De inner-assistent-scheidsrechter in ieder van ons

‘Als je me met een assistent-scheidsrechter zou moeten vergelijken,’ nam de vriendin na de derde zwijgende schep van de Viennetta het woord, ‘wie zou dat dan zijn? En waarom?’ Ze had het de hele dag al nergens anders over. Het was assistent-scheidsrechters voor en assistent-scheidsrechters na. Allemaal de schuld van Iwan Tol en z’n interview met de assistenten van Bjorn Kuipers, Erwin Zeinstra en Sander van Roekel. Een heerlijk interview, daar niet van, maar wel een met verstrekkende gevolgen.
De vriendin sprak alleen nog in quotes uit het stuk.

In de rij voor een marktharing: ‘Daar sta ik toch maar mooi, als jongen uit Dronryp.’
Tegen twee patrouillerende agenten: ‘Scherp blijven! Succes mannen!’
Op de roltrap van Hoog Catharijne: ‘Zet mij in een hoekje en ik vermaak me prima.’
Op de bank, terwijl ik deze column in de steigers zette, met een koptelefoon op: ‘Als Bjorn me niet kan horen, dan kan hij me in elk geval voelen.’
In het café, tegen de serveerster die later een cappuccino met sojamelkhartje en al in mijn kruis kieperde: ‘Mijn vlag wil nog wel eens van de stok af. Met zo’n speld voorkom je dat. Dat geeft me een gevoel van zekerheid.’
Tijdens het eten ging ze nog wat verder. Ze wilde dialoogjes uit het vraaggesprek naspelen.
‘Jij bent Kuipers. En dan zeg je “En, heb jij nog wat gedaan vandaag?” en dan zeg ik, want ik ben Van Roekel, dan zeg ik dus “Gebak gehaald. Olga is jarig” en dan jij weer “Dat meen je niet!”. Omdat zijn vrouw dus op dezelfde dag jarig is als Kuipers z’n vrouw.’
‘Ongelofelijk.’
‘Ik zal het je nog sterker vertellen,’ riep ze en sloeg met de Viennetta lepel op de tafel, ‘Van Roekel en Kuipers zijn ook op dezelfde dag jarig.’
‘Zielig voor Zeinstra.’
‘Die heeft dat losse van Van Roekel niet.’
‘Des te zieliger.’
‘Ben ik meer een Van Roekel,’ vroeg ze nog eens, ‘of toch meer een Zeinstra?’

De moeder van Mike te Wierik
Ach ja, de vriendin. Vroeg of laat vindt ze haar inner-assistent-scheidsrechter heus wel, met behulp van zo’n te gek online vragenlijstje, maar het moet altijd maar NU en METEEN. Er zat niets anders op dan het gesprek op voedsel te brengen.
We aten pilav, naar een recept van de moeder van Mike te Wierik van Heracles Almelo. Of was het de moeder van Mackey Ngombo van Roda JC? Het was hoe dan ook geen vader, want die koken niet, volgens PLUS, de Evgeniy Levchenko onder de supermarktketens.
‘Ik vond het lekker,’ zei ik. ‘Weer eens wat anders.’
‘Ja, weer eens wat anders ja,’ zei de vriendin snibbig, ‘geroerbakt braaksel met oude sokken. Als je Mike te Wierik nog eens spreekt, kun je dat doorgeven.’
Ik knikte dociel, want als ze in zo’n stemming is, wordt tegenspreken ernstig afgeraden.

Ook op zondag speelde de pilav van de familie Te Wierik nog een prominente rol. We konden er de deur niet van uit, zo gezond was ie geweest. Toen we elkaar op de heen- en terugweg van twee toiletsessies tegen het uitgedroogde lijf liepen, vroeg ze me of ik nog over haar vraag had nagedacht.
Nee, natuurlijk niet.
‘Ik wel,’ zei ze. ‘Ik ben denk ik een combinatie. Half Zeinstra, half Van Roekel. Een soort bionische superassistent, dat ben ik.’ En weg was ze weer, het verzameld werk van Hans Lodeizen onder de arm.
‘Moet ik even ergens anders naartoe?’ vroeg ik de deur.
‘Ik hou wel van een beetje levendigheid om me heen,’ klonk het. Weer een citaat van Sander van Roekel.

Zelf ben ik geen assistent-scheidsrechter, ook niet diep van binnen. Natuurlijk spreek ik ook wel eens een hele dag in citaten – don’t we all? – maar liever dan vlaggende zijlijnkeizers citeer ik Michel Abbink. Michel Abbink twittert dingen als ‘Justin Hoogma, die zojuist debuteerde bij Heracles Almelo, zag het levenslicht op de dag na de openingsceremonie van het WK 1998’, of ‘Nog nooit verloor Ajax een week voor Valentijnsdag een Klassieker waarin de club officieel afscheid nam van een oud-international’. Harde feiten. Ik ken Michel Abbink verder niet, maar wat moet het heerlijk zijn om, dobberend in de enorme werkelijkheid, overal om je heen stukjes feitenwrakhout te weten waar je je aan kunt vastklampen. In het verleden behaalde resultaten zijn op z’n minst een garantie voor het verleden. Zoals: altijd wanneer Aaron Ramsey van Arsenal een doelpunt maakt, sterft een beroemdheid. Weet ik van Michel. Jobs, Houston, Videla, Williams, Grass en nog wat anderen. Dit jaar is Ramsey al lekker op dreef, met goals waarmee hij Bowie en Alan Rickman velde en afgelopen zaterdag scoorde hij een prachtige hakbal waarmee hij niet alleen de keeper, maar in een moeite door ook Nancy Reagan verschalkte.
‘Zeg,’ riep de Michel Abbink in mij, ‘wist jij dat Joey van den Berg van Heerenveen gisteravond het record rode kaarten heeft geëvenaard? Zeven! ZEU-VEN. Bizar toch?’
‘Even niet nu,’ citeerde ze Zeinstra, ‘dit is mijn genietmoment.’

Botteghin
Je doet wat je kunt. En we konden niet veel, zondag.
Lodeizen was uit, de afwas was af en deze column naderde ook zijn einde.
‘We kunnen een serie kijken, waar door een heel team van professionele schrijvers, regisseurs, producenten, setdressers, acteurs en musici een jaar lang voor een Netflix-vermogen aan is gesleuteld, of Feyenoord – Willem II.’
Ze wilde Feyenoord. Ze is niet goed.
Het was een spannende wedstrijd. Buiten begon het te hagelen, binnen snorde de website van Thuisbezorgd.nl behaaglijk en steeds als er een doelpunt viel, beleefde een van ons net een pitstop.
Bij de kopbal van Eric Botteghin (https://vine.co/v/iXw2tzUUOlH) hingen we echter op onze post en lachten ons de pilav uit de broek.
Toen we uitgelachen waren, zei de vriendin: ‘Dat moet jij toch ook kunnen.’
‘Ik heb het geprobeerd,’ antwoordde ik, ‘maar het zat niet in me.’
‘Erwin Zeinstra,’ zei zij.
Dat was natuurlijk goed.