Niet iedere boze eigenaar komt uit China

Er broeit iets tussen de vriendin en mij sinds ze mijn eigenaar geworden is.
De eerlijkheid gebiedt me te bekennen dat ik nooit werkelijk belang heb gesteld in het runnen van een winkeltje. Zelfs niet als die winkel mijn eigen naam draagt en het winkelpand uit niets anders dan mijn eigen leven bestaat. En hoe gaat dat, met slordige middenstanders? Eerst blijven de incidentele klanten weg, dan de vaste en uiteindelijk scan je alleen nog de bonuskaarten van de kakkerlakken en de ratten die op de versafdeling wonen.

98 procent
Afgelopen zomer, ongeveer rond de tijd dat mijn winkeltje financieel gezien wat ongunstig in aanraking kwam met de budgetten van andere winkeltjes, bedachten we een constructie die bedrieglijk eenvoudig klonk: het aandelenpakket van Frank Heinen, bestaande uit honderd procent boterzachte, min of meer beursgenoteerde boutjes en moertjes uit het leven van ondergetekende, ging voor 98 procent naar haar. Achteraf zeg je: nooit doen, wie gaat er nou in zee met een aandeelhouder die van sportcolumns nog minder kaas gegeten heeft dan Carla Bruni en Irene Moors samen?
Ja, achteraf is het mooi wonen, zou Tom Dumoulin zeggen.
Bij ADO Den Haag, waar we de hele constructie van afgekeken hadden, waren ze nu eigendom van een Chinese handelaar in tweedehands eetstokjes (of iets dergelijks) en kijk eens hoe ze daarmee in hun nopjes waren! Ze waren nauwelijks een halfjaar verder en ze wilden niet anders meer. De meneer uit China maakte winst, de meneren in Den Haag maakten winst en de raketgeleerden op de tribune waren zo uitzinnig dat ze af en toe uit het niets dankbare oeoeoe’s loslieten.
Er verschenen geen dollartekens in de ogen van de vriendin, maar die ogen transformeerden voor de mijne wel heel even in twee glanzende twee-euromuntstukken. ‘Greed is good,’ monkelde Michael Douglas ooit, ‘maar maak het niet te crazy.’

De vriendin, zo werd ze in het contract genoemd, betaalde voor dat pakketje topaandelen een appel en een ei en kreeg zo min of meer alles over mij te zeggen – over 98 procent van mij tenminste, want ik ben Gekke Gerritje niet. Waarom ze me nu precies overnam van mezelf, en welke goudader zij in mijn al jaren geleden uitgeputte mijnschachten nog dacht aan te boren; daarover kan ik niet in detail treden, dat zijn dingen tussen mijn eigenaar en de vriendin. Maar ik moet zeggen: het plaatje zag er mooi uit. Mooier in elk geval dan eerst, toen ik nog baas in eigen buik was.
Toen was er niet eens een plaatje.
De vriendin had grootse plannen: er kwam een schrijfkamer op het zuiden, eentje op het noorden en een entresolletje met bureau op het midden, ik kon alle boeken die ik voor mijn eindeloze columnresearch nodig dacht te hebben op haar kosten laten overvliegen, zwembad in de achtertuin (voor de exictement, zei ze – ik weet niet wat ze bedoelde), ik kon masterclasses krijgen en ze ging mijn werk in Amerika uitgeven.
‘We hebben geen achtertuin,’ zei ik.
‘Eerst een achtertuin, en dan HOP een zwembad erin,’ antwoordde de eigenaar van Frank Heinen. ‘Dat lijken investeringen, maar dat betaalt zich vroeg of laat allemaal terug.’
‘Vroeg of laat?,’ vroeg ik.
‘Dat hangt af van wanneer je begint te tellen,’ zei ze afgemeten.
Je kunt je afvragen waarom je als sportcolumnist je hele hebben en houwen (talent, werkkracht, ziel, lijf, leden, oude Paniniplaatjesverzamelingen) aan de vriendin zou verpatsen. Ik hoor die geluiden in mijn omgeving wel vaker. Mensen vinden dat ik niet meer dezelfde ben, dat de gezelligheid die mij vroeger zo kenmerkte is vervangen door een sfeer die zelfs Mark Rutte het lachen zou doen vergaan.
Dat ik een columnist van het volk was en nu, ja, van niemand meer.
Ja maar, zeg ik dan, ik ben er financieel wel enorm op vooruit gegaan.
(Dat is slechts ten dele waar. Nou ja: het is voor een klein deel waar. Nou ja: nee, dat is niet waar. De vriendin heeft vooralsnog aan geen enkele van haar betalingstermijnen voldaan).
Wie is die vriendin eigenlijk, vragen mijn fans. Wat wil ze met je?
Grote plannen. Expansie. Book deals overzee. Heinen-merchandise. Paraplu’s met mijn hoofd erop. Dat soort dingen noem ik dan.
Wat het ingewikkeld maakt, is dat de vriendin mijzelf twee weken geleden heeft aangesteld als directeur a.i. bij Frank Heinen. Omdat, zo zei ze, jij het best weet wat er het beste speelt. Daarmee ben ik zelf mede verantwoordelijk voor mijn eigen leven, dat tegelijk slechts voor ongeveer anderhalve teen en een navel van mij is.

Ovb
Sinds kort is er nu ook sprake van een vriend van de vriendin. Die komt een tijdje stage bij ons lopen. Geruchten dat die vriend op den duur mijn columns gaat schrijven, ontken ik, de evenals dat de vriendin in werkelijkheid geen cent te makken zou hebben en mij in werkelijkheid helemaal niet heeft overgenomen, maar met een dikke portemonnee aan een touwtje in de struiken zat en kalm heeft gewacht tot ik hapte om de beurs naar zich terug te trekken.
Nadat de vriendin eerst de hele tijd onbereikbaar was, heeft zij nu in een interview in het Stadsblad laten doorschemeren dat het een optie is om mij mijn eigen laan uit te sturen. Een andere mogelijkheid is dat zij zichzelf vervang door een andere vriendin, wat ik voor het gemak maar als dreigement heb opgevat.
Plannen van prominenten uit de columnistenwereld om mij van haar terug te kopen worden steeds concreter. Vooralsnog ben ikzelf de enige prominent, maar de rest zal snel volgen.
Tot die tijd zijn al mijn stukjes onder voorbehoud.