Balancerend op de grens van klootzakkerigheid en obscuur heldendom

Niet met je ellebogen op tafel. Niet smakken. Niet met je eten spelen. Rechtop zitten. In mijn opvoeding heeft het aan tafelmanieren niet ontbroken. Het gevolg daarvan is een gevoel van totale anarchie als ik in kleermakerszit op de bank plaatsneem met een bord op schoot. Neem bijvoorbeeld gisteravond, toen een avg’tje (puree, tartaar, spruitjes) op mijn linkerknie balanceerde, en mijn laptop op de rechter. Als het had gekund zou ik ongetwijfeld een opstandig vuistje in de lucht hebben gestoken, ware het niet dat ik beide handen nodig had om mijn vork en touchpad te hanteren. Ik was namelijk met iets belangrijks bezig.

Terwijl ik gedachteloos aardappelpuree naar binnen lepelde, blies ik op trumpdonald.org met een trompet Donald Trumps sluike peroxidehaar in kapsels waar Johnny Rottens groenezeepstekels bij zouden verbleken. Dat zal die praalhans leren, dacht ik, terwijl ik zijn mondhoeken omlaag trompette en snuiflachend een spruitje op mijn vork prikte. Trump is een van de mensen die hun geld en macht, op legale wijze, op de minst sympathieke manier denkbaar gebruiken. Mensen die misschien niet écht buiten de lijntjes kleuren, maar iedere kans aangrijpen om binnen de grenzen van de wet zo onuitstaanbaar mogelijk te zijn. Mensen die je bloed laten koken en daarbij volledig in hun recht staan. Bullies. Want het lijkt ze vaak niet eens om eigen gewin te gaan – dat zou nog tot op zekere hoogte te begrijpen zijn – maar om het geven van een onbehaaglijk gevoel. Omgekeerd idealisme, eindeloos fascinerend vind ik dat. Want hoe word je zo?

Een kapsel als een warrige eendenbuik is in ieder geval wel het minste wat je zo iemand kunt geven.

In dezelfde categorie als Trump vallen ook pick-up artists als Julien Blanc en Roosh V (“Laten we verkrachting op privéterrein legaliseren. Nee joh, gewoon een gebbetje. Lachen toch?”) en natuurlijk Martin Shkreli, de jonge ‘pharma bad boy’ die berucht (en waarschijnlijk ook multimiljonair) werd nadat hij de prijs van het levensreddende medicijn Daraprim, dat vooral door hiv-patiënten wordt gebruikt, van 13,50 naar 750 dollar per tablet verhoogde. Dat het moreel een van de verwerpelijkste dingen is die hij kon doen, maakt het nog niet strafbaar.

Voor echte, notoire criminelen en bikkelharde moordenaars kunnen we soms nog wel een greintje begrip opbrengen. Kijk naar de zwaar geromantiseerde levensverhalen van figuren als Bonnie en Clyde, Al Capone, mensenmens Pablo Escobar en dichter bij huis natuurlijk liquideerbeertje Willem Holleeder. Typ op Google ‘most hated man in America’ in en je krijgt geen Charles Manson of James Holmes, maar een lange lijst met berichten over Shkreli. Denken we misschien dat hij nog te redden is? Of maakt het legale karakter van zijn daden ze extra onverdraaglijk? Martin de onschendbare.

“Het is niet grappig meneer Shkreli, mensen gaan dood, ze worden zieker en zieker,” zei een afgevaardigde deze week tijdens een parlementaire hoorzitting tegen de besmuikt lachende begin-dertiger. “Je kunt de geschiedenis ingaan als de posterboy van hebzuchtige farmaceutische bedrijven, of je kunt het systeem veranderen. Ja, jij!” Goedbedoeld. IJdele hoop. Vechten tegen de bierkaai. En de welwillenden rest niets dan lijdzaam toekijken en met een digitale trompet die zelfgenoegzame kapsels door de war blazen.