Waarom het associatieverdrag met Oekraïne zijn waarde allang heeft bewezen

Binnenkort vindt er een referendum plaats over een associatieverdrag met Oekraïne, dus besloot ik me er een beetje in te verdiepen.

Mijn belangrijkste associatie met Oekraïne tot nog toe was het verhaal van een vriend die tijdens een congres in Kiev een vrouw aan de haak sloeg die het hele hotel bij elkaar had geschreeuwd tijdens de seks. De anekdote is al van jaren terug maar maakte een blijvende indruk. Zou ik me in zo’n geval meer generen tijdens de daad of de volgende dag bij het ontbijt met de andere congresgangers? De muurtjes in Oostblokhotels zijn dun is mijn ervaring. Over de seksuele beleving van Oekraïners zegt dit verhaal echter niks, de vrouw in kwestie kwam uit Groot-Brittannië.

Ik zocht daarom op Wikipedia naar meer informatie. De meest beroemde plek van Oekraïne blijkt Tsjernobyl. Er zijn leukere dingen om mee geassocieerd te worden, zoals drugs en hoeren. Maar die arme Oekraïners kun je het niet kwalijk nemen. De nucleaire ramp gebeurde vijf jaar voordat ze zich een zelfstandig land mochten noemen. Inmiddels weet ik ook dat je zowel ‘Oekraïne’ als ‘de Oekraïne’ mag schrijven. Onze Taal heeft wel een voorkeur voor de eerste schrijfwijze, want de tweede is net zoiets als ‘de Veluwe’ en dat is ook geen land.

Met 44 miljoen inwoners heeft Oekraïne iets meer inwoners dan Polen en iets minder dan Spanje. Maar het schijnt, net als bij het associatieverdrag, vooral om de economie van een land te draaien. Het bruto nationaal product van Oekraïne is een schamele 134.885 miljard dollar, Polen is goed voor 546.644 en Spanje zelfs 1.406.855. Het bnp zegt dus niks over of je land in een economische crisis zit.

Het associatieverdrag zelf heb ik niet gelezen en dat ga ik ook niet doen voor het referendum op 6 april. Als journalist krijg ik niet genoeg betaald om de tijd te kunnen nemen om zo’n verdrag helemaal te lezen, als stemgerechtigde interesseert het me eigenlijk te weinig. Ik bevind mij in goed gezelschap. Ook Alexander Pechtold, die in de Tweede Kamer vóór het verdrag stemde, gaf toe dat hij het niet had gelezen.

Ondertussen krijgt het Oekraïnereferendum wel veel aandacht. Dat komt vooral vanwege de politieke consequenties. Oekraïne ligt namelijk tussen ‘het Westen’ en Rusland in en is daarom van geopolitiek belang. Rusland heeft zelfs een stukje van Oekraïne ingepikt, de Krim. (Hier is het lidwoord wel verplicht.) De inwoners van Oekraïne zijn verdeeld over bij wie ze willen horen en daarom probeert men ze te paaien, bijvoorbeeld met een associatieverdrag of wapens.

Als we GeenStijl en sommige oppositiepartijen mogen geloven wil onze regering vooral een lage opkomst, dan is het referendum namelijk ongeldig. Er schijnen 10 procent minder stembureaus te komen om dit te bereiken. Of er wel of geen een correlatie is, of dat er zelfs een causaal verband bestaat tussen de afstand tot een stembureau en het opkomstpercentage vraagt u maar aan Ionica Smeets.

Volgens berichten wordt het ja-kamp gesponsord door een hele rijke kapitalist genaamd Soros en het nee-kamp door een Rus genaamd Poetin. Maar dat geld uit het buitenland blijkt helemaal niet nodig. In Nederland hebben we een Referendumcommissie die letterlijk geld uitdeelt aan iedereen die iets met het referendum wil doen.

Zo is er de Raspoetin BV die voor bijna 50.000 euro wc-rollen met tegenargumenten mag bedrukken. Een politieke partij uit Haarlemmermeer krijgt geld om reclamespotjes op de regionale omroep uit te kunnen zenden. Ene Jan van Boesschoten vulde één formuliertje in en kreeg 30.000 euro subsidie om een website te bouwen waar hij prikkelende stellingen over het verdrag op mag zetten. Rob de Wijk, een specialist op het gebied van internationale politiek, zei in een opiniestuk in een grote krant dat we vooral niet moesten gaan stemmen op dit onzinreferendum. Maar hij vroeg tegelijkertijd wel 40.000 euro aan voor een Oekraïne-factchecker en kreeg die toegewezen. Ook als je niet gaat stemmen is het immers fijn om te weten of al die meningen in een discussie die niet gevoerd zou moeten worden wel kloppen.

Voor de radiospotjesmakers, flyerontwerpers, wc-rolbedrukkers, websitebouwers, stellingbedenkers en stemhokjesfabrikanten van ons land heeft het associatieverdrag zich in ieder geval reeds bewezen. Dat hoef je niet eens te checken.