Een Maserati voor de eerste profvoetballer die uit de kast springt

In De Balie liet de voormalige wedstrijdzwemmer en openlijk homoseksuele Johan Kenkhuis zich interviewen over de vaak als lastig ervaren combinatie topsport en herenliefde. Je kunt beter maar snel je coming-out hebben. Het neemt een boel energie van je.’ Achteraf is het makkelijk lullen, denk je dan. Kenkhuis stapte echter uit de kast in 2004, het jaar waarin zijn estafetteploeg zilver won op de Olympische Zomerspelen. Ook Ireen Wüst en Jeffrey Wammes bewaarden hun coming-outs niet voor na een succesvolle carrière, toch op zijn minst bemoedigend voor jonge schaatsers en turners. Maar in het Nederlandse profvoetbal is homoseksualiteit nog altijd naamloos en gezichtsloos.

Voetbal is geen sport voor homo’s, beweerde René van der Gijp in 2013 in Voetbal International. Collega-analist Jan Boskamp stond lijnrecht achter hem. Sterker nog, Boskamp had nog nooit een homo ‘meegemaakt’ in zijn carrière, wat dat ook mocht betekenen. (“Al mijn medespelers waren hartstikke gezond.”)

We zien het niet dus het bestaat niet. Toch waren oud-voetballers John de Bever en Arnold Smit op het moment van die gewraakte aflevering alweer even uit de kast. In een vervolguitzending – een soort retributie – schoven beide heren aan. Er werd wat gediscussieerd, De Bever zong iets uit zijn repertoire en Gerard Joling noemde de ontstane commotie ‘een beetje overtrokken’. Zaak gesloten.

Nog altijd mist het Nederlandse profvoetbal zijn verdiende rolmodel. In 2014 biechtte de Duitse middenvelder Thomas Hitzlsperger aan Die Zeit op dat hij homo is, hij had zijn tijd als profvoetballer toen net vier maanden beëindigd door een fysieke blessure. In al die jaren in de Bundesliga en Premier League had Hitzlspeger het geheim als een kruis meegedragen. Achteraf lullen, dat is ongeschreven regel in het betaalde voetbal. Geen sponsoren die zich kunnen terugtrekken of teamgenoten die je de rug toekeren, geen roem die als een boemerang in je gezicht slaat. Carrière buiten levensgevaar.

In de wereld waar een stoffen Kenneth Vermeer wordt verhangen en hele supportersvakken – jong en oud – ‘Alle Duitsers zijn homo’ en ‘Het zijn de homo’s uit Breda’ zingen uit volle borst, betreedt geen weldenkend mens het veld als openlijk homoseksueel. Voor je het weet brengt 1500 man ‘Wie niet springt die is een poot’ ten gehore. Noem het een machocultuur, noem het geïnstitutionaliseerde homofobie. In de directiekamers, kleedkamers en stadionvakken is heteroseksualiteit de status quo en helaas is er geen sponsorboot op de Gay Pride Parade of KNVB-campagne die daar radicaal verandering in gaat brengen, al zijn het welkome lichtpuntjes.

De emancipatie van de topsport in zijn geheel en de voetbalwereld in het bijzonder heeft een aanjager nodig. Een montere middenvelder die tegen Maxim Hartman zegt dat-ie er zelf anders ook behoorlijk nichterig bij loopt met dat mosgroene jasje, bereid is de bier-en-tietenhumor van het VI-panel te incasseren en zijn ‘moeilijke tijd’ niet in ieder praatprogramma gaat zitten reconstrueren. Iemand die zichzelf niet laten reduceren tot nicht. Ergens in Nederland moet die voorloper ronddribbelen weten we dankzij De Bever, Smit en Hitzlsperger.

In 2013 beëindigde de Amerikaan Robbie Rogers op 25-jarige leeftijd zijn voortvarende voetbalcarrière in Engeland. En ja hoor, een week of wat later kwam het hoge woord eruit. Homo, en doodsbang voor de reacties van zijn fans en de aasgieren van de Britse roddelpers, zo vertelde hij later aan The Guardian. Roger creëerde voor zichzelf een veilige omgeving en moest daarvoor zijn droom opgeven.

Homoseksuele sporters staan voor een vals dilemma: het prinsenleven of de stekker eruit. Plata o plomo, zou Pablo Escobar hebben gezegd. Goud of lood. Ongelukkig in je nieuwe Maserati of gelukkig op een roestige stadsfiets met lekke band. Ik zeg: zet een Maserati klaar voor de eerste Nederlandse voetballer die de drie beruchte woorden durft uit te spreken.

Vandaag de dag staat Robbie Rogers in de VS gewoon weer op het voetbalveld. Hij voelde zich een lafaard en vond dat hij een rolmodel moest zijn voor jonge voetballers. En dat werd hij, als de eerste openlijk homoseksuele sporter van Noord-Amerika. Achteraf bleek het makkelijk lullen voor Rogers. Had-ie het maar eerder gedaan.