De Oscars: ‘Een spelletje. Je moet het vooral niet te serieus nemen’

De Oscar is nog steeds verreweg de meest prestigieuze filmprijs die een mens kan krijgen. Maar hoe terecht is dat? De Academy die erover gaat is grotendeels wit, man en oud. ‘De Oscars hebben enorm veel aanzien. Maar dan met name bij mensen die niet al te veel van film weten.’

Meteen na de bekendmaking van de Oscarnominaties brak de verontwaardiging los: de uitreiking van de Academy Awards zou nog steeds vooral een feestje zijn voor witte mannen die films maken over witte mannen. Op Twitter werd onder de hashtag #OscarsSoWhite opgeroepen tot een boycot, omdat voor het tweede jaar op rij geen enkele zwarte acteur of regisseur was genomineerd. Er was, zoals gebruikelijk, ook geen enkele vrouwelijke filmmaker genomineerd.
Welkom bij de Oscars.


De critici hebben wel een punt. Van de bijna drieduizend Oscars die sinds 1929 zijn uitgereikt, kwamen er slechts een dertigtal in zwarte handen terecht. In de hele geschiedenis van de Academy Awards heeft maar één zwarte regisseur de prijs voor beste film gekregen – de Britse filmmaker Steve McQueen voor 12 Years a Slave. Slechts vier zwarte mannelijke hoofdrolspelers zijn verkozen tot beste acteur. Sidney Poitier was de eerste en het duurde bijna veertig jaar voor Denzel Washington in 2002 de tweede werd. Datzelfde jaar was Halle Berry de eerste zwarte vrouw die een Oscar kreeg voor beste actrice. Ze is tot dusver trouwens ook de laatste.
En als het gaat om vrouwelijke filmmakers, is de oogst ook opmerkelijk mager. Kathryn Bigelow is de enige vrouw die de Oscar voor beste regisseur won. Dat was in 2010 en ze kreeg hem voor de The Hurt Locker, een film, overigens, met uitsluitend mannelijke hoofdrolspelers.
Te weinig zwarten en te weinig vrouwen, maar de meest gehoorde klacht betreft het soort films dat telkens weer in de prijzen valt. Als je als regisseur je zinnen op een Academy Award hebt gezet, kun je het best een groots opgezet historisch drama maken of een liefdesgeschiedenis waarbij de zakdoeken uit de kast kunnen. Of misschien iets met familie – maar niet al te gewaagd.
Er worden zeker uitstekende films met Oscars bekroond – zie bijvoorbeeld de winnaar van vorig jaar: Birdman – maar het zijn toch vaak nogal veilige publieksfilms. Het is veelzeggend dat een groots opgezette kaskraker als Titanic de meeste Oscars aller tijden heeft gewonnen – elf om precies te zijn.
Bij de Oscar voor de beste acteur lijken uitmuntende acteerprestaties lang niet altijd de doorslaggevende factor te zijn. Een middelmatig acteur als Tom Hanks won in de jaren negentig twee keer achter elkaar een Oscar – een zeldzaamheid in de geschiedenis van de Academy Awards. Terwijl een icoon als Al Pacino moest wachten tot hij over de vijftig was om na vele gedenkwaardige rollen eindelijk te worden bekroond voor schmierwerk in het weinig opzienbarende Scent of a Woman. Ook opmerkelijk: boven aan de lijst van Academy Award-winnende acteurs staat Daniel Day-Lewis, met drie Oscars. Geen onverdienstelijk acteur, maar toch beslist niet een van de grootste.
Critici roepen al jaren dat niet de artistieke kwaliteit, maar vooral de publiciteitscampagnes, waar de studio’s miljoenen dollars in pompen, bepalend zijn voor wie een Oscar krijgt. Daar moet een kern van waarheid in zitten. Lang niet alle leden van de Academy for Motion Picture Arts and Sciences hebben de tijd om alle films van het voorafgaande jaar te bekijken. Ze moeten een keuze maken en die keuze wordt hoe dan ook beïnvloed door publiciteitscampagnes, traditiegetrouw vergezeld van de elegante zinsnede: for your consideration.
Maar de Academyleden laten zich beslist niet alleen leiden door marketing. Er zijn ook allerlei andere overwegingen. Gaat het om een acteur die vorig jaar is gepasseerd? Is er sprake van een ster die op het moment heel populair is? Is het iemand die al jaren in de wacht staat en nu toch echt eens aan de beurt moet zijn? Wordt in de film een onderwerp aangesneden dat dit jaar erg in de belangstelling staat of op sympathie van de filmwereld kan rekenen? Een opvallend fenomeen bij de Oscars is ook dat acteurs die een ‘kunstje’ doen er vaak met de prijs vandoor gaan. Het loont in Hollywood om iemand met een handicap te spelen (Daniel Day-Lewis), een autist (Dustin Hoff man), een stotteraar (Colin Firth) of iemand met een vreemd accent (Meryl Streep). En toen Pacino eindelijk zijn lang verbeide Oscar kreeg, was dat nadat hij een blinde oud-militair had gespeeld.

“Het opmerkelijkste aan de Oscars is dat iedereen ze zo belangrijk vindt,” zegt NRC-televisierecensent Hans Beerekamp, die jarenlang actief was als filmjournalist. “In wezen zijn de Oscars niet meer dan een populariteitsverkiezing in Hollywood. Vaak wordt zelfs gezegd: een populariteitsverkiezing onder bejaarde, mannelijke inwoners van Hollywood.”
Hoe zit dat dan? Zoals gezegd, worden de Oscars uitgereikt door de leden van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences. Om lid te worden van die organisatie moet je werkzaam zijn in de filmindustrie en daartoe worden uitgenodigd door de Board of Governors. Dat kan alleen als je genomineerd bent voor een Oscar of wordt voorgedragen door twee vakbroeders. Het zijn dus alleen mensen die goed geworteld zijn in de filmindustrie die bepalen wie er een Oscar krijgt. De overgrote meerderheid van hen werkt in Hollywood.
De samenstelling van de Academy vormt een perfecte afspiegeling van de door witte mannen gedomineerde Amerikaanse filmindustrie. Volgens cijfers uit 2012 is 94 procent van de Academyleden wit en 77 procent mannelijk. Academyleden hebben een gemiddelde leeftijd van 63 jaar. Geen wonder dat de prijzen vooral gaan naar wat oudere witte mannen mooi vinden.
Volgens Beerekamp hebben ook alleen ouderen de tijd om alle films te kijken die in het voorafgaande jaar zijn gemaakt: “En die hebben natuurlijk een wat conservatieve smaak. Jongere mensen die volop aan het werk zijn en die zich bewegen tussen wat avantgarde, hip en trendy is, hebben geen tijd om al die films te zien.”
Dat geldt volgens hem helemaal als het gaat om de Oscar voor de beste buitenlandse film. “Je moet echt met pensioen zijn om ook nog eens alle buitenlandse films te bekijken. En dan zie je dus dat een Spaanse flutfilm over een romance tussen twee tachtigplussers een Oscar krijgt.”
Dat zo weinig zwarten en vrouwen in de prijzen vallen is volgens hem geen bewust racistisch of seksistisch beleid van de Academy – die trouwens sinds 2013 een zwarte, vrouwelijke voorzitter heeft: marketing executive Cheryl Boone Isaacs. Het is vooral te wijten aan het feit dat er in Hollywood nog steeds weinig zwarte en vrouwelijke fi lmmakers rondlopen. “Het zijn toch vooral nog steeds witte mannen die films maken.”
“Het is een conservatieve wereld die door mannen wordt gedomineerd,” zegt ook filmjournalist René Mioch, die al zo’n dertig jaar verslag doet van de Oscaruitreiking. “Maar dat is wel aan het veranderen. Je ziet bijvoorbeeld steeds meer vrouwelijke studiohoofden.”

De uitreiking van de Academy Awards begon ooit, in 1929, nogal bescheiden, met een diner in een hotel ergens in Los Angeles. De ceremonie nam iets van een kwartier in beslag, er waren een paar honderd mensen en alleen leden van de schrijvende pers aanwezig. Sindsdien is de Oscaruitreiking uitgegroeid tot een evenement met cultstatus, dat in tweehonderd landen op televisie te volgen is. Een Academy Award is onbetwist de meest prestigieuze filmprijs die je kunt krijgen.
“Het komt op je grafsteen te staan,” zegt Beerekamp. “Het heeft enorm veel aanzien. Maar dan met name bij mensen die niet al te veel van film weten. De Oscars zijn vooral een prettig oriëntatiepunt voor leken. Als je meer over fi lm weet, relativeer je die prijs. Het zegt wel iets natuurlijk, want het is een vakprijs door peers. Het is niet zo dat die prijs helemaal niets voorstelt. Het stelt iets voor omdat het zoveel invloed heeft. Maar of het betekenis heeft, daar kun je vraagtekens bij zetten.”
“Eigenlijk is het een heel lokaal feestje. Want al die sterren wonen gewoon om de hoek,” relativeert René Mioch. “Er is in wezen niet zo’n enorm verschil tussen de Oscaruitreiking en de uitreiking van de Gouden Kalveren.”
Waarom de Oscars, ondanks alle kritiek en het dédain van de intellectuele filmpers, toch tot zo’n invloedrijke prijs is uitgegroeid, heeft volgens hem met de ‘magie van Hollywood’ te maken. “Hollywood is een enorme industrie. Glamour en sterrendom worden in Amerika veel meer gewaardeerd. En George Clooney en Meryl Streep spreken gewoon veel meer tot de verbeelding dan Monique van de Ven en Carice van Houten, want die kunnen we gewoon op de markt tegenkomen.”
Volgens Beerekamp is het vooral de televisie die de Oscaruitreiking tot zo’n prestigieus evenement heeft gemaakt. In 1953 werd de ceremonie voor het eerst uitgezonden, vanuit twee locaties, Hollywood en New York. “En dat was meteen een enorme sensatie. Monden vielen open van verbazing. Zo’n show, met zo veel sterren, dat was nog nooit vertoond. Die televisieshow is in de loop der tijd een soort ritueel geworden dat alle Amerikanen kennen. Ze hebben er een beetje een hekel aan omdat het zo lang duurt, maar ze kijken toch. Het heeft mythische proporties gekregen. De gang van zaken rond de Oscars wordt ook bij veel andere prijsuitreikingen geïmiteerd.”
Maar de invloed van de Oscar kent zijn beperkingen. Zo is er bijvoorbeeld het fenomeen van de zogenoemde Oscar-jinx. Voor de winnaar zou de deur naar nog meer succes niet wijd openzwaaien, zoals je zou verwachten, maar het zou juist akelig stil worden in zijn villa in de Valley. Hij wordt niet meer benaderd, omdat iedereen denkt dat hij het wel te druk zal hebben of te duur zal zijn geworden.
Een van de acteurs die aan de Oscar-jinx ten prooi lijkt te zijn gevallen, is Halle Berry. Na haar triomf in Monster’s Ball kwam ze onder meer voorbij als bondgirl in Die Another Day en speelde ze de hoofdrol in het jammerlijk geflopte Catwoman. Ook Adrien Brody, ooit met 29 jaar de jongste acteur die een Oscar won, lijkt door de jinx getroff en: hij speelde na Roman Polanski’s The Pianist geen dragende rollen meer in films van betekenis.
“Ik heb nooit iets van een Oscar-jinx gemerkt,” zegt evenwel filmregisseur Marleen Gorris, die in 1996 voor Antonia een Oscar voor de beste buitenlandse film kreeg. “Ik kon daarna films in het buitenland gaan maken en dat was anders nooit gebeurd. Het ging heel snel. Opeens kende iedereen me. Ik kreeg allerlei aanbiedingen, waarvan er, zoals gebruikelijk, negen van de tien niet doorgingen. Maar er waren ook grote projecten die wel doorgingen. Ik heb met Vanessa Redgrave Mrs. Dalloway gemaakt en met John Turturro en Emily Watson The Luzhin Defence, bijvoorbeeld. Maar nu ik er over nadenk, ging die Oscar-jinx misschien wel op voor Nederland. Ik heb daarna niet veel aanbiedingen meer uit Nederland gekregen. In Nederland moeten mensen meer op geld letten, dus daar denken ze eerder: die zal nu wel te duur zijn. Maar goed, dat was geen probleem voor mij. Eigenlijk heb ik alleen maar genoten van het winnen van die prijs. Ik ben blij dat ik hem heb gehad.”

Anders verliep het voor die andere Nederlandse Oscarwinnaar, Mike van Diem. Hij kreeg in 1998 voor Karakter de Oscar voor de beste buitenlandse film, maar kwam pas vorig jaar weer met een speelfilm. “Maar dat was niet omdat hij geen aanbiedingen heeft gekregen, maar vanwege zijn eigen keuzes. Hij heeft zelfs een tijdlang gewerkt aan een film met Brad Pitt en Robert Redford, maar daar is hij van afgehaald omdat hij eigenwijs was,” zegt René Mioch. “Hij is trouw aan zichzelf gebleven en daardoor is zijn carrière zo gelopen.”
Van Diems carrière lijkt de waarheid te bewijzen van wat sommige Amerikaanse media-analisten beweren: dat het succes niet uit de Oscar zelf komt, maar uit de keuzes die de winnaar daarna maakt.
“Het blijft hoe dan ook een heel vluchtig gebeuren,” zegt Mioch. “Een week na de uitreiking moeten we hard nadenken over wie nou ook alweer gewonnen had. Je moet er echt heel erg je beroep van maken, wil je kunnen vertellen wie in 1972 de Oscar won.” De laatste ontwikkeling is een dalende lijn in het aantal mensen dat naar de Oscaruitreiking kijkt. Vorig jaar werd een dieptepunt bereikt met een afname in het aantal Amerikaanse kijkers van zestien procent. “Het is iets voor oudere mensen aan het worden,” zegt Beerekamp. “Jonge, hippe Amerikanen kijken er niet naar. De Oscaruitreiking is daar net zoiets als het Eurovisie Songfestival hier.”
Moeten we uit de teruglopende kijkcijfers de conclusie trekken dat de Oscars misschien ooit zullen verdwijnen? Beerekamp: “Gaat het Eurovisie Songfestival verdwijnen? Natuurlijk niet! Maar je moet niet denken dat het iets zegt over de krachtverhoudingen in de populaire muziek in Europa. Het is gewoon een spelletje. Je moet het vooral niet te serieus nemen.”/

Renate van der Zee