Hardlopen is leuk, en wel hierom

Wat is er nou zo leuk aan hardlopen? Die vraag wordt me regelmatig gesteld sinds ik weer wat fanatieker ben gaan rennen. Het is toch saai, eentonig, geen sport die je voor de gezelligheid doet? Niet-hardlopers snappen vaak niet waarom je er uren aan zou besteden.

“The runner does not run because he is too slight for football or hasn’t the ability to put a ball through a hoop or can’t hit a curve ball. He runs because he has to. Because in being a runner, in moving through pain and fatigue and suffering, in imposing stress upon stress, in eliminating all but the neccessities in life, he is fulfilling himself and becoming the person he is.”

Dat schrijft Dr. George Sheehan in zijn boek Running & Being. Natuurlijk, hardlopen is gezond, goed voor je conditie, een relatief goedkope manier om te sporten. Maar veel hardlopers, zoals ik, hebben het ook gewoon nodig om af en toe even een rondje te rennen. Waarom?

Strijd
Omdat hardlopen dus een strijd is, zoals Sheehan het omschrijft, een strijd met jezelf vooral. “Heb je gewonnen?”, werd me laatst gevraagd na een hardloopwedstrijd in Rotterdam, waar ik eindigde als 2504de. Ja, ik had gewonnen, van mijn grootste concurrent: mijn vijf jaar jongere ik. Ik liep namelijk vier minuten van mijn pr op de 15 kilometer af. Een heerlijk gevoel. Je langste afstand verbeteren of ‘simpelweg’ een moeilijke wedstrijd uitlopen, kan overigens net zo bevredigend zijn.

Hardlopen is leuk omdat het je een gevoel van vrijheid geeft. Rennen kan overal en op ieder tijdstip. Mijn hardloopschoenen zijn bijvoorbeeld het eerste wat ik inpak als ik op vakantie ga. Want op zo’n nieuwe plek, waar je niemand kent, de weg niet weet en de taal misschien niet eens spreekt, kan je toch iets vertrouwds doen: een rondje rennen. Niemand die je tegenhoudt. Hooguit wat mensen die je uitlachen als het hardlopen er wat minder ingeburgerd is dan in Nederland.

Momentje van rust
En hardlopen betekent een moment voor jezelf, een moment om – gek genoeg – tot rust te komen. Over dingen na te denken. Ik loop eigenlijk nooit met mensen samen. Dan heb ik namelijk het gevoel dat ik moet praten. Ook leuk, maar als ik met mensen had willen praten, was ik wel ergens in een kroeg gaan zitten. Die twee hobby’s laat ik liever niet in elkaar overvloeien. Het lekkere aan rennen is juist dat je even helemaal niemand om je heen hebt, niks hoeft, niks moet. Of zoals Kristin Armstrong het omschrijft in haar boek Mile Markers:

“The point is that to me, running offers a respite, a zone free from the conflicting, competitive, disheartening, punitive, and sabotaging behavior that brings us all down.”

Een moment zonder de grote, boze buitenwereld dus. En zeg nou eerlijk, dat wil iedereen toch wel eens?