Het energielabel-misverstand van minister Blok

Minister van Wonen en Rijksdienst Stef Blok deed het onlangs voorkomen alsof de Europese Commissie instemt met de wijze waarop Nederland de Europese regels inzake energielabels toepast en dat daarmee een jaarlijkse boete ter hoogte van 90 miljoen euro van tafel is. Het lijkt er evenwel op dat hij niet begrepen heeft dat Brussel nog lang niet zijn zegen heeft gegeven wat betreft het Nederlandse energielabel.

“De Europese Commissie stopt de procedure waarin werd onderzocht of het Nederlandse energielabel voor woningen wel voldoet aan de Europese regels. Een dreigende boete van 90 miljoen euro per jaar is daarmee van de baan,” zo staat te lezen op de website van de rijksoverheid. De Europese Commissie had Nederland in april 2015 in gebreke gesteld, omdat het de EU regelgeving voor het energielabel nog steeds niet correct en volledig heeft doorgevoerd. Blok laat nu via een geruststellende tekst op de website van de rijksoverheid weten dat het echter toch wel snor zit met het label en dat hij ‘altijd al vertrouwen had in de uitkomst van de procedure’. De waarheid ligt genuanceerder.

Volgens Brussel is er namelijk nog steeds van alles mis met het label en is de manier waarop een richtlijn voor energiebesparing in gebouwen is ingevoerd ‘halfslachtig’. Het grootste bezwaar is dat de kwaliteit van het label – dat spottend ook het natte vinger label wordt genoemd – op geen enkele wijze gewaarborgd is.

Onafhankelijk

Of, zoals op energieoverheid.nl te lezen valt, er is geen sprake van een onderliggende correct doorgevoerde berekening van de energieprestatie, waarvoor een onafhankelijk expert nodig is. “Woningeigenaren kunnen zelf hun label ‘samenstellen’ door via internet aantoonbaar te maken dat door woningverbeteringen een bepaald label van toepassing zou zijn. Er bestaat geen opname van de woning en de installaties.”

Er is dus geen sprake van onafhankelijke deskundigen of van huisbezoeken. Er wordt beoordeeld op basis van digitaal verzonden bewijsmateriaal – zoals kwitanties of foto’s – dat aan moet tonen dat er inspanningen zijn gepleegd om de energie-efficiëntie te verhogen. Een dergelijke aanpak is echter zeer gevoelig voor fraude en ook weinig nauwkeurig. Daarmee heeft Nederland de Europese richtlijnen voor energieprestaties bij gebouwen niet goed vertaald naar de nationale wetgeving.

Toch beweert verantwoordelijk minister Blok –tegen beter weten in– dat ‘het energielabel zo eenvoudig en goedkoop mogelijk is, en toch goed inzicht geeft in het energieverbruik van een huis’. En hij concludeert dat Brussel nu wel instemt met de Nederlandse aanpak.

Hoe komt Blok dan tot deze conclusie? Het begint met het feit dat de Europese Commissie Nederland in gebreke heeft gesteld omdat Nederland de Commissie onvoldoende op de hoogte heeft gesteld de vertaling van de Europese richtlijn naar de Nederlandse situatie en de verankering daarvan in de nationale wetgeving. Conform EU richtlijn 2010/31 had Den Haag Brussel op de hoogte moeten stellen en met het achterblijven van die kennisgeving heeft Brussel een zogeheten 2012/0388 procedure gestart.

Fraudegevoeligheid
Dat euvel is inmiddels verholpen, doordat minister Blok nu voldoende informatie aan de EU heeft verstrekt. Anders dan Blok doet voorkomen, betekent dat echter niet dat Brussel er ook mee instemt. Zeker gezien de fraudegevoeligheid van het Nederlandse energielabel, is dat nog discutabel en Brussel buigt zich nu pas over het vraagstuk of het wel mag wat Den Haag doet en of de uitvoering daarvan ook in lijn ligt met de regels.

Achter de schermen vindt thans een informele dialoog plaats tussen de EU en de Nederlandse overheid. De beide partijen trachten op deze wijze er samen uit te komen, voordat Brussel een formele procedure tegen Nederland opstart. Dat biedt voor Blok nog enig perspectief. Maar ondanks de positieve berichtgeving van de rijksoverheid, akkoord met het natte vinger label is Brussel nog lang niet.