Het duurde zeven jaar, maar Sven Kramer heerst weer op de tien kilometer

Het begon allemaal met die foute baanwissel in Vancouver. Op 23 februari 2010 nam Sven Kramer op aanwijzing van coach Gerard Kemkes tijdens de olympische finale voor de tweede keer achter elkaar de binnenbaan. Een diskwalificatie volgde, en een einde aan zijn hegemonie op de tien kilometer.

Voor die fatale race in Canada won hij drie jaar achter elkaar de wereldtitel op de langste afstand. Was hij in de goede baan gebleven dan had hij zonder twijfel beslag gelegd op olympisch goud. Na de fout lukte het Kramer niet meer om de afstand een gouden medaille te winnen op de WK afstanden of Olympische Spelen.

De ene keer was hij geblesseerd, de andere keer was de tegenstand te groot. Iconisch is het beeld van Kramer die zich na zijn zilveren olympische medaille in Sotsji meldt in het Holland Heineken Huis. Als medaillewinnaar wordt hij geëerd, maar daar heeft Kramer helemaal geen zin in. Hij had geen wraak kunnen nemen voor het incident vier jaar eerder, Jorrit Bergsma versloeg hem. Met een gezicht als een oorwurm stond hij op het podium. Bob de Jong, die brons won, vond het schandalig, maar Kramer kon niet anders.

Allround
Kramer beheerste het rijden van een tien kilometer nog wel, dat bewees hij tijdens de verschillende Europese en wereldkampioenschappen allround. Elke keer als hij aan een allroundkampioenschap meedeed, won hij de langste afstand en stelde daarmee zijn titels veilig. Tot overmaat van ramp leek de internationale schaatsunie (ISU) de tien kilometer ook nog eens uit de toernooien te willen slopen.

Donderdag kwam het uiteindelijk toch allemaal nog op zijn pootjes terecht. In de ochtend maakte de ISU bekend dat de tien kilometer voorlopig behouden blijft op het Europees kampioenschap. Een paar uur later rekende Kramer in Kolomna af met zijn eigen vloek. De Fries kroonde zich voor het eerst in zeven jaar weer tot wereldkampioen op de langste afstand.

Vlakke race
Kramer reed met een vlakke race naar een nieuw baanrecord: 12.56,77. Hij was daarmee bijna drie seconden sneller dan Ted-Jan Bloemen, de Nederlandse Canadees die eerder dit seizoen zijn wereldrecord afpakte. Erik Jan Kooiman legde met 13.02,15 beslag op de derde plaats.

De kersverse wereldkampioen toonde zich tevreden: “Het was geen super sterke tijd, maar wel een super strakke rit. Ik wilde niet gokken op een snellere tijd. Ik wilde per se winnen en dat is gelukt. Het geloof is nooit weggeweest, anders had ik hier niet meer gestaan. Het is wel mooi dat ik nu weer een bevestiging heb gekregen richting de Winterspelen van 2018. Daar wil ik op de vijf en tien kilometer, en op de ploegachtervolging voor goud gaan.”