Wat onze notering in de corruptie top-5 buiten beschouwing laat

Nederland is één van de minst corrupte landen ter wereld. Dat blijkt uit de nieuwe corruptie-index  van Transparency International. Maar Nederlandse bedrijven blijken zich in het buitenland nogal eens schuldig te maken aan corruptie om zakelijke belangen veilig te stellen.

Bij het opmaken van de jaarlijkse index van Transparency International wordt gekeken naar corruptie in de openbare sector. Deskundigen bekijken bijvoorbeeld of er sprake is van persvrijheid en in hoeverre omkoping door regeringsleiders wordt bestraft. In de index, die 168 landen met elkaar vergelijkt, komen Noord-Korea en Somalië als slechtste uit de bus. Binnen de EU zijn dat Bulgarije en Roemenië. De grote daler op de lijst is Brazilië. Dat komt vooral door het smeergeldschandaal rond staatsoliebedrijf Petrobas, waarbij de top van het bedrijfsleven en toppolitici onterecht miljarden hebben verdiend.

De top van de lijst, de minst corrupte landen dus, wordt gevormd door Denemarken (minst corrupt), Finland, Zweden en Nieuw-Zeeland. Nederland en Noorwegen staan op een gedeelde vijfde plaats. Maar terwijl Noord-Europa de thuisbasis is voor vier van de top-vijflanden uit de corruptie-index – waarvan de publieke sector dus zo goed als vrij is van corruptie – blijkt dat diezelfde landen er overzee heel andere normen op nahouden.

Zo staat Zweden bijvoorbeeld op de derde plaats in de index, maar het Zweeds-Finse bedrijf TeliaSonera – dat voor 37 procent in handen is van de Zweedse staat – wordt beschuldigd van het betalen van miljoenen dollars aan steekpenningen in Oezbekistan, de nummer 153 van de lijst. En Zweden is daarmee niet het enige land. Volgens Transparency International schendt de helft van alle OESO-landen hun internationale verplichtingen om hard op te treden tegen omkoping door hun bedrijven in het buitenland.

En dat zou ook voor Nederland het geval zijn, ondanks het ondertekenen van de OESO anti-omkopingsconventie in 1997. Nederland voldoet slechts incidenteel aan zijn verplichting om bedrijven en particulieren te vervolgen die zich schuldig hebben gemaakt aan buitenlandse omkoping. Volgens Transparency International een grote tekortkoming, omdat de conventie een belangrijk instrument is in het terugdringen van corruptie over de gehele wereld. “De 41 landen die de conventie hebben ondertekend zijn samen goed voor ongeveer tweederde van de wereldwijde export en bijna 90 procent van de totale wereldwijde buitenlandse investeringen,” aldus Transparency International.

Zo zou bijvoorbeeld het scheepsbouwbedrijf Koninklijke Schelde in 2013 twee Chileense militairen hebben omgekocht om de aankoop van vier Nederlandse fregatten door de Chileense marine mogelijk te maken. Hoewel de officieren in kwestie zijn veroordeeld voor het aannemen van steekpenningen en het witwassen van geld, is er voor zover bekend geen onderzoek gedaan door de autoriteiten in Nederland. In datzelfde jaar onderzocht de Ierse Ombudsman de beschuldigingen dat Shell de Gardai in County Mayo voorzien zou hebben van alcohol, prijskaartje: 35.000 euro. Ook zou Shell geschenken hebben uitgedeeld. Net als in het geval van de fregatten is ook hier – voor zover bekend – geen onderzoek naar gedaan door Nederlandse autoriteiten.

In Mauritius werd Koninklijke Boskalis beboet vanwege betalingen aan een overheidsfunctionaris voor een project dat in 2006 werd toegekend aan de onderneming. Naar aanleiding van een onderzoek door de Poolse autoriteiten in verband met de omkoping van ziekenhuisdirecteuren in Polen door of namens Philips Medical Systems in de periode 2000-2007, werden in 2013 de directeur van Philips Medical Systems in Polen en een directeur van een ziekenhuis door de Poolse rechter schuldig bevonden aan corruptie. Het Nederlandse Openbaar Ministerie verklaarde geen onderzoek te doen naar Philips Medical Systems.

Onvoldoende
Begin 2014 werd bekend dat ICT-bedrijf Fritz & Macziol, een Zwitserse dochteronderneming van de Nederlandse technische dienstverlener Imtech, beschuldigd van het omkopen van een Zwitserse ambtenaar. Het Zwitserse Openbaar Ministerie onderzocht deze zaak, net als Imtech, dat een eigen, intern onderzoek begon. Op basis van de beschikbare informatie is niet bekend dat het Nederlandse Openbaar Ministerie formeel al een standpunt heeft ingenomen met betrekking tot deze zaak.

In 2013 wees de EU in een verslag van corruptiebestrijding op het feit dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat Nederland adequate maatregelen heeft genomen om buitenlandse omkoping aan te pakken. Een commissie van de EU gaf de aanbeveling dat Nederland ‘meer inspanningen richt op de vervolging van gevallen van corruptie bij internationale handelstransacties, door het vergroten van de capaciteit om proactief buitenlandse omkoping te onderzoeken’. Aanvullende suggesties van de EU uit 2014 zijn het introduceren van bescherming voor klokkenluiders uit de private en publieke sector tegen discriminatie en disciplinaire maatregelen.

Daarnaast rept de EU ook van het vergroten van het bewustzijn omtrent de verplichting buitenlandse omkoping te vervolgen en het toepassen van wetten die Nederlandse postbusbedrijven aansprakelijk stellen voor hun activiteiten in het buitenland.