2016 wordt recordjaar voor papaver. Arme Afghanen

De Verenigde Naties brachten eind 2015 verrassend nieuws naar buiten: voor het eerst in vijf jaar was de opiumproductie in Afghanistan gedaald. In dat jaarrapport stelt de VN dat Afghanistan in 2015 slechts 3.300 ton opium had geproduceerd, ongeveer de helft van de oogst van 2014, met dank aan de vernietiging van papavervelden in de Helmand-provincie waar grofweg de helft van de Afghaanse papaver groeit. Maar de VN vergat iets te melden.

2015 was simpelweg een slecht oogstjaar. Ja, de Afghaanse veiligheidsdiensten vernietigden enkele papavervelden, maar dat was niet meer dan 2 procent van het totaalaantal hectaren. De verdere daling is te wijten aan het slechte landbouwjaar in de Centraal-Aziatische republiek.

Onderzoeker David Mansfield onderzocht de oorzaak van de matige oogst door het zuiden van Afghanistan middels satellietbeelden te bekijken. Hij trekt volgens het Vlaamse Mondiaal Nieuws de conclusie dat de papaveroogst inderdaad een flinke deuk heeft opgelopen, maar dan als gevolg van ziekten die zich konden verspreiden door aanhoudende droogte.

Omdat de boeren op hun land vrijwel uitsluitend papaver verbouwen vindt er geen vruchtwisseling plaats, hetgeen de bodemvruchtbaarheid eenzijdig uitput en plantenziekten meer kansen biedt zich te ontwikkelen in het gewas. Ondanks misoogst en vernietiging van papavervelden door de Afghaanse drugspolitie blijft de populariteit van papaver onder lokale boeren enorm, zeker nu er nieuwe, betere zaden in omloop zijn. De verwachting is dan ook dat de Afghaanse papaveroogst in 2016 van ongekende omvang zal zijn.

Taliban
Veel boeren wier papavers wordt vernietigd schakelen in eerste instantie over op andere planten om verder in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat valt echter vies tegen. De overheid compenseert de boeren niet voor het vernietigen van hun papavervelden en in verhouding tot opium valt met andere planten geen droog brood te verdienen. Ter vergelijking: één kilo opium levert 200 keer zoveel geld op als een gewas zoals bonen.

Het verbaast dan ook niet dat boeren staan te trappelen om aan het begin van het komende papaverseizoen opnieuw aan de slag te gaan. Ondanks het historisch slechte landbouwjaar 2015 kan papaver namelijk goed tegen uiteenlopende weersomstandigheden.

Afghaanse boeren verbouwen de papaver dus om hun gezinnen te kunnen onderhouden. Toch zijn er naast de boeren anderen die azen op het gewas. Criminele groeperingen, corrupte veiligheidsdiensten en politici en natuurlijk de in Afghanistan actieve islamistische beweging Taliban worden er rijk van. Volgens schattingen verdienen de Taliban $125 miljoen per jaar aan de drugshandel. Niet alleen eisen ze een deel van de oogst op, ze heffen ook tol als smokkelaars Taliban-territorium doorkruisen.

Corruptie is een probleem in Afghanistan. Jaarlijks komen miljarden euro’s aan overheidsgeld niet aan bij de betreffende doelen, maar bij corrupte overheidsfunctionarissen, onder wie agenten van het drugsbestrijdingsteam van Helmand die hun positie misbruiken om voor eigen gewin handel te drijven in opium en heroïne. Ook over lokale politici en regeringsleden doen talloze verhalen de ronde. Zij zouden direct betrokken zijn bij de drugshandel of op zijn minst op de hoogte zijn van corruptie, zonder actie te ondernemen.

Fondsen
Vanuit de Afghaanse regering wordt geschreeuwd om hulp vanuit het buitenland. Zij beschikt niet over voldoende middelen om haar internationale belofte om op grote schaal papavervelden te vernietigen na te komen. Personeel en middelen in de strijd tegen drugs worden noodgedwongen ingezet in de strijd tegen de Taliban, die hun militante activiteiten in toenemende mate concentreren op de provincie Helmand.

Inkomsten uit drugshandel zijn belangrijk voor de Taliban, zeker sinds in 2014 de buitenlandse fondsen voor Afghanistan wegvielen. Het is algemeen bekend dat de Taliban van alle hulpgelden voor grotere wederopbouwprojecten die Afghanistan bereikten een deel inpikten.

Middels afpersing – of zoals de Taliban het zelf liever noemen: oorlogsbuit – hebben de internationale donoren, de Verenigde Staten voorop, voor een groot deel de eigen vijand gefinancierd.

De Taliban proberen hun positie in Afghanistan te verstevigen. Meer grip op de papaverproductie betekent meer inkomsten. De Taliban slaan daarmee een dubbelslag, want ze verstevigen zo niet alleen hun eigen positie, maar verzwakken ook die van de regering in Kaboel. De Afghaanse overheid komt namelijk in steeds grotere financiële moeilijkheden door de geïntensiveerde, geldverslindende strijd met de groepering.

Ironisch genoeg is de strijd tegen drugs daarmee meteen al beslist, tenminste als er geen buitenlandse hulpmiddelen aan te pas komen. Kaboel beschikt over onvoldoende geld om boeren financieel te ondersteunen als ze – al dan niet gedwongen – de overstap van papaver naar andere gewassen ondernemen.

In een land waar het verschil tussen eten en niet-eten een papaverveld is, is het moeilijk strijden. Vorig jaar kregen boeren nieuwe betere papaverzaden van smokkelaars. Afghanistan lijkt gegijzeld door de plant.