De EU steunt het land waar je hangt voor een drugsmisdrijf

Europese gelden, bedoelt als ondersteuning van een programma van het VN-Bureau voor Drugs en Criminaliteit (UNODC) in onder meer Afghanistan en Iran, blijkt indirect de toepassing van de doodsstraf te faciliteren. Dat stelt Reprieve, een Britse non-gouvernementele organisatie die campagne voert tegen de doodstraf.

In 2014 was sponsorgeld van de EU goed voor liefst 37 procent van het totale budget van dit VN-project in Afghanistan, Iran en omliggende landen. Miljoenen euro’s worden geïnvesteerd in de opleiding van lokale politiekorpsen op het gebied van forensisch onderzoek, communicatie en inlichtingenwerk. Alles om de grootschalige drugsmokkel in de regio aan te pakken.

Het Britse Reprieve schrijft echter dat het geld terechtkomt bij Iraanse politie-eenheden die in 2015 verantwoordelijk waren voor honderden ophangingen. Volgens Reprieve blijkt dit uit een intern voortgangsverslag van de VN. Hierin valt de te lezen hoe politie-eenheden tijdens hun anti-narcoticaoperaties tientallen mensen hebben opgepakt op verdenking van handel in opium en hasj. Daarbij zouden zoveel verdovende middelen in beslag zijn genomen dat de arrestanten onder Iraans recht mogelijk veroordeeld zullen worden tot de dood, schrijft Reprieve. In 2015 executeerde Iran 700 gevangenen door ophanging als straf voor drugssmokkel, blijkt uit cijfers van Amnesty International.

Tegelijkertijd presenteert Amnesty een onderzoek waaruit blijkt dat Iran nog steeds minderjarigen executeert, een schending van het internationaal recht. Tientallen jongeren in Iran zitten in de dodencel voor misdrijven als drugssmokkel, die ze in sommige gevallen hebben begaan toen ze nog geen achttien waren. Ondanks hervormingen van het juridische systeem die moeten leiden tot meer vrijheid van meningsuiting, een betere toegang tot internet en meer (mensen)rechten voor vrouwen en religieuze minderheden, blijft Iran samen met Saoedi-Arabië een van de laatste landen die de doodstraf voltrekt bij minderjarigen.

Volgens Amnesty heeft Iran in de afgelopen tien jaar meer dan 70 minderjarigen ter dood gebracht, terwijl de VN uitgaat van nog eens 160 of meer minderjarigen die in de dodencel zitten. Gemiddeld zitten de delinquenten zeven jaar in de dodencel in afwachting van de voltrekking van hun vonnis. Volgens Said Boumedouha van Amnesty International is het Iran mogelijk om meisjes vanaf negen en jongens vanaf vijftien jaar ter dood te veroordelen, zo viel recent in de The New York Times te lezen. Desalniettemin ondertekende Iran twintig jaar geleden de Conventie voor de Rechten van het Kind, en daarmee heeft het land de wettelijke verplichting om minderjarigen te beschermen voor zowel de doodsstraf als een leven achter tralies.

De realiteit steekt daarmee schril af tegen de schone schijn waar Iran op de internationale bühne sier mee maakt. Niet alleen zitten gevangen soms wel meer dan tien jaar in de dodencel, ook worden executies soms op het allerlaatste moment uitgesteld, alleen om de gevangene te verwarren en vervolgens toch te doden, zo weet Amnesty te melden. Rechters zien daarbij ook vaak af van de mogelijkheid een minderjarige op basis van zijn mentale ontwikkeling een alternatieve straf te geven, of ‘vergeten’ minderjarige daders te verwittigen dat terdoodveroordeelde minderjarigen om een nieuw proces kunnen vragen.