Vandaag hadden we haast de vernieling van De Nachtwacht herdacht

‘Hedenmiddag heeft een bezoeker in het Rijksmuseum, onverhoeds een mes trekkende, letterlijk een aanval gedaan op de Nachtwacht, met het kennelijk doel groote sneden te geven in het doek.’

Vandaag had het zomaar eens 105 jaar geleden kunnen zijn dat de parel in onze nationale schatkist onherstelbaar verpest werd. Op 13 januari 1911 schrijft Het nieuws van den dag: kleine courant: ‘De suppoost W. G. Dijks had den man, die overigens door niets bijzonders de aandacht trok, in het oog gehouden. Hij zag hoe de man plotseling over, het koord stapte dat voor het stuk in een slappe bocht is gespannen; hoe hij toen mot een mes snel eenige bewegingen maakte over het midden en aan den benedenkant van het schilderij.’

Een spannende weerslag van die bewuste dag volgt: ‘De suppoost snelde op den man toe. Deze draaide zich om en bedreigde Dijks met het mes, maar de suppoost pakte hem beet en op zijn geroep kwamen nog twee andere suppoosten aanloopen, waarna de man aan de politie kon worden overgeleverd en naar het bureau op het Leidscheplein overgebracht.’

De cultuurbarbaar bleek een voormalig zeeman te zijn, destijds 28 jaar en zwervende. De man zou hebben gezegd dat hij was afgekeurd voor de zeedienst ‘en hij bekende daarover zoon wrok te hebben dat hij zich nu wilde wreken op het Rijk!’. Met een uitroepteken nog wel.

De Nachtwacht van Rembrandt van Rijn liep echter wel schade op door het schoenmakersmes, ontdekt de lezer later in het nieuwsbericht. (Cruciale details werden indertijd nog weleens voor het laatst bewaard.) ‘Een smalle witte streep liep ter hoogte van de knieën van de hoofdfiguur, Banning Corq, boogsgewijs, van de rechter naar de linkerknie. Over de borst van dezelfde figuur liep een tamelijk breede veeg en eveneens, een derde over de borst van Ruytenburg, den luitenant in het goudgele wambuis. De beide laatste strepen deden het meest denken aaa vegen met een breed, ongepunt stuk krijt. Bij onderzoek, ook met een loupe, bleek duidelijk dat het mes alleen geschramd had over de opperste vernislaag. De daaronder liggende verf was niet geraakt, zelfs niet ter plaatse – van de eerstbedoelde streep en van een werkelijke insnijding is dus ook volstrekt geen sprake.’

Van de aanslag zal de museumbezoeker vandaag de dag niets meer zien. Echter, op 14 september 1975 herhaalde de geschiedenis zich. De Nachtwacht raakte toen – hetzij herstelbaar – wél beschadigd.