Nederland draagt kleine last in vluchtelingencrisis: de cijfers

Niet Europa draagt de grootste last van de vluchtelingencrisis in het Midden-Oosten en delen van Afrika. Hoewel het aantal vluchtelingen dat Europa in het afgelopen jaar wist te bereiken enorm is, zijn landen als Libanon, Pakistan of Jordanië veel harder getroffen. Ontwikkelingslanden nemen samen 86 procent van alle vluchtelingen wereldwijd op.

Meer dan 4 miljoen mensen zijn op de vlucht voor het conflict in Syrië. Sinds de aanvang van het conflict in april 2011 vroegen 348.540 Syriërs asiel aan in Europa vooral in Duitsland (98.783) en Zweden (64.685). Nederland kreeg volgens de cijfers van het vluchtelingenagentschap van de VN (UNHCR) sinds april 2011 29.813 asielaanvragen van Syrische vluchtelingen te verwerken. Dat is echter niets in verhouding tot het aantal vluchtelingen waarmee de buurlanden van Syrië te maken hebben. In Turkije leven meer dan 1,9 miljoen door UNHCR geregistreerde vluchtelingen. In Libanon, een land met ongeveer 4,4 miljoen inwoners, wonen vandaag iets meer dan 1,1 miljoen Syrische vluchtelingen. Het grootste vluchtelingenkamp voor Syrische vluchtelingen is Za’atari in Jordanië – met 79.000 bewoners.

Lotgenoten
Natuurlijk valt het vluchtelingenleed niet alleen de Syriërs ten dele. Ook Irakese, Afghaanse en Somalische vluchtelingen worden primair opgevangen in hun buurlanden. Zo leven er bijvoorbeeld 966.852 door UNHCR geregistreerde Somalische vluchtelingen verspreid over buurlanden Kenia, Ethiopië, Jemen, Oeganda, Djibouti, Egypte, Eritrea en Tanzania. De Irakese vluchtelingen zijn eveneens zichtbaar in buurlanden. In Iran zijn meer dan 32.000 Irakese vluchtelingen, in Jordanië 58.000 en in Libanon zijn ze de grootste groep niet-Syrische asielzoekers. Veel van die Irakese vluchtelingen komen bovendien uit Syrië, waar ze naartoe waren gevlucht tijdens de Tweede Golfoorlog.

Afghaanse vluchtelingen waren drie decennia lang wereldwijd de grootste groep vluchtelingen, tot ze eind 2014 werden ingehaald door hun Syrische lotgenoten. Afghaanse vluchtelingen verblijven voornamelijk in buurlanden als Pakistan en Iran. In Pakistan leven er zo’n 1,5 miljoen en in Iran zijn er dat bijna 1 miljoen.

Ook de Somalische vluchtelingenstroom vooral zichtbaar in de buurlanden. Verspreid over Kenia, Ethiopië, Jemen, Oeganda, Djibouti, Egypte, Eritrea en Tanzania leven 966.852 door het UNHCR geregistreerde Somalische vluchtelingen.

Top-15
Kortom, als we de gegevens over het aantal Syrische vluchtelingen dat wordt opgevangen in Europa afzetten tegen wat buurlanden doen, is de commotie in West-Europa cijfermatig snel gerelativeerd. Volgens de International Organization for Migration (IOM) werden in Europa in 2015 in totaal 1.225.805 asielaanvragen geregistreerd. Dat is voor heel Europa iets meer dan het aantal Belgen dat in 1914 een veilig heenkomen in Nederland zocht. Bij een totaal inwoneraantal in de Europese Unie van 508 miljoen mensen, vormen de nieuwe asielaanvragers slechts 0,24 procent van de populatie.

De cijfers van IOM laten verder zien dat Nederland met 43.505 aanvragen een zevende plaats inneemt in de lijst van asielaanvragen in absolute aantallen. In vergelijking met landen buiten Europa valt dat cijfer in het niets. Volgens Foreign Policy zit in de top-15 van landen met meeste vluchtelingen per duizend inwoners maar één Europees land: Zweden. De lijst wordt aangevoerd door Libanon, dat per duizend inwoners 209 vluchtelingen telt. Jordanië, de nummer twee op de lijst telt bijna 90 vluchtelingen per duizend inwoners. Voor Nederland komen we op basis van de laatste beschikbare VN-cijfers van erkende vluchtelingen én asielzoekers uit op 5,4 vluchtelingen per duizend inwoners.

Crisis
Ook wanneer landen gerangschikt worden op basis van het aantal vluchtelingen dat wordt opgenomen per dollar BBP per capita ontstaat een soortgelijk beeld. In de top-15 staat geen enkel Europees land. Ontwikkelingslanden nemen samen meer dan 86 procent van alle vluchtelingen wereldwijd op. Tien jaar geleden was dat nog maar 70 procent. Waar Europese regeringen zich het hoofd breken over vraagstukken rondom huisvesting, scholing en overbelasting van de welvaartsstaat, hebben diensten als scholen en ziekenhuizen – voor zover ze bestaan – in ontwikkelingslanden capaciteitstekort, mensen moeten de toch al schaarse banen delen met vluchtelingen, werkloosheid stijgt en het aandeel mensen dat leeft tegen of onder de armoedegrens neemt in ontwikkelingslanden schrikbarende vormen aan.

Het welvarende Europa heeft het maar wat druk met de crisis. Die op eigen grondgebied.