De kerk als ontspanning, dat is niets nieuws voor voetballers

Arnon Grunberg deed woensdag in zijn voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant een oproep aan Nederlandse profvoetballers. De schrijver annex opiniemaker had in een interview van Willem Vissers met PSV-voetballer Jeffrey Bruma gelezen dat laatstgenoemde ontspant door naar de kerk te gaan. Grunberg hoopt dat ‘we binnenkort meer profvoetballers in de kerk zullen zien’. 

“De kerk als ontspanning, dat is weer eens wat anders dan een voetballer die in dure auto’s rijdt of die een hoed draagt waarover bij gebrek aan ander nieuws uitvoerig wordt gesproken,” schrijft Grunberg. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid doelt hij op een jongeling die zijn geld tegenwoordig bij elkaar voetbalt in Manchester: Memphis (Depay), binnen een jaar verworden van redder tot paria van de voetbalnatie.

Het grote publiek maakte anderhalf jaar geleden kennis met het talent, dat toen nog een jeugdige frisheid werd toegedicht – het kan hard gaan. Tijdens het wereldkampioenschap in Brazilië fungeerde Memphis als talisman van Louis van Gaal, de man die hem onlangs degradeerde naar het tweede elftal. Als invaller scoorde de aanvaller het winnende doelpunt in het groepsduel met Australië. Na afloop van de wedstrijd viel Memphis op zijn knieën en wees naar de lucht. Hij bedankte zijn opa en, juist, God.

Er is een periode geweest waarin ik als jonge voetballer bukte als ik het veld op liep, een plukje gras uit de grond trok en dit in een kruisbeweging langs mijn hoofd, buik en beide schouders bracht. Soms gaf ik het gras nog een kusje om vervolgens naar de hemel te wijzen. Niet omdat ik zo gelovig ben – het katholicisme is gestopt bij mijn ouders – maar omdat ik het mijn voorbeelden keer op keer had zien doen.

Hand van God
Juist in het voetbal is het geloof nadrukkelijk aanwezig. Sander de Kramer maakte voor de EO een serie over religie en voetbal, met de veelzeggende titel Hand van God, naar het beroemde doelpunt van Diego Armando Maradona. Voor zijn programma sprak De Kramer met voetballers die geloven (dat zij een groot deel van hun succes te danken hebben aan God). Natuurlijk kwamen daarin Mexicanen, Zuid-Afrikanen en voetballers uit de Balkan aan het woord, landen waar het geloof een prominentere plaats inneemt dan in het volgens Grunberg ‘al te geseculariseerde Nederland’. Toch spraken ook Bruma, Georgino Wijnaldum en Piet Velthuizen over hun band met God in Hand van God.

Bovengenoemde voorbeelden zijn geen uitzonderingen. Neem de groep met spelers die onlangs deel uitmaakten van de selectie van het Nederlands elftal of daar een gerede kans op maken. Behalve Bruma, Wijnaldum en Memphis hangen ook Wesley Sneijder, Quincy Promes, Anwar El Ghazi, Eljero Elia, Stefan de Vrij, Terence Kongolo, Ibrahim Afellay en Kenneth Vermeer een geloof aan. Allemaal grootverdieners met mooie auto’s en dure kleren die het EK misten.

Hoe mooi en goedbedoeld de gedachte van Grunberg misschien ook is, de oplossing voor het probleem van ‘verwende voetballers’ hoeven we niet te zoeken bij een God.