Interview Jacques de Leeuw: ‘Diep in mijn hart ben ik nog steeds die krantenjongen van toen’

Oprichter en baas van uitgeverij Audax Jacques de Leeuw (1933) viert dat hij zestig jaar ondernemer is. De Leeuw, die nog steeds aan het hoofd staat van ‘zijn levenswerk’ Audax, blikt met HP/De Tijd terug op zijn spartaanse jeugd, zijn zestigjarig ondernemerschap en zijn visie op de toekomst. ‘Volgend jaar wil ik mijn opvolger hebben gevonden.’

Op de kop af zestig jaar geleden begon u uw eerste onderneming: sportschool Samson in Tilburg. Hoe kwam een jongen van 22 aan een eigen sportschool?
“Enkele jaren voordat ik in dienst ging, begin jaren vijftig was dat, had ik een clubje van ongeveer acht personen waarmee ik thuis en in de open lucht krachtsportoefeningen deed. Ook tijdens mij diensttijd – ik heb twee jaar bij de luchtmacht gezeten – bleef ik die oefeningen voortzetten. Aan het eind van die periode heb ik aan de toenmalige clubleden voorgesteld om niet bij mij thuis, maar in een cafézaaltje de trainingen voort te zetten. Dat mondde uiteindelijk uit in mijn eigen sportschool aan de Noordstraat in Tilburg.”

Hoe werd in uw omgeving gekeken naar die sportschool?
“Aanvankelijk zeer verwonderd. Het was een van de eerste sportscholen in Nederland, mensen kenden het niet. Maar later, toen de kleine sportschool steeds drukker werd bezocht, merkte ik dat de mensen de nieuwe sportschool wel waardeerden.”

U kwam destijds met een nieuw concept, maar tegenwoordig zijn er talloze jongvolwassenen met een vernieuwende eigen onderneming, een start-up. Hoe kijkt u naar deze tendens?
“Jong ondernemerschap moet naar mijn mening in dit land zoveel mogelijk gestimuleerd worden. Ik verwacht dan ook dat de regering er alles aan zal doen om jonge ondernemers op alle mogelijke manieren te ondersteunen.”

Wat vindt u bijvoorbeeld van Blendle, ‘de iTunes voor journalistiek’?
“Blendle boort een nieuwe markt aan door losse artikelen tegen betaling aan te bieden. Dat is een mooi, aanvullend initiatief.”

Vindt u het, naarmate u ouder wordt, lastiger om mee te gaan met dergelijke vernieuwingen binnen het medialandschap?
“Nee. Ik denk juist dat ik met mijn zestigjarige ervaring en vakkennis een streepje voor heb op anderen. Concurrerende uitgevers van opiniebladen die mijn visie hebben bekritiseerd – bijvoorbeeld bij het besluit om HP/De Tijd van een weekblad om te vormen naar een maandblad – hebben nu door hun besluit om dezelfde koers te volgen erkend dat ik drie jaar geleden nog zo verkeerd niet zat met mijn opvattingen.”

Terug naar het begin. Het cliché: ‘Van krantenjongen tot miljonair’ is op u letterlijk van toepassing. Zit er nog steeds een krantenjongen
in u?
“Diep in mijn hart ben ik nog steeds die krantenjongen van toen.”

Wanneer komt die tevoorschijn?

“Ik ben voortdurend bezig met voorbereidingen te treffen om naast de printeditie van HP/De Tijd ook een digitale editie te realiseren die mogelijkheden biedt om onze redactionele inhoud op een snelle wijze naar onze lezers te brengen. Net als vroeger, als jongen met de fiets.”

Als die jongen uit Tilburg dagelijks ’s nachts zeventig kilometer heen en weer naar Turnhout fietste om Het Laatste Nieuws op te halen, waar mijmerde hij dan over? Een carrière in de sport of in het distributiebedrijf van zijn vader?
“Over allebei eigenlijk. Ik had toen nog geen idee welke kant ik later op zou willen gaan.”

Wat is uw sterkste herinnering aan deze tijd?
“Ik heb er zoveel. Maar wat mij zeer helder voor de geest staat, is dat er ooit een nacht was waarin meer dan dertig centimeter sneeuw was gevallen. En ik moest dus op de fiets zeventig kilometer heen en weer naar Turnhout om de kranten op te halen. Het was zo guur en koud dat zelfs de douane niet naar buiten kwam om de slagboom open te maken. Op de terugweg ben ik in het spoor dat ik op de heenweg had achtergelaten naar huis gefietst. Geen auto, geen sterveling te bekennen.”

Leest u zelf eigenlijk veel?
“Ik beoordeel boeken voor onze uitgeverij, maar het zijn vooral de nieuwsontwikkelingen voor de toekomst die mij interesseren.”

Over de relatie – of beter gezegd: de titanenstrijd – tussen u en uw vader is veel geschreven, onder meer in het boek Het leven is een carrousel. Welk gevoel beklijft wanneer u denkt aan uw vader?
“Ik lijk in veel opzichten op mijn vader. We hebben en hadden allebei een tomeloze energie, constant nieuwe ideeën over het ondernemerschap en waren en zijn bezig met het doorgeven van onze marktkennis. Ook het enthousiasme voor de wielersport heb ik van hem. Wel ben ik voorzichtiger geweest in het ondernemerschap dan hij was. Van de momenten waarop hij als ondernemer een uitglijder heeft gemaakt, heb ik veel geleerd. Hij heeft in zijn carrière veel tegenslag gehad, maar is er altijd weer bovenop gekomen. Dat bewonder ik heel sterk in hem.”

Hoe zou u hem omschrijven?
“Mijn vader heeft me in alle fasen van mijn leven opgeleid tot de man die ik nu ben. Je zou hem kunnen omschrijven als een professor die goed weet hoe alles werkt, maar het in de praktijk zelf moeilijk kan uitvoeren.”

Wat is de belangrijkste les die u van hem heeft geleerd?
“Mijn vader vergeleek alles altijd met polsstokhoogspringen: spring alleen als je zeker bent dat je de overkant haalt en op beide benen landt. En mocht je dan toch eens verkeerd springen, zorg dan dat je de klap op kunt vangen. Van fouten leer je veel. Fouten maken geeft je ook de kracht om opnieuw te beginnen.”

U nam vijf keer afscheid, maar kwam ook vijf keer terug als directeur van Audax – de laatste keer in 2015. Waarom vindt u het zo moeilijk om uw bedrijf, uw levenswerk zoals u het zelf noemt, uit handen te geven?
“Het is moeilijk iemand te vinden die alle takken binnen ons bedrijf kan beheren. Maar ik vind het helemaal niet moeilijk om werk c.q. verantwoordelijkheid uit handen te geven. Maar als blijkt dat ze de kwaliteit en de financiën van Audax niet goed kunnen beheren, dan grijp ik in. Zodra ik de operatie weer heb hersteld, probeer ik een opvolger te vinden.”

Volgend jaar wilt u een opvolger hebben gevonden. Wat moet er voor die tijd nog gebeuren?
“Wij zien onze logistiek als belangrijkste groeimarkt. Niet alleen in transport van pakjes, maar ook via onze volledige digitale E-commerce-systemen – leveren en retourneren. In deze uitdaging vechten wij ook voor het behoud van print”

U zei: ‘Ik wil van Audax weer een familiebedrijf maken.’ Met vier kinderen en kleinkinderen in het bedrijf lukt dat aardig. Zit daar misschien een opvolger tussen?
“In de eerste plaats bedoel ik met een familiebedrijf niet een bedrijf met alleen maar eigen familie, maar ook van medewerkers. Een bedrijf waarin een prettige sfeer heerst. We houden er rekening mee dat er iemand binnen onze gelederen is die geschikt is om mij op te volgen, maar als er iemand van buitenaf uiteindelijk beter geschikt zou worden bevonden dan kan dat ook.”

U omschreef uzelf al eens als ‘workaholic’. In diverse stukken die ik over u gelezen heb komt de Spartaanse opvoeding die u van uw vader kreeg ter sprake, ‘werken tot je erbij neervalt.’ Geldt dat ook niet voor u? Kunt u wel afstand nemen van het bedrijf dat u zelf heeft opgericht, of blijft u er altijd een vinger in de pap houden?
“Zowel mijn vader als ik hebben het nooit gehad over ‘werken tot je erbij neervalt’ en dat is ook nooit gebeurd. Maar als voorzitter van de STAK (de aandeelhouders), blijf ik natuurlijk een grote verantwoordelijkheid houden.”

Als u terugkijkt op zestig jaar ondernemerschap: waar bent u het meest trots op?
“Ik ben trots op het bedrijf dat we samen met veel mensen hebben opgebouwd, en dat wij ons personeel kunnen laten delen in een gezamenlijke trots.”

Jacques De Leeuw (l) met Joop Zoetemelk (r) tijdens de Grand Prix Adrie van der Poel, veldrijden in Hoogerheide
Jacques de Leeuw (l) met Joop Zoetemelk (r) tijdens de Grand Prix Adrie van der Poel, veldrijden in Hoogerheide

Wat is het grootste verschil tussen het zijn van een ondernemer in 1955 en het zijn van een ondernemer in 2016?
“Zestig jaar geleden was er veel meer vrijheid om als ondernemer te functioneren.”

Tot slot: wat is de belangrijkste les die u een jonge ondernemer van nu zou willen geven?
“Ik vergelijk het ondernemerschap altijd met een wielerwedstrijd: zonder uithoudingsvermogen, duurzame omgang met energie en het juiste materiaal haal je de eindstreep niet. En creativiteit is daarin minstens zo belangrijk: speel in op de wijzigingen in de koers, en ga daar innovatief mee om.”