Voorlopig blijven kinderen kobalt winnen voor uw iPhone

Grondstoffen leveren voor elektrische auto’s en smartphones. Het zou een bron van welvaart moeten zijn voor de Congolese mijnwerkers. In werkelijkheid blijkt het een slopend bestaan te zijn dat zich kenmerkt door doffe ellende en armoede.

Vooral kinderen zijn in toenemende mate het slachtoffer en riskeren hun leven en gezondheid voor de winsten van multinationals. Grote elektronicamerken als Apple, Samsung en Sony, maar ook autofabrikanten als Volkswagen en Daimler controleren onvoldoende of het kobalt in hun producten niet werd gedolven door kinderen.

Meer dan 50 procent van de wereldwijd gedolven kobalt is afkomstig uit de Democratische Republiek Congo. Daarvan wordt circa 20 procent met de hand in mijnen uitgegraven onder ongezonde en levensgevaarlijke omstandigheden. Mijnwerkers maken er lange dagen zonder te beschikken over een goede uitrusting – beschermende kleding zoals handschoenen, werkkleding en maskers ontbreken – waardoor de mijnwerkers bloot staan aan long- en huidziekten.

Onder die mijnwerkers bevinden zich ook veel kinderen, zo blijkt uit een rapport van Amnesty International. Volgens Amnesty, dat ter plekke in gesprek ging met de jonge mijnwerkers gaven de kinderen aan dat ze tot twaalf uur per dag in de mijnen werken en moeten sjouwen met zware ladingen. Het lange werk onder de grond maakt ze ziek. Sommigen verblijven soms wel 24 uur in tunnels. Ze verdienen daarmee één tot twee dollar per dag.

Volgens de VN-kinderrechtenorganisatie Unicef werkten in 2014 ongeveer veertigduizend kinderen in mijnen in het zuiden van de Democratische Republiek Congo, veel van hen in kobaltmijnen. In 2014 en 2015 kwamen in datzelfde zuiden van Congo minstens tachtig mijnwerkers om het leven. ‘Het echte dodencijfer is onbekend en ligt vrijwel zeker veel hoger’, stelt Amnesty ‘omdat veel ongevallen niet worden gemeld en dode lichamen in het steenpuin van de groeven achterblijven’.

Droomwereld
Daarmee steekt de harde realiteit, waarin kinderen verkeren die dagelijks sjouwen met zakken vol stenen en van de mijnwerkers die in smalle, uitgekapte tunnels permanente longschade dreigen op te lopen, schril af met de door reclame en marketing omgeven droomwereld die de consument in elektronicawinkels ervaart.

Volgens Amnesty is het dan ook hoog tijd dat ‘de grote merken verantwoordelijkheid nemen voor het delven van de grondstoffen voor hun winstgevende producten’. Amnesty heeft voor dit doel de complete handelsketen van kobalt in kaart gebracht. Eerst kopen handelaren kobalt rechtstreeks van de mijnwerkers, ook daar waar kinderarbeid wijdverbreid is. De grondstof wordt dan doorverkocht aan bedrijven die het kobalt bewerken. Velen daarvan zijn in handen van of dochterondernemingen van grote Chinese mijnbouwbedrijven. Na de bewerking wordt het kobalt verscheept naar de producenten van batterijen die hun product weer leveren aan technologiefirma’s en autoproducenten.

Voor Amnesty is het onbegrijpelijk dat bedrijven als Apple, Microsoft, Samsung, Sony, Daimler en Volkswagen enerzijds honderden miljarden dollar winst maken, maar anderzijds beweren niet na te kunnen gaan waar de grondstoffen voor hun productie vandaan komen. De mensenrechtenorganisatie roept multinationals die batterijen met kobalt gebruiken in hun producten op om na te gaan of de mensenrechten worden nageleefd.

Bevoorradingsketens

Daarbij is het allereerst van belang vast te stellen dat het kobalt niet wordt gewonnen onder gevaarlijke omstandigheden of met behulp van kinderarbeid. Amnesty pleit voor meer transparantie omtrent toeleveranciers. Aan de Chinese overheid wordt geadviseerd aan Chinese grondstoffenbedrijven verplicht te stellen dat ze mensenrechtenschendingen aanpakken en eerst eens hun bevoorradingsketens onder de loep nemen.

‘De mijnbouw is een van de ergste vormen van kinderarbeid’, stelt Amnesty, ‘vanwege de grote gezondheids- en veiligheidsrisico’s. Juist multinationals moeten niet proberen hiervan te profiteren, maar hun macht en invloed aanwenden om dat te veranderen’.