Wat de uitslag van ons referendum voor de Oekraïners zélf betekent

Op 6 april gaat Nederland naar de stembus om zich in een ‘raadgevend referendum’ uit te spreken over het associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne. Het verdrag gaat formeel over politieke en economische samenwerking, maar is in de praktijk vooral handelsgerelateerd  Wat vaak buiten beschouwing wordt gelaten in de discussies – en wat de media ons angstvallig proberen te onthouden – is dat de Oekraïners zelf nogal verdeeld tegen het verdrag aan kijken.

Die verdeeldheid bestond al toen toenmalig Oekraïns president Viktor Janoekovitsj in 2013 weigerde om de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne te ondertekenen. Hij voelde meer voor participatie in het Russische handelsblok, in ieder geval totdat de EU met betere voorwaarden zou komen. Op zich geen verbazingwekkende zet, gezien de historische banden met Moskou en het feit dat Rusland leunt op voedsel afkomstig uit Oekraïne. “Maar de wens om afstand te nemen van de in Oekraïne heersende corruptie en het nepotisme leidden al snel tot protesten op het Maidanplein,” reconstrueerde Taras Ilkiv van het Oekraïnse Newsradio.com.ua. “Dat en niet de wens bij de EU te horen leidde vervolgens tot de de omverwerping van de Oekraïnse regering, die door velen als een lakei van Moskou werd gezien.”

In het algemeen werd het westen door Oekraïnse burgers als te passief ervaren gedurende de Maidanprotesten. Niet veel later volgde de gewapende strijd in Donbass. Uiteindelijk ondertekende de nieuwe president van Oekraïne, Poroshenko, de associatie-overeenkomst in juni 2014. Nog terwijl zijn land in oorlog was en Oekraïners vochten tegen hun door Moskou gesteunde etnisch Russische landgenoten, juist over het vraagstuk of Oekraïne meer toenadering tot het Westen of de aansluiting bij Moskou moest zoeken, koos Poroshenko voor een koers die zijn land klaar moest stomen voor de integratie in de EU.

De economische malaise waarin het land sinds het begin van de onrusten verkeert en het grote territoriale verlies aan Rusland zou voor de Oekraïners al reden kunnen zijn te overpeinzen wat het associatieverdrag met de EU hun land en hen persoonlijk nou werkelijk heeft gebracht. Feitelijk heeft het associatieverdrag geleid tot de oorlog in Oekraïne. Bovendien was van meet af aan lang niet iedereen in Oekraïne positief over het verdrag met de EU, zo betoogt het Amerikaanse Wilson Center. Maar dat is niet alles. Terwijl de overeenkomst zich vooral richt op handel, zijn er ook implicaties op andere gebieden. Zo bepaalt artikel 322 dat alle geschillen over de interpretatie en toepassing van de verplichtingen die zijn opgenomen in de overeenkomst moeten worden voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie. Daarmee geeft de Oekraïne feitelijk de controle over haar eigen economie uit handen en legt die bij de EU.

De gevolgen van de verandering in de handelsbetrekkingen met de EU gaan nog verder. Door ondertekening van de overeenkomst belooft Oekraïne de EU een vrijhandelszone en dat het land voortaan goederen zal produceren in overeenstemming met de EU-regelgeving. Dat betekent een verslechtering van de handelsbetrekkingen met de Russische Federatie, zeker nu Rusland de eigen vrijhandelsovereenkomst met Oekraïne heeft geannuleerd en verdere maatregelen heeft aangekondigd. De Russisch georiënteerde industrieën zullen hier nog sterk onder te lijden hebben. Om nog maar te zwijgen van het feit dat er ook veel Oekraïners zijn die zich meer verbonden voelen met Rusland dan met de EU. In het westen overheerst evenwel het gedachtengoed dat we de Oekraïne moeten redden uit de klauwen van een neo-imperialistisch Rusland en dat de associatieovereenkomst daartoe een noodzakelijke stap is.