Negatieve rentes? Olie op het vuur, zul je bedoelen

Zo, eindelijk eens een positieve beursweek, wat de koersen betreft althans. Dat hadden we wel nodig na alle ellende van de afgelopen tijd. In het kielzog van de olieprijzen toonden de aandelenmarkten wat herstel. Is de kou daarmee uit de lucht en kunnen we ons opmaken voor een rustig voorjaar?

Helaas niet. Eigenlijk is er niets veranderd en vooral op het rentevlak ligt meer onzekerheid op de loer. De kritiek op de negatieve rentes die door tal van centrale banken in de wereld is ingevoerd zwelde deze week flink aan.

De oplossing van de centrale bankiers om de economie aan te jagen zou volgens de critici juist het probleem kunnen zijn en de oorzaak van nervositeit op de beurzen. Men vreest dat de centrale banken met de invoering van negatieve rentes olie op het vuur gooien en het vertrouwen in het kapitaal ondermijnen.

Met de negatieve rentes bevinden we ons op nieuw economisch terrein. Niemand weet met zekerheid hoe dit gaat uitpakken. En waar ligt de grens? Hoe negatief kan de rente worden voordat spaarders massaal hun geld van de bank gaan halen en onder het matras stoppen. Het beleid zorgt ervoor dat meer geld zwervend op zoek gaat naar rendement en de volatiliteit op de nerveuze financiële markten alleen maar toeneemt. Want waar moet je heen met je geld?

Het principe van een negatieve rente is simpel. Hoe lager de rente hoe meer stimulans voor de bedrijfsinvesteringen en de consumentenbestedingen. In de praktijk valt dit echter tegen. Banken gaan niet meteen met kredieten strooien omdat ze moeten betalen om geld bij de Europese Centrale Bank (ECB) te stallen.

Banken lenen alleen geld uit als ze het vertrouwen hebben dat de lening ook wordt terugbetaald. Ook hebben de banken nog genoeg rotzooi op de balans staan door de financiële crisis en zijn ze veel voorzichtiger geworden. Daarnaast staan de rente-inkomsten van de banken, verzekeraars en pensioenfondsen juist onder druk door de negatieve rentes.

Ook de consument trekt niet meteen zijn spaarrekening leeg om grote aankopen te doen omdat hij geen rente meer ontvangt. De gedachte achter sparen is juist om consumptie uit te stellen voor de toekomst. Ook hierbij speelt vertrouwen een grote rol. Hoe minder vertrouwen men heeft in de financiële toekomst hoe groter de neiging om geld opzij te zetten. En de negatieve rentes leiden juist alleen maar tot meer onzekerheid en minder vertrouwen.

In de praktijk lijken negatieve rentes vooral te werken om de waarde van de munt van een land laag te houden. Een goedkopere munt is goed voor de export. Maar als iedereen het doet krijg je een valuta-oorlog en die funest is voor de wereldhandel.

In navolging van Denemarken, Zweden, Zwitserland en de eurolanden ging Japan eind januari ook overstag en voerde een negatieve rente in. Dit werd door velen gezien als een teken dat het programma van de Japanse regering om de stagnerende Japanse economie uit het sloop te trekken is uitgewerkt en de Japanse centrale bank wanhopig is geworden.

Kredietbeoordelaar Moody’s waarschuwde deze week dat het arsenaal van de centrale banken en overheden om een wereldwijde groeivertraging aan te pakken uitgeput raakt. Het vertrouwen in de maatregelen van de centrale banken neemt daardoor steeds meer af en de negatieve rente wordt meer en meer beschouwd als een beleidsinstrument met veel risico’s dat niet in staat is om groei of inflatie aan te wakkeren.

Ondanks alle kritische geluiden over de negatieve rente wist Zweden deze week toch een succesje te boeken met dit gewraakte beleidsinstrument. De inflatie in het land nam voor het eerst sinds de introductie van de negatieve rente in het land toe en bereikte het hoogste peil sinds 2012. Zweden betaalt wel een hoge prijs voor deze inflatie. De huizenprijzen in Stockholm rijzen de pan uit en er lijkt een nieuwe huizenmarktbubbel te ontstaan. Ook in Denemarken schieten de huizenprijzen de lucht in door de goedkope hypotheken.

Een van de redenen waarom de negatieve rente in Zweden enigszins lijkt te werken en niet iedereen zijn geld van de bank haalt is het feit dat 95 procent van het dagelijkse betalingsverkeer via betaalkaarten ofwel giraal gaat. Met contant geld kun je op veel plekken gewoonweg niet betalen.

De discussie over het afschaffen van het 500 eurobiljet komt daarmee in een ander daglicht te staan. Het uit de roulatie halen van dit biljet, dat door 60 procent van de Europeanen nog nooit is gezien, is bedoeld om criminele activiteiten te bestrijden. De hoge coupure zou vooral worden gebruikt bij drugsdeals, witwassen en smokkel. Een miljoen euro in biljetten van 500 kun je makkelijk in een koffertje kwijt. Dat scheelt heel wat gesjouw.

Maar dit geldt ook voor spaarders. Je hebt geen kingsize-matras nodig om je spaargeld in briefjes van 500 te verstoppen. Is dat niet de werkelijke reden voor het afschaffen van het spookbiljet. Is de jacht op contant geld nu geopend? Weg met cash, zodat de rentes zonder gevaar van een run naar de pinautomaat verder omlaag kunnen. Het blijven rare economische tijden.