Srebrenica-commandant Naser Orić: sheriff of beest?

Door de ene bevolkingsgroep wordt Naser Orić gezien als een beschermheer, een ‘sheriff’ die de bevolking van de Srebrenica-enclave beschermde tegen de Servische agressor. Maar onder de Bosnische Serviërs in de regio is hij bekend als ‘het Beest Orić’. Een nieuw proces tegen de voormalige commandant begint in de Bosnische hoofdstad Sarajevo, tot groot ongenoegen van zij die hem nog steeds als een held zien.

Op een veroordeling in 2006 (twee jaar door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag) na ontsprong hij tot nu toe telkens de dans. In dat jaar werd Orić veroordeeld wegens het niet voorkomen van marteling en moord op een aantal Servische burgers, in het jaar 1993. Andere, veel serieuzere aanklachten leidden tot vrijspraak. Zoals zoveel sleutelfiguren uit de oorlogen in het voormalig Joegoslavië, heeft ook Orić meerdere gezichten.

‘Het Beest Orić’
De vrijspraak en korte gevangenisstraf leidde tot veel ongenoegen onder de Serviërs, en versterkte het gevoel dat het tribunaal partijdig is ten gunste van de Bosnische moslims nog eens extra. Onder hen staat Orić bekend als een moordlustig monster, een beest dat met zijn mannen vanuit de Srebrenica-enclave plundertochten door Servische dorpen ondernam en daarbij ook burgers afslachtte.

Bovendien had Orić de gewoonte om zijn plundertochten op film vast te leggen. Berucht is de slachting in het Servische dorpje Kravica tijdens het orthodoxe kerstfeest op 7 januari 1993. Bij deze aanval lieten 49 Serviërs, zowel militairen als burgers, het leven. Maar ook bij de Bosnische moslims, zijn eigen volk, zette Orić kwaad bloed. In de enclave deden hardnekkige geruchten de ronde dat Orić en de zijnen er een luxueuze levensstijl op na hielden, terwijl de rest van Srebrenica verhongerde. De commandant zou dit leventje bekostigen door de illegale verkoop van hulpgoederen en benzine aan de zwarte markt.

De brute strooptochten vanuit de enclave zorgden er bovendien voor dat de precaire relatie met de Nederlandse Dutchbatters enorm onder druk kwam te staan. De Bosnische Serviërs, onder leiding van generaal Ratko Mladić zagen Orić’s plunderingen als directe provocaties. Officieel was Srebrenica een safe zone, en zou er vanuit de enclave dus geen gewapend verzet plaats mogen vinden.

‘De sheriff van Srebrenica’
Maar de enorme Bosniër (hij was voor de oorlog korte tijd bodyguard van de Servische president Slobodan Milošević) hield zelf altijd vol dat hij slechts deed wat hij moest doen om zijn mensen te beschermen en te voeden. En dat maakte hem ook geliefd. In het bergachtige oosten van Bosnië deed hij zijn strooptochten dikwijls te paard, en dat leverde hem de bijnaam ‘de sheriff van Srebrenica’ op.

Terwijl zijn Servische aartsvijanden, generaal Mladić en president Karadžić, na de oorlog onderdoken, leek Orić lange tijd een vrij leventje te leiden. Zo runde hij een sportschool in Tuzla. Af en toe kwam zijn naam bovendrijven, in 2008 werd hij nog door de Bosnische autoriteiten opgepakt wegens afpersing en verboden wapenbezit.

Afgelopen zomer werd de inmiddels 48-jarige voormalige commandant in Zwitserland opgepakt, en zowel Servië als Bosnië vroegen de Zwitsers om uitlevering. Uiteindelijk kreeg Bosnië-Herzegovina zijn staatsburger terug en staat de sheriff daar momenteel terecht voor het schenden van het verdrag van Genève, marteling en het persoonlijk ombrengen van drie Servische gevangenen. Dat Orić oorlogsmisdaden pleegde staat wel vast. De vraag is nu in hoeverre hij een eerlijk proces krijgt. Zal men hem berechten als sheriff of beest?