Waarom een Syrische homoseksueel in Nederland onveilig is

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Met de komst van voornamelijk Syrische vluchtelingen naar Nederland poseert Wilders plots als feminist en maken ’s lands azc-nee-roepers zich ineens massaal druk om vrouwen- en homorechten. Het debat is verhit, maar wel is inmiddels duidelijk: als openlijk homoseksueel uit Syrië ben je niet gegarandeerd veilig in een Nederlandse opvanglocatie.

Vluchteling Jeffrey (naam gefingeerd) vertelt in de Volkskrant over de doodsbedreigingen die hij ontving in het noodopvangkamp in Heumensoord. Zijn bed werd met uitwerpselen besmeurd. En er zijn meer incidenten bekend waarbij lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (lbht’ers) in opvangcentra zijn aangevallen. Er wordt geroepen om safe houses voor gemarginaliseerde vluchtelingen. Het COC, de belangenorganisatie voor lhbt’ers, is voorstander van zulke opvanglocaties. Maar de PvdA en VVD zien niets in het plan: aparte opvang zou zorgen voor stigmatisering en bovendien een verkeerd signaal afgeven.

De Nederlandse cultuur
De meeste vluchtelingen komen uit landen waar niet over homoseksualiteit wordt gesproken. Sociaal ongewenst, cultureel onacceptabel en soms bij wet verboden. Dat iemand een grens oversteekt, betekent niet dat hij of zij plots alle aangeleerde culturele normen en waarden achterlaat. Zoals ik eerder op deze site schreef: je aanpassen aan een andere cultuur is een proces. Het is niet reëel om te verwachten dat een vluchteling van de een op de andere dag alles vergeet wat hij over homoseksualiteit heeft geleerd – zeker niet als hij in de bossen in Heumensoord verblijft en amper in aanraking komt met de Nederlandse cultuur.

Daarbij moeten we niet vergeten dat de acceptatie van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders ook onder Nederlanders nog geen voldongen feit is. Uit een onderzoek dat EenVandaag vorig jaar uitvoerde, bleek dat één op de vijf lhbt’s in 2015 negatief was bejegend door zijn of haar geaardheid. Meer dan de helft van hen durft in Nederland niet hand-in-hand over straat met een partner.

Niet voldoende
Geweld en discriminatie tegen lhbt’ers richten de nodige schade aan. Die eerdergenoemde ‘safe houses‘ zijn een oplossing om de onmiddelijke veiligheid te garanderen. Daarom werd er in Amsterdam al een aparte opvang geopend. Het kabinet staat deze opvang toe, maar in november nog zei staatssecretaris Dijkhoff dat er een hoge werkdruk is voor COA-medewerkers, en dat volledige veiligheid niet kan worden gegarandeerd in alle opvanglocaties.

Een safe house kan voordelen hebben, de directe veiligheid van een asielzoeker of vluchteling voorop. Maar het per definitie huisvesten van homoseksuele vluchtelingen op een aparte locatie kan ook segregatie en isolatie tot gevolg hebben. Voor vluchtelingen die niet uitkomen voor hun seksuele oriëntatie of gender-identiteit is een safe house daarnaast onbereikbaar. Een aparte opvang is dus in sommige gevallen een prima noodoplossing, maar alleen het beschikbaar stellen van zo’n opvang is niet voldoende.

Vertrouwenspersoon
Internationale organisaties laten zien wat er behalve het opzetten van een safe house nog meer kan worden gedaan ter bevordering van de veiligheid en het welzijn van lhbt-vluchtelingen. Medewerkers van UNHCR, het vluchtelingenagentschap van de Verenigde Naties, en personeel van de International Organization for Migration (IOM) leren over de bescherming van lhbt’ers, de uitdagingen waarmee zij kampen, de vervolging waar zij het slachtoffer van zijn en natuurlijk de juiste terminologie, zodat ze als aanspreekpunt kunnen fungeren.

Een ‘safe space’ in opvanglocaties – in de vorm van een kantoor waarvan de deur altijd openstaat – zorgt voor een veilige plek waar alle vluchtelingen hun verhaal kunnen doen aan een vertrouwenspersoon en eventueel doorverwezen kunnen worden naar andere organisaties. IOM deelt in verschillende opvanglocaties in Kenia informatie uit aan alle vluchtelingen over seksuele diversiteit en de rechten die daarbij horen, voornamelijk om een veilige omgeving te creëeren voor de lhbt’ers die niet openlijk uitkomen voor hun seksuele geaardheid.

Tekortschieten
Het COA sloot in 2014 een convenant met het COC waarin staat dat COA-medewerkers de rol van vertrouwenspersoon hebben en getraind worden in het omgaan met lhbt-problematiek. Toch bracht het College van de Rechten van de Mens deze week een rapport (hier in pdf) naar buiten waaruit onder meer blijkt dat het COA-personeel onvoldoende onderwijs krijgt over mensenrechten om discriminatie te herkennen. Ook volgens Jeffrey schoot het COA tekort. In de Volkskrant zegt hij bij drie verschillende COA-medewerkers te hebben gemeld dat hij werd lastiggevallen vanwege zijn seksuele geaardheid. “Ze namen me niet echt serieus.”

Om de vluchtelingengemeenschap inclusiever te maken voor lhbt’ers, kwam het ministerie van Onderwijs onlangs met het initiatief om voorlichting te geven in azc’s. De gemeente Amsterdam is inmiddels begonnen met de voorlichting over zowel homorechten als vrouwenrechten in noodopvangcentra, omdat het lang duurt voordat vluchtelingen doorstromen naar azc’s. Het geven van voorlichting is een goed idee, mits juist uitgevoerd. Volgens Movisie, het landelijke kennisinstituut en adviesbureau van sociale vraagstukken, kunnen sommige voorlichtingsmethodes juist averechts werken.

Het is al lange tijd duidelijk dat de opvang van vluchtelingen niet soepel verloopt, en daar ondervinden gemarginaliseerde vluchtelingen de nadelen van. Terwijl safe houses zich voor de coalitiepartijen in een no go area bevinden, beaamt staatssecretaris Dijkhoff dat de veiligheid voor lhbt-vluchtelingen in opvanglocaties niet volledig kan worden gegarandeerd. Een verwarrende boodschap. Ook de goede bedoelingen van het COA om lhbt-problematiek aan te pakken lijken onvoldoende.

De verschillende partijen zijn het niet met elkaar eens over de juiste koers en over de hoogste prioriteit. Een oplossing voor de problematiek is niet eenduidig of voor de hand liggend, maar wel dringend.

Pimm Westra studeerde mensenrechten en culturele diversiteit aan de University of Essex, en specialiseerde zich in gedwongen migratie, internationaal recht en gender.

Pimm Westra