Suitsupply en de ultieme degradatie van #ophef

Lang, heel lang geleden gebeurde er nog weleens iets dat zo wonderlijk, revolutionair of grensverleggend was dat mensen met gebalde vuisten de straat op gingen. De wereld zoals ze hem altijd hadden gezien bleek op zijn kop te staan. Er moesten ideeën­, geloofsovertuigingen en verwachtingen bijgesteld worden. Er moest eindeloos worden getwist over goede smaak en zeden. Ik noem dit verschijnsel #ophef avant le hashtag.

Zo was er de Italiaanse wetenschapper Galileo Galilei (1564 – 1642), die in 1610 Sidereus Nuncius (Sterrenbode) publiceerde. Zijn beschreven waarnemingen ondersteunden Copernicus’ theorie dat de aarde, anders dan tot dan toe gedacht werd, niet het middelpunt van het heelal was. Voor #ophef was indertijd meer nodig dan een paar muisklikken, een venijnig tweetje, een activistisch facebookevenement en een digitale doodsbedreiging, dus duurde het nog zes jaar tot een kerkelijke rechtbank hem verbood om zijn opvattingen in het openbaar te verdedigen. Na Galilei’s dood zorgde pauselijk inmenging ervoor dat hij niet in een royaal marmeren mausoleum naast zijn voorouders werd begraven, maar ergens in een achterafkamertje. Pas in 1992 werd zijn naam officieel gezuiverd door de toenmalige paus Johannes Paulus II.

Er was de Franse kunstenaar Marcel Duchamp (1887 – 1968), die een negentig graden gedraaid urinoir, gesigneerd met ‘R. Mutt 1917’ anoniem inzond voor een tentoonstelling van de Society of Independent Artists in New York. Alle werken waren welkom, als de makers maar contributie betaalden. Nouja, álle… De organisatoren zagen Fountain (1917) als een belediging voor de kunsten en weigerden het ding te exposeren. In 2004 kozen vijfhonderd Britse kunstkenners Duchamps readymade als het invloedrijkste werk van de twintigste eeuw.

En dan was er nog Rosa Parks die na verzoek van de buschauffeur weigerde haar stoel aan een blanke af te staan en daarmee een systeem van raciale onderdrukking doorbrak. Er was kunststudente Phil Bloom die op 9 oktober 1967, in het VPRO-programma Hoepla, als eerste vrouw naakt op de Nederlandse televisie verscheen. Honderden VPRO-leden zegden hun lidmaatschap op. De SGP stelde Kamervragen. Er was Charles Darwin die met zijn evolutietheorie het scheppingsverhaal voorgoed in een mooi sprookje veranderde. Er was de Negende symfonie van Beethoven, die door tijdgenoten frivool, pompeus en oppervlakkig werd genoemd, maar tegenwoordig als een van de hoogtepunten van de klassieke muziek geldt.

En toen was er Suitsupply, die ook graag wereldschokkend, revolutionair en grensverleggend wilde zijn. Maar hoe? Best ingewikkeld. Besloten werd om dan maar een in de jaren vijftig uitgekauwd concept in een nieuw confectiejasje te steken: de objectificatie van vrouwen. Dat veroorzaakt misschien geen reuring vanwege het baanbrekende karakter, maar juist omdat men schoon genoeg heeft van die afgezaagde misogyne rommel. En zeg nou zelf: #ophef is #ophef. Dat de campagne vooral het aloude idee bevestigt dat vrouwen voorwerpen zijn die je naar believen kunt grijpen is collateral damage. Ze zullen er geen pak minder om verkopen.

Nee, Suitsupply is niet het stoute jongetje dat ‘ie zo graag zou willen zijn. Hij is het blozende, beetje dommige mannetje dat van een afstandje toekijkt terwijl de grote jongens wild in een plas staan te stampen. Hij frunnikt wat aan het koordje van zijn jas tot de kust veilig is, en schuifelt dan voorzichtig naar het inmiddels bijna opgedroogde laagje modder. Opgewonden giechelend doopt hij zijn geregenlaarsde teentje erin – van schrik slaat hij twee handjes voor zijn mond.

En nu maar hopen dat zijn moeder het niet heeft gezien.

Foto: Screenshot YouTube