Jorien ter Mors: ‘Ik rijd knetterhard en heb het naar mijn zin’

Daar stond ze. Echt waar. Op het podium in Kolomna, tijdens de WK afstanden. Wereldkampioene op de 1.000. En twee dagen later volgde ook nog de 1.500 meter. De tranen kwamen. Jorien ter Mors (26) dacht terug aan het jaar waarin ze niet kon doen wat ze het liefste doet: schaatsen.

Ter Mors: “Als iemand mij dit van te voren op een blaadje gaf, dan had ik diegene voor gek verklaard. Een comeback maken, dat kost zoveel energie, vertrouwen en geduld van jezelf. Ik heb alleen maar durven dromen om zo terug te komen. Dit had ik nooit verwacht. En om dan op het bovenste treetje te staan, dat is een mooi moment.”

Want Ter Mors kwam van ver. Bijna een heel seizoen moest ze het zonder langebaanschaatsen en shorttrack stellen, na het succesvolle olympische jaar, waarin ze tweemaal goud won en bovendien vlaggendraagster was tijdens de openingsceremonie. Ze verloor haar vader en kampte met chronische mentale en fysieke vermoeidheid.

Nu wil ze meer van het moment genieten. “En ik heb geleerd betere keuzes te maken, verstandiger. Ik wil nog steeds alles aanpakken. Maar ik heb maar één lichaam en kan er maar één keer keihard mee schaatsen. Ik sta weer waar ik wil staan en ik wil niet meer treuren over wat gebeurd is.” Zwaar was het zeker. “Natuurlijk, ik heb wel gedacht: Jezus, dit is wel een heel lange weg. Hoe ga ik terug komen? Dan begin je te twijfelen, maar moet je vertrouwen houden. En dat heb ik gedaan. Anders was ik hier denk ik ook niet gekomen.”

Wapperende armen
Toch is ze nog niet terug op haar topniveau, zegt ze. Wat zou een honderd procent fitte Ter Mors dan wel niet kunnen uitrichten? “Nou, dat weet ik ook niet. Dat kunnen we dan pas zien hè”, antwoordt ze nuchter en frivool. De Enschedese begon vorig jaar april met ‘een nog lang niet volledig trainingsprogramma’. Nog steeds zijn wedstrijden haar tempotrainingen en ze hanteert bovendien extra herstelperioden. “Elke week word ik beter, ik groei naarmate het seizoen vordert, dus het herstel wordt ook elke keer een stapje beter.” ‘Heel efficiënt’ schaafde ze aan haar techniek. “Ik heb misschien minder op het ijs gestaan, maar wel optimaal gebruik gemaakt van de kwaliteit van de trainingen. Ik ben beter gaan schaatsen.”

Daarbij speelt die andere schaatsdiscipline immer een belangrijke rol. “Shorttrack werpt zijn vruchten af, he,” lacht Ter Mors. “De bochten op de lange baan beheers ik heel goed, het is mijn sterkste punt misschien wel.” Dáár was het contrast groot met de Amerikaanse Heather Richardson en Brittany Bowe die zich tijdens het WK op beide afstanden aan haar zijde schaarden op het ereschavot. Waar met name Bowe zich met wapperende armen door de bochten worstelde, sneed Ter Mors vlak langs de rode blokjes. Volle bak, zonder ontzag voor zwaartekracht. “Technisch is mijn houding heel goed in de bochten, waardoor ik mijn slagen optimaal kan benutten. En een flinke snelheid genereer.”

Die kleine bochtjes
Daarom zou ze niet kunnen kiezen tussen beide schaatsdisciplines. “Ik vind beide heel mooi, heb voor beide een passie.” Shorttrack noemt ze een tactisch spelletje. “Het is niet alleen: jongens, we trainen hard en de snelste wint. Je moet ook gewoon heel slim zijn, behendig. Zo plat mogelijk door die kleine bochtjes. En je hebt natuurlijk allemaal mensen op de baan waarbij je binnendoor of buitenom moet schaatsen of die je achter je probeert te houden.” Bij shorttrack komt veel meer kijken dan op de langebaan. Op een goede dag kan Ter Mors eerste worden, maar ook tiende. “Ja, makkelijk. Je kunt zo onderuit geschaatst worden of tactisch een verkeerde beslissing maken.”

In Sotsji won ze al Olympisch goud op de 1.500 meter langebaan. En ook met de ploegenachtervolging volgde het hoogste podium. Bij shorttrack greep ze net naast de prijzen. In 2018 wil Ter Mors die leemte vullen. “Ik shorttrack nu al jaren, ben ermee opgegroeid. Ik wil daarbij ook een keer op het hoogste treetje staan. Jezelf de beste van de wereld kunnen noemen. Daar train je uiteindelijk voor.”

Dafne Schippers
Toch werd al veelvuldig de vergelijking gemaakt met atlete Dafne Schippers, die de meerkamp beetje bij beetje verruilde voor de sprint. Ze hakte de knoop door en won zilver op de 100 meter en goud op de 200 meter in Peking. Maar Ter Mors wil van geen knopen hakken weten. “Dafne Schippers doet alleen wedstrijden in de sprint. Zij is echt niet plotsklaps anders gaan trainen. Ik laat zien dat het werkt, ik rijd knetterhard, heb het naar mijn zin, heb plezier. Waarom zou ik een winning mood veranderen? Misschien werkt dat wel helemaal niet voor mij.”

Zelfs niet als de valpartijen blijven komen of prestaties uit blijven? “Maar dat hóórt ook bij de sport. Dat kan gewoon gebeuren.” Nee, dus. “Ik beleef heel veel plezier als ik beide disciplines beoefen. Daarvan ga ik ook harder schaatsen.”

Het liefst schitterde ze op drie WK’s achter elkaar. De afstanden, de sprint én shorttrack. Die laatste gaat helaas aan haar voorbij. Yara Kerkhof en Suzanne Schulting hebben meer en betere resultaten in de recente wereldbekerwedstrijden. Dat Ter Mors nationaal kampioen werd in december telt minder zwaar. Ze betreurt het, maar kiest nu datzelfde weekend gewoon voor de langebaan wereldbekerfinale in Heerenveen.

Eerst het WK sprint, in Seoul. “Weetje, het is een nieuwe wedstrijd. Iedereen staat daar op nul aan de start. We zien het wel. Ik ga gewoon zo hard mogelijk rijden. Het is belangrijk dat je vier goede races neerzet en geen fouten maakt.”

Weer die Twentse nuchterheid.