Een verzoekje aan de spelers van Feyenoord

In mijn kledingkast, ergens op de onderste plank, ligt een Feyenoordshirt. Ik – fanatiek hardloper – ben van plan om mijn eerste marathon in dat shirt te lopen. De Rotterdam Marathon om precies te zijn, op 10 april met een finish voor het stadhuis van Rotterdam op de Coolsingel. Maar, spelers van Feyenoord, voordat ik dat doe heb ik toch wel één verzoekje.

Ik zal even bij het begin beginnen. Mijn liefde voor Feyenoord ontstond op 12 april 1993 toen ik, zeven jaar oud, op bezoek was bij mijn opa. Hij woonde op loopafstand van De Kuip. Mijn vader, die daar zijn jeugd heeft doorgebracht, nam me mee voor een wandeling langs het stadion waar op dat moment een wedstrijd aan de gang was. Feyenoord-Cambuur. Terwijl we door de hekken naar binnen tuurden in de hoop wat van de wedstrijd te zien, vroeg een steward of we misschien naar binnen wilden.

Even later stond ik een paar meter van het veld af, op de staantribune. Helemaal vooraan, door de supporters in het vak aangemoedigd om daar te komen staan zodat ik het goed kon zien. Ik keek mijn ogen uit, genoot van de wedstrijd, en van één voetballer in het bijzonder – Taument bleek later, vanaf dat moment mijn favoriete speler. Feyenoord won, met 3-1. Voor even was ik het gelukkigste meisje op aarde.

Feyenoordkussentje
Vanaf dat moment was ik dus fan. Niet een fan die ieder weekend in het stadion te vinden was of die thuis bleef om een wedstrijd te kijken. Nee, ik was meer een fan die genoot van de wedstrijden als het zo uitkwam, een fan die als kind dolgelukkig werd van de Feyenoordcadeautjes die ze van haar opa kreeg en een fan die met een Feyenoordkussentje in bed sliep.

De liefde is, zoals dat wel vaker gaat na vele jaren, wat bekoeld. Maar toch, ik ben nog steeds Feyenoordsupporter. Zonder het kussentje inmiddels. Maar wel met een Feyenoordshirt, dat ik enkele jaren geleden van een aantal vriendinnen kreeg voor mijn verjaardag. En dat shirt zou ik dus graag aan willen tijdens mijn eerste marathon over twee maanden. Maar de afgelopen weken vraag ik me af of dat wel zo’n goed idee is. Misschien brengt het wel ongeluk? Want ‘de Rotterdammers verliezen alle kenmerken die horen bij een topclub’, is te lezen in Voetbal International. ‘Reeks Feyenoord neemt dramatisch vormen aan’, kopte het AD. Kortom het gaat slecht. Al zes wedstrijden op rij gingen verloren.

Verzoekje
En daarom heb ik dus een verzoekje, spelers van Feyenoord. Ik zal jullie niet vragen om eindelijk weer eens een wedstrijd te winnen. Dat zou welkom zijn hoor, begrijp me niet verkeerd, maar ik heb zo’n vermoeden dat jullie die vraag al genoeg krijgen. Nee, mijn verzoek is wat specifieker. Over een kleine maand staat de wedstrijd tegen Cambuur weer op het programma staat. Ik zit met mijn vader in het stadion, bijna 23 jaar nadat we die wedstrijd daar voor eerst samen zagen. Eens een fan, altijd een fan.

Maar stel je nou eens voor dat er die zondagmiddag 6 maart toevallig weer een zevenjarig meisje met haar vader langs De Kuip loopt en door de hekken naar binnen tuurt. Stel dat een steward dan vraagt of ze niet even binnen wil kijken. Zouden jullie er dan voor willen zorgen dat zij ook even het gelukkigste meisje op aarde is? Jullie hebben nog een paar weken om daar voor te oefenen. Dan ren ik de marathon wel in mijn Feyenoordshirt, of dat nou ongeluk brengt of niet.