Een paar kritische kanttekeningen bij persoonlijkheidstesten

De eerste persoonlijkheidstesten dateren van begin twintigste eeuw. Sindsdien proberen psychologen om de persoonlijkheid in meerkeuzevragen te vatten.

Ben je geboren met een aftelklok in je hoofd? Als je eerste reactie op deze vraag – die komt uit de Gray-Wheelwright Jungian Type Survey uit 1964 – algehele verwarring is, dan zal het meerkeuzeantwoord je waarschijnlijk ook niet verder helpen. De twee antwoordopties zijn simpelweg ‘ja’ of ‘nee’. En wat dacht je van ‘Geniet je van het horen rinkelen van een telefoon?’ Of, ‘Hou je ervan als de afbeelding op een foto je een a) opwaarts gevoel geeft, of b) een gevoel van nabijheid bij de aarde? (beide vragen komen uit dezelfde survey).

Nog steeds in de war? Dan zou je misschien wel hebben gefaald in maken van de persoonlijkheidstest van 1964.

Een persoonlijkheidstest. Dit soort ‘psychometrische instrumenten’ – om de technische term te gebruiken – ontstond in het begin van de twintigste eeuw als een manier om ‘intelligentie’ te meten. Ze werden eerst gebruikt om Franse schoolkinderen te helpen. De Binet-Simon test bijvoorbeeld, werd opgepikt in de VS door een psycholoog van Stanford die het in 1916 publiceerde als de Stanford-Binet test. De test gaf een score; de intelligentiequotiënt, oftewel het IQ.

Dit markeerde het begin van een poging om brede, ingewikkelde ideeën te vereenvoudigen en te standaardiseren. Bij voorkeur in getallen. De Eerste Wereldoorlog leverde vruchtbare grond op voor psychologische benaderingen in het algemeen om hun waarde te bewijzen: van de behandeling van shellshock tot de screening van rekruten op leiderschapskwaliteiten.

Tijdens het interbellum verwierf de psychologie enige acceptatie binnen de eliteklassen, maar dan vooral de psychoanalytische tak: langdradig, gedetailleerd en gepersonaliseerd. Leonard en Virginia Woolf publiceerden vroege Engelse vertalingen van Freud vanuit hun kelder in Bloomsbury en er waren ook populaire edities, zoals Barbara Lows Brief Account of Freudian Theory (1920) en Violet Firths Machinery of the Mind (1922).

Meerkeuzevragen
Maar sommige psychologen schuwden het idee dat de menselijke geest simpelweg een Freudiaanse verzameling is van fantasie, castratie en incest, alleen te doorgronden via langdurige en dure analyse. In plaats daarvan redeneerden zij dat de geest een aantal meetbare eigenschappen heeft die te vergelijken zouden zijn met andere. Zij zochten naar een manier om dit te onderzoeken op een veel grotere schaal dan kan worden bereikt door de tijdsintensieve therapie van de psychoanalyse. En zo werd de vragenlijst met meerkeuzeantwoorden geboren. Psychologen zoals Gray en Wheelwright, of het moeder-en-dochter-duo Katherine Briggs en Isobel Myers, startten hun pogingen om de Jungiaanse analyse van de ‘types’ om te zetten in een reeks van meerkeuzevragen.

Dit was onderdeel van de poging om de psychologie te vestigen als een wetenschap, een beweging naar een ideaal van objectiviteit. Psychologische laboratoria werden voor enige tijd ingericht met instrumenten om nauwkeurige reactietijden te meten en om precieze stimuli af te geven. Met als doel om het persoonlijke en subjectieve uit het psychologisch onderzoek te halen. En het feit dat dergelijke experimenten – en deze nieuwe persoonlijkheidstests – nummers reproduceerde, betekende dat ze gebruik konden maken van nieuwe en prestigieuze computer-labs aan de universiteitscampussen in de naoorlogse wereld.

Zo begon de ontwikkeling van het reduceren van de persoonlijkheid tot een beperkt aantal variabelen. Gray en Wheelwright bijvoorbeeld, werkten aan een model van drie schalen, met tegengestelde kwaliteiten aan beide uitersten. ‘Introversie-extraversie’ markeert de ‘algemene houding’ van een persoon. Er zijn dan twee secundaire kenmerken, ofwel ‘intuïtie’ of ‘sensatie’, die kenmerkend is voor hoe een persoon de wereld waarneemt; en ‘denken’ of ‘gevoel’, waarbij wordt beschreven hoe men zijn waarnemingen beoordeelt.

Smaakvolle hotellobby’s
Tests van dit type kan op een aantal vlakken worden bekritiseerd. Bijvoorbeeld dat in de wens om nummers te produceren voor de berekeningen en vergelijkingen, ze de mentale verschijnselen die ze probeerden te vangen uit het oog verloren. Anderen kunnen aanmerken dat deze tests niet oordelen over wat mensen willen, maar alleen over wat ze denken dat ze zijn – de stamgast van een café die denkt dat hij een briljante luisteraar is, bijvoorbeeld. Moderne versies van dit soort tests zie je overal. Bedrijven nemen bij hun managers nog steeds een gemoderniseerde Myers-Briggs test af om ‘kansen voor prestatieverbetering’ te identificeren. Er is ook de prikkelende belofte van ‘het kennen van je ware persoonlijkheid’ na slechts een paar muisklikken.

Maar wat vooral bijzonder boeiend is bij alle tests van deze aard is hoe cultureel ingebed ze zijn. Een test vraagt bijvoorbeeld: ‘Vind je het leuk om te praten met winkelbedienden, kappers, portiers, enz.’ Dit is een test voor introversie-extraversie, maar veeleer veronderstelt het dat de mensen die de test doen niet degenen zijn die verkopen, haar knippen of de deur openhouden. Ook is er de obscure vraag ‘Stel dat je in een hotel zit te wachten met twee lobby’s, allebei smaakvol ingericht, maar in verschillende kleuren, welke zou je kiezen om te wachten? (A) Blauw (b) Rood.’ Het is uiteraard belangrijk dat beide lobby’s ‘smaakvol’ zijn.

Klassepolitiek schemert door in een dergelijke vragen over praten met portiers, of het kiezen tussen smaakvolle hotellobby’s. En ze doen vragen reizen over relaties of stereotypen: in verschillende tijden en plaatsen, zullen dezelfde mensen verschillende dingen antwoorden, zelfs als ze volledig anoniem zijn.

En er speelt hier nog een belangrijker punt. Wat we in staat zijn om te voelen, en de manier waarop we kijken naar ons emotionele leven, verandert in de tijd. Van passies tot humor en van wat onze ego’s drijft tot onze doodsinstincten, van hormonen tot neurotransmitters. Wat we ‘weten’ over hoe we ons voelen, verandert de manier waarop we ons voelen, niet alleen hoe we het verwoorden. Hoe deze tests de parameters van onze persoonlijkheid markeren, is een sprekend bewijs van hoe historisch bepaald onze emoties werkelijk zijn.

Foto: Flickr | Shaheen Lakhan