Met deze feiten over de Oscars imponeer je al je vrienden

Al 87 jaar worden er Oscars uitgereikt, en net zo lang zijn de onderscheidingen onderwerp van controverse. Veel voortreffelijke acteurs en regisseurs hebben er nooit een gekregen, actrices vallen opmerkelijk vaak in de prijzen voor een rol als prostituee, en dankwoorden worden nogal eens aangegrepen voor politiek commentaar. Alles wat u altijd heeft willen weten over de Academy Awards.

De eerste Oscaruitreiking, op 16 mei 1929, werd gehouden op een moment dat het publiek nog maar net had kennisgemaakt met het fenomeen talkies. De organisatie greep de gelegenheid aan om een speciale onderscheiding uit te reiken aan de allereerste geluidsfilm The Jazz Singer. De twee jaar eerder opgerichte Academy of Motion Picture Arts and Sciences – die het evenement organiseerde – telde nog maar enkele tientallen leden. Spannend was het ook al niet: de winnaars waren enkele maanden eerder al bekendgemaakt.

Er werden onderscheidingen in twaalf categorieën uitgedeeld, waarbij voor beste film een onderscheid werd gemaakt tussen drama’s en komedies. 1929 was het eerste en meteen ook laatste jaar waarin nog een Oscar voor Best Title Writing werd uitgereikt – de prijs voor de teksten in stomme films. Controverses waren er van meet af aan. Critici klaagden dat Buster Keatons meesterwerk The General geen enkele nominatie had gekregen. Bij de volgende uitreiking werd de organisatie partijdigheid verweten. Aanleiding was de Oscar die Mary Pickford won voor haar eerste sprekende film – Coquette. Zij was de echtgenote van Douglas Fairbanks, voorzitter en medeoprichter van de Academy. Om de lange tijd die tussen uitkomst van de film en prijsuitreiking verstreek in te korten, werd in 1930 bij wijze van inhaalmanoeuvre twee keer een Oscaruitreiking in één jaar georganiseerd. Het aantal categorieën werd teruggebracht tot zeven, maar zou in de loop der jaren weer stevig groeien. Zo werden in 1934 de categorieën montage, filmmuziek (scoring) en beste song toegevoegd. In 1936 volgden onderscheidingen voor beste mannelijke en vrouwelijke bijrollen. In 1939 werd voor het eerst een Oscar voor beste visuele effecten uitgereikt; twee jaar later werd de categorie ‘beste documentaire’ ingevoerd en in 1981 kwamen er Oscars voor make-up. De meest recente toevoeging – sinds 2001 – is de Oscar voor lange animatiefilms. De meest onzinnige (dan wel arbitraire) Oscar is vermoedelijk die voor beste regie-assistent die in de jaren 1933-1937 werd uitgereikt. Niet omdat een regie-assistent geen waardevolle bijdrage aan een film zou kunnen leveren, maar omdat slechts een handjevol ingewijden kan beoordelen wat het aandeel van zo’n assistent is geweest.

Buitenlandse films
Dat Hollywood een ietwat moeizame verhouding met buitenlandse films heeft, moge ook blijken uit het beleid van de Academy. De toekenning van Oscars is tot op de dag van vandaag een overwegend Amerikaanse aangelegenheid. Het heeft tot 1956 geduurd voor de Academy op het idee kwam om een Oscar in het leven te roepen voor niet-Engelstalige films. Voor die tijd mochten buitenlandse (dan wel niet-Engelstalige) films weliswaar in alle categorieën meedingen, maar in de praktijk leverde dat zelden nominaties op. Dat het Franstalige La Grande Illusion (1937) van Jean Renoir voor beste film genomineerd werd, was een opmerkelijke primeur. De eerstvolgende keer dat een niet-Engelstalige film dat overkwam was 32 jaar later met Z van Costa-Gavras. Het ingewikkelde reglement voor niet-Engelstalige films leidt soms tot merkwaardige en aanvechtbare beslissingen. Zo worden regelmatig films gediskwalificeerd omdat ze niet tijdig in Los Angeles vertoond zouden zijn. Ook over de gesproken talen wordt veel gesteggeld. George Sluizers thriller Spoorloos (1988) zou een aardige kans op een nominatie hebben gehad als de fi lm niet was gediskwalificeerd. De reden? Er wordt meer Frans dan Nederlands in gesproken. Curieus is ook de gang van zaken rond de Braziliaanse film Cidade de Deus (Stad van God) die in 2002 niet goed genoeg werd bevonden om mee te dingen met de beste niet-Engelstalige films. Nadat de juichende kritieken ook tot de VS waren doorgedrongen, sleepte de film een jaar later alsnog vier (!) Oscarnominaties in de wacht. Dat bleek mogelijk omdat de film in 2002 nog niet in de VS in roulatie was gebracht.

Procedure
Na een rommelige aanloop werd in 1934 besloten de onderscheidingen voortaan toe te kennen aan films die in het voorgaande kalenderjaar werden uitgebracht. Criterium voor deelname is verder dat een film tenminste één week gedraaid moet hebben in een bioscoop in Los Angeles. Veel filmproducenten die hun hoop op een Oscarnominatie hebben gevestigd, beperken de uitbreng van een film sindsdien welbewust tot één of twee exemplaren. Als de gedroomde nominatie daadwerkelijk in de wacht wordt gesleept, wordt de film in het voorjaar opnieuw uitgebracht maar dan met veel meer exemplaren en begeleid door veel publicitair klaroengeschal.

De beeldjes
De Oscarbeeldjes zijn gemaakt van een legering van metalen genaamd ‘britannium’ en voorzien van een laagje goud. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de beeldjes – om zo min mogelijk metaal aan de oorlogsindustrie te onttrekken – van gips gemaakt. Bij één enkele gelegenheid werd een houten Oscar uitgereikt, als speciale onderscheiding (in 1938) voor Edgar Bergen, die furore had gemaakt met zijn sprekende pop Charlie McCarthy. Deze uitreiking viel ongelukkigerwijs samen met de toekenning van een Oscar (voor Pygmalion) aan een van de belangrijkste toneelschrijvers van de twintigste eeuw: George Bernard Shaw. Die liet zich laatdunkend uit over het eerbetoon (“Hadden ze soms nooit eerder van me gehoord? Waarschijnlijk niet.”). Na het overlijden van Shaw werd zijn woning een museum. De conservator – geen groot fi lmlie§ ebber – meende dat het inmiddels zwart uitgeslagen beeldje weinig waarde had en gebruikte de Oscar van Shaw geruime tijd als deurstopper.
Oscarbeeldjes zijn geliefde verzamelobjecten voor rijke filmliefhebbers die bereid zijn er vele tonnen voor neer te tellen. De Oscar die Michael Curtiz als regisseur van Casablanca won, heeft onlangs op een veiling meer dan twee miljoen dollar opgebracht en Michael Jackson telde kort voor zijn overlijden nog anderhalf miljoen dollar neer voor de Oscar voor beste film die Gone with the Wind won. Het aanbod is zeer beperkt, aangezien in 1951 reeds een wet werd aangenomen die Oscarwinnaars en hun nazaten en erfgenamen verplicht hun trofee voor een bedrag van tien dollar aan de Academy aan te bieden alvorens de vrije markt op te gaan. Naar verluidt is er een omvangrijk zwart circuit waarin Oscarbeeldjes verhandeld worden zonder dat daar ruchtbaarheid aan gegeven wordt.

Vrouwen
Nora Ephron, regisseur van onder meer Sleepless in Seattle, hield in 1996 een lezing waarin ze vaststelde dat er in de loop der jaren weliswaar steeds meer vrouwelijke filmmakers actief zijn geworden, maar dat het alleen maar lastiger werd om een film over vrouwen te maken. Ter illustratie wees ze op de Oscars: “Look at the parts the nominated actresses played this year – hooker, hooker, hooker, hooker and nun.” Hoewel Ephron de nominaties voor hoofd- en bijrollen voor het gemak op één hoop had gegooid, waren er dat jaar inderdaad opmerkelijk veel actrices genomineerd voor een rol als prostituee. De Academy kan in dat opzicht terugkijken op een lange traditie: de allereerste Oscar die aan een vrouw werd uitgereikt, ging naar Janet Gaynor voor haar rol als een hoertje in Street Angel. Daarna wonnen Elisabeth Taylor (Butterfield 8), Jane Fonda (Klute) en Charlize Theron (Monster) een Oscar voor rollen als prostituee. Audrey Hepburn, Shirley MacLaine, Jodie Foster en Julia Roberts schopten het niet verder dan een nominatie voor hun rollen in respectievelijk Breakfast at Tiffany’s (1961), Irma la Douce (1963), Taxi Driver (1976) en Pretty Woman (1990). Volgens een onderzoek van de BBC zou maar liefst twaalf procent van de Oscars voor beste actrice in de loop der jaren naar rollen als hoer dan wel maîtresse zijn gegaan.

Politiek
In 1948 werd een speciale Oscar uitgereikt aan de Italiaanse film Sciuscià (Schoenpoetser) van Vittorio De Sica. De organisatie memoreerde dat de film tot stand was gekomen in een land dat nog gebukt ging onder de vernielingen van de Tweede Wereldoorlog, maar De Sica had toch maar mooi bewezen dat ‘the creative spirit can triumph over adversity’. Daarmee maakte de Academy een nadrukkelijk verzoenend gebaar naar de voormalige vijand. Het voorval staat niet op zichzelf. In 1942 won Moscow Strikes Back de Oscar voor beste documentaire. De film toonde hoe de Russen voortvarend bezig waren Hitlers troepen uit de Sovjet-Unie te verdrijven. De Oscar mocht worden opgevat als een steunbetuiging aan een (zeer recente) bondgenoot in de strijd. Dat de relatie na 1945 al snel weer bekoelde, valt terug te zien in de Oscargala’s, waar de Russen gedurende vrijwel de gehele Koude Oorlog schitterden door afwezigheid. Aan het begin van de jaren zestig leek dat even te veranderen toen staatskrant Izvestia zich met de toekenning van Oscars begon te bemoeien en verontwaardigd betoogde dat Fellini’s La dolce vita veel beter zou zijn dan het met tien Oscars onderscheiden West Side Story. Merkwaardig aan deze kritiek was dat La dolce vita niet in de Sovjet-Unie vertoond mocht worden. In 1963 kwam de Sovjet-Unie zowaar met een officiële inzending voor de dag. Toen Tarkovski’s De jeugd van Ivan echter geen nominatie wist te behalen, verdampte de Sovjetinteresse weer. Bij een nieuwe poging in 1968 was het wel raak toen Oorlog en vrede de Oscar voor beste niet-Engelstalige film won. Speelde daarbij wellicht een rol dat de Koude Oorlog zijn scherpe randjes begon te verliezen? Sindsdien wist de Sovjet-Unie nog twee keer een Oscar te winnen, waarbij de meest opmerkelijke wel Dersu Uzala (1975) was – een ontdekkingstocht door Siberië, geregisseerd door de Japanse grootmeester Akira Kurosawa. Het zou overigens nog tot 1989 duren voordat de Russische staatstelevisie besloot de Oscaruitreiking uit te zenden.
Hollywood heeft er op zijn beurt lang over gedaan om te herstellen van de wonden die het had opgelopen in de vroege jaren vijftig, toen senator Joseph McCarthy acteurs en filmmakers die van communistische sympathieën werden verdacht het werken onmogelijk maakte. De Academy ondernam daar niets tegen. Een schrijnend geval is Dalton Trumbo, een van de ‘Hollywood Ten’, die als scenarist van Roman Holiday een Oscar misliep. Wegens vermeende ‘on-Amerikaanse activiteiten’ werd zijn naam van de credits verwijderd, waarna de Oscar aan coscenarist Ian McLellan Hunter werd toegekend. Het duurde tot 1993 voor de Academy deze misstap herstelde door Trumbo – postuum – alsnog de Oscar toe te kennen waar hij recht op had.
Charlie Chaplin, die zich in 1952 genoodzaakt zag de VS te verlaten omdat hij verdacht werd van communistische sympathieën, smaakte in ieder geval nog het genoegen zijn rehabilitatie zelf bij te wonen. De Academy had dan ook heel wat goed te maken tegenover een van de grootste filmmakers van de twintigste eeuw. Het gedoe begon al bij de allereerste Oscaruitreiking in 1929, toen Chaplin als beste acteur genomineerd werd voor The Circus (1928). De nominatie werd ingetrokken, waarna Chaplin ter compensatie een Honorary Oscar kreeg – een soort troostprijs. Geen nood: Chaplins hoogtijdagen moesten nog komen. Maar City Lights (1931) noch Modern Times (1935) noch The Great Dictator (1940) wist ook maar één Oscar te winnen. Na zijn verbanning begin jaren vijftig verklaarde hij nooit meer terug te zullen keren, maar hij kwam op dat besluit terug toen hij in 1972 een ere-Oscar kreeg voor zijn gehele oeuvre.
Om Chaplin naast zijn twee Honorary Awards tenminste ook nog één reguliere Oscar toe te kennen, werd in 1972 een truc verzonnen. De uit 1952 daterende film Limelight was nimmer officieel in de VS uitgebracht. Door dat in 1972 alsnog te doen, kon Chaplin meedingen naar een Oscar. Maar 1972 was een rijk filmjaar en het toekennen van de onderscheiding voor beste film, hoofdrol of regie aan Chaplin dreigde ten koste te gaan van The Godfather, Deliverance of Cabaret. Gelukkig stond hij óók nog op de aftiteling vermeld als een van de drie mannen die een bijdrage hadden geleverd aan de filmmuziek. En zo kon het gebeuren dat Chaplin ruim twintig jaar na het voltooien van Limelight een Oscar kreeg voor beste originele filmmuziek.
De naweeën van het McCarthy-tijdperk waren in 1998 nog voelbaar toen Elia Kazan een ere-Oscar in ontvangst nam. Dat de regisseur van klassiekers als On the Waterfront en East of Eden een groot filmmaker is, werd door niemand bestreden. Dat hem slechts een mager applausje ten deel viel, had te maken met de getuigenissen tegen vermeend communistische collega’s die Kazan bijna een halve eeuw eerder had afgelegd. Oscar-speeches worden met enige regelmaat benut om politieke statements te maken. Toen Marlon Brando voor de tweede keer een Oscar voor beste acteur won (voor zijn rol als Vito Corleone The Godfather) liet hij weten het uitreiken van onderscheidingen ongepast te vinden gezien de precaire toestand van de Native Americans in de VS. Brando had daartoe Sacheen Littlefeather afgevaardigd, een in Apache-outfit gestoken actrice van indiaanse komaf. Littlefeather werd later verweten zich veel indiaanser voor te doen dan ze in werkelijkheid was. Op haar beurt beweerde Littlefeather dat ze sinds haar speech op een zwarte lijst zou zijn geplaatst door de filmindustrie.
Bij de Oscaruitreiking van 1978 verbrandden aanhangers van de Jewish Defense League bij de ingang van het theater een pop die Vanessa Redgrave moest voorstellen, die de Oscar voor beste vrouwelijke bijrol had gewonnen voor haar rol in Julia. Redgrave – die het voor de Palestijnen had opgenomen – liet op haar beurt in haar dankwoord weten de Academy erkentelijk te zijn dat ze zich niet liet intimideren door ‘zionistisch tuig’.
Richard Gere, die in 1993 de Oscar voor beste artdirection mocht uitreiken, maakte van de gelegenheid gebruik om de Chinese onderdrukking van Tibet aan de kaak te stellen. In datzelfde jaar zagen Tim Robbins en echtgenote Susan Sarandon kans de Amerikaanse regering te gispen voor het opsluiten van Haïtiaanse aidspatiënten. Rumoerig was ook de speech die Michael Moore in 2003 hield, waarin hij de president (“Shame on you, Mr. Bush”) beschuldigde van het beginnen van een oorlog om ‘fictieve redenen’, om te eindigen met de constatering dat je maar beter kunt opstappen als zelfs de paus en the Dixie Chicks zich tegen je hebben gekeerd.

Buiten de boot gevallen
De lijst met grote filmmakers die stiefmoederlijk door de Academy zijn bedeeld, is lang. Dat Alfred Hitchcock in 1968 een Honorary Oscar kreeg uitgereikt, mag worden beschouwd als een goedmakertje voor het feit dat hij nooit een Oscar had gewonnen. De enige Oscar die Stanley Kubrick ooit kreeg, was er een voor visuele effecten. Andere filmmakers die nimmer een Oscar voor beste regie hebben gewonnen, zijn Robert Altman, Federico Fellini, Ridley Scott, Orson Welles, David Lynch, Arthur Penn, Sidney Lumet, Christopher Nolan, Howard Hawks, Spike Lee, Sam Peckinpah, Cecil B. DeMille en David Cronenberg.
De Britse actrice Deborah Kerr werd in het tijdvak 1950-1961 maar liefst zes keer voor een Oscar genomineerd, maar won nooit. In 1994 besloot de Academy haar dan maar een Honorary Oscar te geven. Twee keer werd een Oscar toegekend aan een overleden acteur. Peter Finch werd in 1977 postuum onderscheiden voor zijn rol als de doorgedraaide televisiepresentator in Network en Heath Ledger overleed vóór de uitbreng van The Dark Knight (2008) waarin hij schitterde als The Joker. Dat overlijden de kansen op het winnen van een Oscar zou vergroten, wordt gelogenstraft door James Dean, die postuum zowel voor zijn aandeel in East of Eden (1955) als in Giant (1956) genomineerd werd, maar beide keren niet won.

Speeches, tranen en spierballenvertoon
Oscarspeeches zijn saai. Punt. Oscarspeeches bestaan namelijk uit opsommingen van mensen die worden bedankt. De regisseur, de producent, de scenarist, de tegenspelers, de crew, de koffiejuffrouw… ze zijn allemaal ‘wonderful’ en ze moeten allemaal met naam en toenaam worden genoemd. Behalve dan door Cher. Toen die haar Oscar voor Moonstruck in ontvangst nam, beperkte ze zich tot het omstandig bedanken van haar kapper en make-upassistente.
Zo’n fout wilde producent Jon Landau niet maken en dus bedankte hij iedereen die een bijdrage aan Titanic geleverd had. De lijst die hij vervolgens opdreunde, telde 55 namen. Maureen Stapleton pakte het handiger aan met een inventief all-inclusive dankwoord: “Ik wil iedereen die ik ooit in mijn leven ben tegengekomen, bedanken.”
Het noemen van collega’s lukt de meeste sprekers nog wel zonder al te veel emotionele oprispingen. Lastiger wordt het als dierbaren en familieleden worden bedankt. Dan komen niet zelden de tranen. Gwyneth Paltrow snikte en slikte zich in 1999 manmoedig door een drie minuten durende speech heen en begon onbedaarlijk te snotteren toen ze haar familie bedankte. Angelina Jolie hield het een jaar later evenmin droog toen ze haar vader Jon Voight (“You’re a great actor but a better father”) en broer bedankte. Maar de Oscar voor de ultieme hysterische huilpartij gaat toch wel naar Halle Berry in 2002, die de historische woorden ‘this moment is so much bigger than me’ amper uit haar keel wist te persen.
Speeches kunnen onvoorziene gevolgen hebben. Tom Hanks maakte een merkwaardige faux pas door een vroegere leraar als inspiratiebron te noemen voor het (homoseksuele) personage dat hij speelde in Philadelphia. Hanks was zich er niet van bewust dat die leraar nimmer uit de kast was gekomen. Het voorval vormde de basis voor een speelfilm – In & Out – die op zijn beurt weer een Oscarnominatie in de wacht sleepte.
Het strakke schema van de Oscarceremonie biedt weinig ruimte voor improvisatie. Zelfs de man die op het Oscargala van 1973 enige opschudding veroorzaakte door naakt over het podium te rennen, bleek later door de organisatie te zijn ingehuurd. Toch komen acteurs soms onverwacht uit de hoek: Roberto Benigni baarde opzien door over de stoelen van de mensen die voor hem zaten naar het erepodium te klauteren. De 73-jarige Jack Palance besloot zijn fitheid te demonstreren door op de vloer te gaan liggen en zich een aantal keren met één arm op te drukken. En Adrien Brody vierde zijn winst door Halle Berry in een judo-achtige armgreep te nemen, ver achterover te duwen en vol op de mond te zoenen.
Hoe groot de greep van de filmindustrie op het publiek is, bleek maar weer eens tijdens repetities voorafgaand aan de Oscaruitreiking van 1994, waar nominaties voor beste visuele effecten door een nep-dinosaurus werden uitgereikt. Op dat moment werd Los Angeles getroffen door een lichte aardbeving, die de stoelen in de zaal deed schudden. Het publiek verkeerde in de veronderstelling dat het allemaal bij de show hoorde en bleef rustig zitten.
De langste Oscarspeech die ooit gehouden werd, staat op naam van Greer Garson. Na de Oscar voor haar rol in Mrs. Miniver (1942) in ontvangst te hebben genomen, overschreed zij de voorgeschreven 45 seconden ruimschoots met een zeven minuten durend dankwoord.

Hoe zieker hoe beter
In een aflevering van de humoristische tv-serie Extras heeftKate Winslet een bondig advies voor acteurs die naar succes hunkeren: “Play a mental, win an Oscar.”
De statistieken geven Winslet gelijk: Van alle acteurs en actrices die in het tijdvak 1927 – 2014 een Oscar wonnen, speelde zo’n zeventien procent een personage dat te lijden had onder een fysieke of mentale handicap.
Enkele Oscar-winnende films over ziektes, aandoeningen en ander ongerief:

aids – Philadelphia (1993), Dallas Buyers Club (2013)
alcoholisme – The Lost Weekend (1945), The African Queen (1951), Leaving Las Vegas (1995), Crazy Heart (2009)
ALS – The Theory of Everything (2014)
dementie – Iris (2001), Amour (2012), Still Alice (2014)
autisme – Rain Man (1988)
blindheid – The Miracle Woman (1962), Butterflies are Free (1972), Scent of a Woman (1992), Ray (2004)
doofheid – Johnny Belinda (1948), Children of a Lesser God (1986)
neuroses – As Good as it Gets (1997)
kanker – Love Story (1970), Terms of Endearment (1983)
oorlogsinvaliden – The Best Years of Our Lives (1946), Coming Home (1978), Born on the Fourth of July (1989)
psychische stoornissen – One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975), Blue Sky (1994), Shine (1996), Girl, Interrupted (1999)
meervoudigepersoonlijkheidsstoornis – The Three Faces of Eve (1957)
schizofrenie – A Beautiful Mind (2001)
slaapziekte – Awakenings (1990)
verlamming – My Left Foot (1989)

De Nederlanders
In de geschiedenis van de Academy Awards won een Nederlandse film drie keer de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. Fons Rademakers was in 1987 de eerste met De aanslag, een filmbewerking van de roman van Harry Mulisch, Marleen Gorris in 1996 met de familiekroniek Antonia, en in 1998 viel Mike van Diem in de prijzen met Karakter, naar een novelle van F. Bordewijk.
Tijdens zijn dankwoord spatte Van Diem welhaast uiteen van enthousiasme en sloot af met een groet aan de kort tevoren overleden acteur Coen van Vrijberghe de Coningh. “I just know you are smiling down on me now, man. Look what I got!
Rademakers was minder op dreef en hield een nogal onbeholpen gesprekje met het zojuist gewonnen beeldje. Zogenaamd namens Oscar verzocht hij het Amerikaanse publiek ‘niet bang te zijn voor ondertitels’./

De kanshebbers van dit jaar
‘Overleven’ lijkt dit jaar het thema van de Oscars te zijn. De twee films met de meeste nominaties gaan allebei over het trotseren van loodzware omstandigheden. In The Revenant (Alejandro G. Iñárritu, genomineerd voor beste regisseur) moet avonturier Leonardo DiCaprio (genomineerd voor beste mannelijke hoofdrol) begin negentiende eeuw na een aanval van een beer een barre winter in een Amerikaanse wildernis doorstaan. Deze film kreeg in totaal twaalf nominaties. Mad Max – Fury Road (George Miller, ook genomineerd) kreeg tien nominaties. In deze actiefilm komen Tom Hardy en Charlize Theron in een post-apocalyptisch Australië in opstand tegen een wrede heerser. De andere kanshebbers voor beste film zijn: The Big Short, Bridge of Spies, Brooklyn, The Martian, Room en Spotlight. Saillant detail: alle genomineerde acteurs zijn blank. De uitreiking is op zondagavond 28 februari (02.30 uur Nederlandse tijd).

Erik Spaans