico’s kleven aan de veranderingen in de Chinese economie. Maar voor onrust is er geen aanleiding. “Misschien zien we volgend jaar geen economische groei van 7 procent, maar van 6,9 procent, of 6,8 procent.” Veel andere economen en analisten denken daar anders over. Het IMF voorspelt een groei van 6,3 procent. Willem Buiter, hoofdeconoom van Citibank, denkt eerder aan 4 procent dan aan een getal in de buurt van 7 procent.

Maar Wellink weet beter. “Als de Chinese overheid zegt dat het dichtbij zeven wordt, dan doen ze dat ook”, benadrukte hij een paar maanden geleden in Het Financieele Dagblad.

Begin 2007, voor aanvang van de crisis, die begon met de stijgende rente en dalende huizenprijzen in de Verenigde Staten, waardoor veel Amerikaanse huizenbezitters hun hypotheek niet meer konden betalen en wereldwijd tal van banken in de problemen kwamen omdat zij massaal in deze zogenoemde rommelhypotheken bleken te hebben geïnvesteerd, was Wellink ook optimistisch. Omdat deze subprime-hypotheken en veel andere financiële producten niet meer alleen in handen waren van banken, konden deze hun risico’s veel beter managen, verkondigde hij.

De werkelijkheid was net iets anders. Centrale bankiers, ja zelfs de ceo’s van banken die de ingewikkelde producten op de markt hadden gebracht, wisten niet in welke mate deze waren herverpakt in andere financiële innovatieve instrumenten en waar die producten allemaal waren geland.

Toen de crisis in 2009 in alle hevigheid losbarstte en de toezichthouders wereldwijd overal onder vuur kwamen te liggen, verkondigde Wellink ineens een ander geluid. Al in april 2007, tijdens een bijeenkomst met het Bazelse comité van de bankentoezichthouders in Noordwijk, had hij aan een Amerikaanse collega gevraagd of het niet riskant was wat in de subprime-markt aan het gebeuren was. Maar zijn gesprekspartner had gedacht dacht het zo’n vaart niet zou lopen. Wellink had er zelfs al eens over gediscussieerd met Alan Greenspan, toen voorzitter van de Fed, de Amerikaanse centrale bank.

Weer twee jaar later, voor de parlementaire enquêtecommissie, hoorden we weer een ander geluid. Niemand had de kredietcrisis van eind 2008 zien aankomen. “De Nederlandsche Bank, maar ook de Nederlandse overheid heeft de systeemcrisis niet gezien. Niemand behalve wat onheilsprofeten,” aldus Wellink.

Een mea culpa? Niet bepaald. Want de toezichthouders – lees: DNB en haar president – trof geen blaam . Wij – u en ik – hadden het gedaan. De maatschappij overschatte de rol van de toezichthouders, er was sprake van veel te hoge verwachtingen. “Toezichthouders hebben onvoldoende mankracht om het complexe financiële stelsel bij te houden en te controleren. (-) Je kan simpelweg niet voor elk muizengat een poes zetten.”

Een ‘Wellinkje’ doen: je krijgt altijd gelijk, ook wanneer de feiten anders uitwijzen en je geen gelijk hebt.