Schrikbarend: aantal (doelbewuste) aanslagen op hulpverleners in Syrië

De Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Physicians for Human Rights heeft in kaart gebracht wat de tol is die hulpverleners in het Midden-Oosten, en met name Syrië, betalen voor hun werk. De conclusie is schrikbarend.

Niet alleen werken de hulpverleners onder moeilijke en gevaarlijke omstandigheden, ze worden zelf steeds vaker het doelwit van oorlogsgeweld. Volgens Physicians for Human Rights worden hulpverleners in conflictgebieden doelbewust en gericht belaagd om de medische infrastructuur en hulp aan burgerslachtoffers onmogelijk te maken.

Physicians for Human Rights analyseerde (het onderzoek is hier te lezen in pdf) geweldsuitbarstingen tegen hulpverleners en hun voorzieningen, waarbij in het bijzonder de situatie in Syrië tussen maart 2011 tot en met november 2015 is onderzocht. In Syrië lieten bijna 700 hulpverleners het leven bij 336 gecoördineerde aanvallen, stelt het onderzoek. Physicians for Human Rights stelt daarbij dat bij de beschietingen van burgers of burgerdoelen zoals ziekenhuizen en scholen sprake is van een moedwillige en rechtstreekse schending van het oorlogsrecht. Ook zouden medisch materiaal en geneesmiddelen op grote schaal door Syrische regeringstroepen in beslag worden genomen.

Bij de 336 gedocumenteerde beschietingen kwamen 246 medische voorzieningen, soms meermaals, onder vuur te liggen. Vooral in 2015 was het raak, met meer dan 100 geweldplegingen tegen hulpverleners en de faciliteiten die ze nodig hebben voor hun werkzaamheden.

Schuld
Volgens Physicians for Human Rights maken vooral Syrische regeringstroepen en hun bondgenoten zich aan deze misdaden schuldig. Tot die bondgenoten behoren ook de in de regio aanwezige Russische troepen die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan tussen de 15 en 28 aanvallen op medische infrastructuur. De Syrische regeringstroepen en Rusland worden eveneens beschuldigd van het bombardement op een AzG-ziekenhuis in het noorden van Syrië, eerder dit jaar. Daarbij kwamen meerdere hulpverleners om het leven.

Ook terreurgroep Islamitische Staat (IS) en andere terreurbewegingen – het Vrije Syrische Leger, de Jabhat al-Nusra-brigade en het Syrische Islamitische bevrijdingsfront – zouden verantwoordelijk zijn voor incidentele aanvallen op hulpverleners, meldt Physicians for Human Rights. In het onderzoek zijn eveneens de Amerikaanse bombardementen op een ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen in Kunduz, Afghanistan, (oktober vorig jaar) meegerekend. Daarnaast meldt PHR meerdere aanvallen op ziekenhuizen in Jemen, waar medische instellingen veelvuldig onder vuur komen te liggen.

De cijfers van Physicians of Human Rights laten zien dat vooral artsen in het Midden-Oosten slachtoffer zijn. Van alle hulpverleners die in Syrië gedood werden, was 32 procent arts. Ook verpleegkundigen en ander medisch personeel is zwaar getroffen: respectievelijk 21 en 18 procent van het aantal sterfgevallen. Daarbij werd meer dan de helft van de slachtoffers gedood door luchtaanvallen of door mortieren. 25 procent werd doodgeschoten. PHR stelt verder dat minstens 149 gezondheidswerkers geëxecuteerd of tot de dood gemarteld zijn door regeringstroepen.

Machteloos
Syrische regeringstroepen zouden doelbewust de medische infrastructuur in door tegenstanders gecontroleerde gebieden vernietigen en medisch personeel doden, een verklaring voor de schrikbarende cijfers. Dat zou blijken uit het geregistreerde gegeven dat ‘aangevallen ziekenhuizen op minstens 10 kilometer afstand van de frontlinie liggen. Ook liggen de beschoten medische faciliteiten niet in de nabijheid van een militaire site’, aldus Phyisicians for Human Rights.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties staat machteloos. Dit orgaan heeft de verantwoordelijkheid voor het inschakelen van het Internationaal Strafhof, de instantie die de schuldigen ter verantwoording moet roepen. Echter, de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad lijken er samen niet uit te komen: in het geval van Syrië liggen China en Rusland dwars en voor wat betreft de incidenten in Jemen kan de door Saoedi-Arabië geleide coalitie rekenen op dekking van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk.

En zij die de echte zorg dragen betalen de prijs.