Er moet meer geneukt worden

De Nederlandse letteren knetteren enkel nog als je ze in de open haard flikkert. De vaderlandse bellettrie is verworden tot een sterfhuis in de Kalahari-woestijn. Volwassen kerels schrijven niet meer over keihard neuken (of desnoods keihard geneukt worden) maar over roze babyslofjes. Alleen de chicklitjuffies willen nog wel eens een erotisch getinte zin uitbraken maar daar word ik net zo geil van als van een Tiroler sekskomedie uit 1974. Nog liever ruk ik op de naaktfoto’s van Ria Valk, Sugar Lee Hooper en Corrie van Gorp, of op die scene in Blue Movie waarin Hugo Metsers senior zich in een lift in de Bijlmer vergrijpt aan Mien Dobbelsteen.

Een jaar of wat geleden organiseerde uitgever Oscar van Gelderen een Charles Bukowski-avond in het hoofdstedelijke Jellinek-theater. Arie Boomsma, Stella Bergsma, Asha ten Broeke, Arthur Japin, Aaf Brandt Corstius, Sunny Bergman, Sylvana Simons, Tijs van den Brink, Jeroen Snel en Jeroen van de Boom lazen voort uit het werk van de oude meester. In het programmaboekje stond nadrukkelijk vermeld dat ik niet was uitgenodigd, als een soort aanbeveling van het evenement.

Omdat er ook een mij onbekende Marokkaanse schrijfster – the token muslim – optrad, werd er uit respect voor de islam geen alcohol geschonken en zaten de mannen voor in de zaal en de vrouwen achterin. Dat is de toestand der letteren anno nu: een dooie, politiek-correcte bende pamflettisten die hun bloedeloze mantra’s over genderneutraliteit, slavernij, racisme, islamofobie, de Palestijnse kwestie, vluchtelingen en wat dies meer zij, vernist met een flinterdun laagje driestuiverromannederlands. Geneukt wordt er niet meer want dat is natuurlijk ook weer vernederend en onderdrukkend (behalve als Anja Meulenbelt een piepjonge pokdalige activiste van de Internationale Socialisten bestijgt met een gitzwarte voorbinddildo) en een smerige duivelse uitvinding van de hardwerkende blanke man van middelbare leeftijd.

Een poosje geleden zag ik in het Mokumse mijn jeugdheld Jan Cremer lopen die, ondanks het feit dat hij tegen de 80 loopt, nog steeds de bravoure heeft van een nozem van 20. Rijk de Gooijer had dat ook, dat jongensachtige. Ik koketteer ook graag met mijn eeuwige puberteit al is me dat vaak opgebroken hoor, zeker op het relationele vlak en op de werkvloer. Hoe heerlijk vond ik het om op mijn veertiende Ik Jan Cremer te lezen onder de dekens om vervolgens lekker aan de puddingsbuks te sjorren, in het schijnsel van de zaklantaarn. Vroeger had je nog romantiek, lieve lezers!

Nu hoor ik u brommen, u zit nou wel te mopperen in uw datsja in die dekselse Algarve maar waar blijft uw Grote Nederlandse Roman dan, vol lillende tetten, spuitende vleesbomen en klotsende flamoezen. Waarom schreef u dit jaar het Boekenweekgeschenk niet, en Esther Gerritsen wel, met haar lieve varkenssnoetje. Van mijn goede collega Jeroen Vullings, de gesel van de Nederlandse bellettrie, begreep ik dat het boekje zo geschreven is dat de Josti Band het ook kon lezen. Dat is helaas niet gebeurd omdat de veertig musici van de Josti band allemaal hun gratis exemplaar – nota bene overhandigd door prinses Amalia – hebben opgevroten omdat er borden met bestek op het omslag van Broer staan.

Enfin, ik ben strontjaloers op Esther, dat mag u best weten, maar ondanks die alles verzurende kinnesinne ben ik blij dat ik er tenminste goed uitzie. Het oog wil ook wat. Maar inderdaad, ik moet mijn Grote Nederlandse Roman maar eens gaan afwerken. Noblesse oblige. Maar nu ga ik eerst even lekker een vrijdagmiddagrukje doen in mijn gesigneerde en geplastificeerde exemplaar van Ik Jan Cremer.

Bom fim do semana!