Het gevaar van de eenmalige rentree

Meldonium? Slikken wij thuis al jaren. ’s Ochtends een meldoniumpje, bij de verse jus, ’s middags een halfje bij de thee en dan voor het slapen gaan een dubbele dosis. Je wilt toch die nacht een beetje fit doorkomen.

Dit weekend liet ik ons vaste meldoniummannetje een keertje extra aan de deur komen.
‘Hetzelfde als anders,’ bestelde ik per sms.
‘Dat schreef je gisteren ook,’ schreef het meldoniummannetje terug. ‘Ik blijf niet vanuit Moskou op en neer scooteren.’ Grootspraak: deed ie wel. Dankbaar nam ik zeventien uur later de pretcapsules in ontvangst van onze huis-Pavel.
‘Feestje?’
‘Soort van. Eenmalig rentreetje.’

Disciplinaire schorsing
Er stonden grote veranderingen op stapel in Huize Heinen. De vaste vriendin – naam gemaakt en groot geworden als De vriendin – was een tijdje uit de roulatie. Niet geblesseerd, daar doet ze niet aan. Nee, ze was de stad in geweest met wat vriendinnen. Clubje pakken, moet kunnen. En in die club was de vriendin dan een “bekende” van vroeger tegen het lijf gelopen. Een bekende die haar ooit wat had geflikt – voor details belt u haar zaakwaarnemer maar. Lang verhaal kort: schelden, een paar “tikken”, heibel, Oom Agent, ‘Waar zijn wij hier helemaal mee bezig?’ en hup, gehandboeid achterin de politie-Skoda.
Wie dat neusbotje nu precies verkruimeld had en welke freefight-BFF van de vriendin met haar naaldhakken in de organen had zitten porren, bleef onduidelijk. Persoonlijk verdacht ik de vriendin het minst, maar mijn Baantjervaren speurneus weet ook wel: die je het minst verdenkt, heeft het meestal gedaan. Het leek me kortom niet opportuun (= verstandig) om de vriendin dit weekend meteen weer in mijn basisformatie op te nemen.
Zelf belde ze me vrijdagochtend, met een stem waarin de onderdrukte opwinding van een complete meisjeskostschool te horen viel: ‘Je komt er vanzelf achter dat ik niks heb gedaan. Ik heb niemand aangeraakt, maar ik ben nu eenmaal de vriendin van een BC’er.’
BC’er. Bekende Columnist. U weet wel wie.
‘Dat kan wel wezen,’ telegrafeerde ik per ommegaande terug, ‘maar denk eens aan mijn imago! En dat van HP! Ik kan dit niet zomaar laten passeren.’
Noem het een disciplinaire schorsing, noem het een jammerlijke maar onvermijdelijke maatregel, noem het een diepgeworteld rechtvaardigheidsgevoel, maar voor onze thuiswedstrijd dit weekend bleef de vriendin van de bank.

Iedere columnist heeft vervangers klaarstaan. Je moet wel, op dit niveau. Ervaren schaduwvriendinnen die geest en lijf (vooral lijf, laten we wel wezen) fit houden op bijveldjes en hopen op een kans om te laten zien dat ze nog lang niet afgeschreven zijn, maar ook jonge, onmiskenbaar talentvolle, opkomende Sturm und Drang-typjes die niet kunnen wachten op een ouwe fiets waarop ze, al lerende, kunnen wegsprinten.
Ik moet bekennen: de spoeling kon dikker, dit weekend, in het columnistenvriendinnenbestand. De vervangvrouwen waren niet in vorm – of ze waren wel in vorm, maar hun vorm beviel me niet, dat kan ook. En wat doe je dan, als er toch gewerkt moet worden?
Tja.
Dan bel je de ex-vriendin.
Niet leuk voor de vriendin, en al helemaal niet voor de vervangvrouwen, maar het is de top en dan kun je wel je excuses gaan aanbieden: het kenmerk van de top is dat die daar nu juist niet gelden, excuses.
De ex-vriendin wilde wel, ze had niks te doen.
HP/De Tijd ingelicht. Die gingen ook akkoord. ‘Mooie stunt,’ zei hoofdredacteur Kevin aan de telefoon. ‘Dat ga ik Auke Kok ook eens voorstellen.’ Daarna hing hij op: hij ging een kingsize persbericht opstellen, en tienduizend ballonnen opblazen.

U moet weten: de ex-vriendin is een mastodont. Een grootheid, een reuzin in haar vakgebied. Als zo’n mammoet een eenmalige comeback maakt in een kolom – zelfs als het een online kolom is en je dus, taaltechnisch bekeken, niet van een kolom spreken kunt – zet dan de sluizen maar open en hark al die miljoenen niet-HP-lezers maar binnen. Dat wordt natuurlijk een compleet gekkenhuis.
Nou, dranghekken besteld, deur gebarricadeerd, helikopter stand-by gezet op het dakterras, want het beloofde BI-fucking-ZAR te worden. De ex-vriendin maakte via de artiesteningang haar opwachting en klom via het keukenraam onze woning binnen.
(Eeuwig dilemma: als iemand voor het eerst in je huis komt, geef je dan een rondleiding of niet? Het is geen Forum Romanum natuurlijk, maar je weet nooit waar mensen prijs op stellen. Voor deze keer liet ik het bij een verkorte tour – een sprint naar onze trofeeënkast, met een ingelijst Cristiano Ronaldo-shirt met bloedvlekken (van de vriendin), een gipsafdruk van het gebit van Tommie Beugelsdijk (ook van haar) en een lekke voetbal die ooit van Frank Heinen is geweest (van mij). De ex-vriendin stond erbij en schuimbekte ernaar).
‘En nu?’ vroeg ze.
‘Nou, doe waar je zin in hebt. Wees lekker jezelf, dan schrijf ik daarover.’ Onderwijl spiekte ik tussen de luxaflex door, net als in de film. Effe checken of de Chinese cameraploegen al in hordes voor de deur stonden.
Nou, nee.

Ronde van Drenthe
Je leest vaak over fantastische eenmalige rentrees. Keepers die nog een keer uit hun ziekbed oprijzen en voor een laatste keer alle ballen uit de kruising grissen, wielerjournalisten die na tien jaar intensief drinken en pennenlikken probleemloos de Ronde van Drenthe uitrijden; heldenverhalen. Ik zeg, na participerend onderzoek: niet iedere eenmalige rentree is onmiddellijk een doorslaand succes.
Er is wel een voordeel: de vriendin staat nu natuurlijk te popelen om zich opnieuw te mogen bewijzen.