Reportage: tussen de salafisten en jihadisten in het Brusselse Molenbeek

‘Ik stel vast dat er bijna altijd een link met Molenbeek is, dat is een gigantisch probleem,’ stelde de Belgische premier Charles Michel vorig jaar, het jaar waarin 130 mensen omkwamen bij terroristische aanslagen in Parijs. Daders van die aanslagen groeiden op in de Brusselse wijk. Vandaag is Brussel, het hart van Europa, getroffen door soortgelijke aanslagen. Schrijver Arthur van Amerongen en oorlogsfotograaf en antropoloog Teun Voeten waarschuwden begin 2015 al.

Wie een indruk wil krijgen van islamitisch Brussel, moet van het Noordstation naar het Zuidstation wandelen, dwars door het hart van de stad, en via de wijken Anderlecht, Kuregem en Molenbeek weer teruglopen naar het Noordstation. Voor de islamknuffelaar met een onwrikbaar geloof in de maakbare samenleving is de stad een paradijs. De drager van een roze bril zal na deze voetsafari van ruim twee uur geëxalteerd roepen: “Wat enig, die traditionele kledij, die exotische bakkertjes en slagertjes, de heerlijke muntthee, de zalige kebab en couscous, al die geuren en kleuren!” Een nieuw verschijnsel in het centrum zijn de talloze halal woktenten. Die lijken op het eerste gezicht bedoeld voor islamhipsters, maar omdat er niemand binnen zit, zijn het vermoedelijk witwasserijen van zwart geld.

Je kunt de hoofdstad van België ook zien als een gigantisch bolwerk van salafisten en een internationale kweekvijver van jihadisten en Syriëgangers. Het hangt er maar van af welke nieuwsbronnen, onderzoeksinstituten en websites je volgt. Medio maart 2015 is Brussel, dat binnen twee decennia een mohammedaanse meerderheid zal hebben, veranderd in een vesting: tanks, zwaarbewapende militairen, een leger agenten, dranghekken en nog meer sirenes dan normaal.

Tijdens onze voetsafari stuiten we op een wegversperring. De belangrijke verkeersader Stalingradlaan is afgesloten wegens een bommelding. De liquidatie van twee jihadisten door de politie in Verviers, bij Luik, heeft een nationale angstpsychose veroorzaakt. De dodelijke aanslag op het Joods Museum in het centrum van Brussel in mei 2014 werd door de Belgische media in eerste instantie afgedaan als een incident, de gebruikelijke reflex als het om overduidelijk islamitisch geïnspireerd geweld gaat. De dader was uiteraard een eenzame wolf met een psychiatrisch verleden die geen enkel benul had van de werkelijke, vredelievende islam. Een moslima schreef op de website van een van de dagbladen: “Moslims doen zoiets walgelijks en lafs niet, dit moet daarom wel het werk van de Mossad zijn of van neonazi’s.”

De schietpartij in Verviers viel echter niet meer onder het politiek correcte tapijt te vegen. In Brussel is de beveiliging sindsdien volkomen doorgeslagen. Helikopters cirkelen boven het hart van de stad, zenuwachtige agenten houden woedende buurtbewoners tegen. Als de Stalingradlaan eindelijk is vrijgegeven, wandelen we naar het Lemmensplein in Kuregem: een hotspot van baardmannen, drugsdealers en junkies.

Er is brand gesticht in een verlaten pand in het buurtje rond het Lemmensplein. Een buurtbewoner moppert dat dit schering en inslag is, bedoeld om een gewelddadige confrontatie uit te lokken. Marokkaanse hangjongeren joelen als de brandweer komt, vergezeld door twee politiewagens.
Fouad Belkacem, de leider van Sharia4Belgium, lokte als een volwaardige agent-provocateur van de islam met deze strategie diverse gewelddadige rellen uit. Abu Imran, zoals hij zichzelf graag noemt, zit het komend decennium veilig opgesloten in een Belgische bajes. Zijn volgelingen zijn vrijwel allemaal naar Syrië vertrokken.
Er arriveert een derde wagen van de politie, ditmaal met een agent met een machinegeweer. Hij positioneert zich tegen een muur, vlakbij de spuitgasten. Piepjonge kansenparels lachen hem in zijn gezicht uit. Gelukkig is het hondenweer. Echte rellen breken meestal uit op warme dagen, als iedereen op straat hangt.
De wijk wordt dan een no-go-area, tenzij je natuurlijk drugs wilt kopen of een moskee wilt bezoeken. Iedere Brusselaar heeft wel een horrorverhaal (overval, inbraak, beroving, verkrachting, carjacking, potenrammen, in het gezicht worden gespuugd en voor hoer worden uitgemaakt of gewoon voor de lol gemolesteerd) uit de ‘wijken’, maar wordt, zodra hij of zij de etniciteit van de daders noemt, als extreem-rechts afgeserveerd.

De woordvoerders van de Noord-Afrikaanse gemeenschap weten precies wat de oorzaken zijn van het marginale bestaan van de moslim: de politiek, verpaupering, te lage uitkeringen, te hoge levenskosten, sociale uitsluiting en vooral racisme. 
De politiek heeft daar altijd handig op ingespeeld. De vorige burgemeester van Molenbeek, de socialist Philippe Moureaux, was het prototype van de arrogante, paternalistische, corrupte, katholieke Belgische politicus. Hij had het Marokkaanse electoraat nodig om gekozen te worden. Onder zijn ancien régime werd elke verwijzing naar criminaliteit en islamitisch extremisme als racisme afgedaan. De meeste jihadisten en Syriëgangers uit Brussel hebben een stra lad en zijn in de gevangenis vrome moslims geworden. Niets gevaarlijkers dan een jihadist met een crimineel verleden, zo bleek uit de recente aanslagen. Het verhaal over het gouden huwelijk tussen misdaad en salafisten zullen echter niet snel tegenkomen in de officiële media van België. Dergelijke veronderstellingen vallen in de categorie ‘islamkritiek & islamofobie’ en zijn dus racistisch.

Twee dagen na ons bezoek is de gelauwerde Belgische auteur David Van Reybrouck het slachtoffer van een gewelddadige carjacking in Kuregem. Hij heeft zijn kantoor om de hoek van het Lemmensplein en werd daar door vijf gewapende mannen van zijn auto beroofd.
Op zijn Facebookwandje schrijft Van Reybrouck de volgende dag dat hij vooral kwaad op zichzelf is: “Had ik niet beter kunnen reageren? Ik probeerde nog een gesprek aan te knopen.” De reflex van Van Reybrouck is typerend voor de Belgische Gutmensch: zelfs na een traumatische carjacking behoudt die zijn politiek correcte fatsoen en weigert hij het probleem te benoemen. Wel schrijft Van Reybrouck heel nadrukkelijk dat hij geen racist zal worden door deze traumatische ervaring. Daarmee geeft hij toch een hint over de etniciteit van de daders. 
Zijn fans feliciteren hem op Facebook en op nieuwswebsites met zijn vredelievende reactie, alsof hij Jezus Christus zelve is: “Wat tof dat hij de onderbuik niet liet spreken en zich niet heeft laten verleiden tot een racistische, xenofobe woedeaanval.” Maar er reageren ook mensen die schrijven dat de buurt al jarenlang het domein is van criminele Noord-Afrikanen en
dat de overheid daar helemaal niets tegen doet. Wie dat een jaar of acht geleden schreef, werd onmiddellijk als ongewenste extreem-rechtse reaguurder in de ban gedaan.

Vaak zijn de islamknuffelaars (wat deftiger: islam-apologeten) van de Belgische media blanke papenvreters die de katholieke kerk als de wortel van al het kwaad beschouwen en de islam als de religie van de liefde propageren. De Belgische media hebben een dagtaak aan het goedpraten en downplayen van islamitisch geïnspireerd geweld. Zomaar een paar voorbeelden van de afgelopen maanden: Dagblad De Standaard schrijft dat de supporters van Feyenoord die Rome sloopten geen haar beter zijn dan de Syriëgangers. 
In De Morgen schrijft de creatief directeur van productiehuis Woestijnvis dat hij banger is voor vrachtwagenchauffeurs in Vilvoorde dan voor de talloze Syriëgangers uit die voorstad van Brussel. Eveneens in De Morgen oppert schrijver-journalist Dieter Ceustermans dat we het adjectief ‘moslim’ voor ‘terrorist’ moeten weghalen omdat het stigmatiserend is. We hebben het immers ook niet over katholiek terrorisme als het over de IRA gaat. In Brussel Deze Week, de spreekbuis van de Vlaamse gemeenschap in Brussel, wordt een filmmaakster geïnterviewd over haar portretten van vrouwen die met zwavelzuur zijn aangevallen. Izabella Demavlys: “Ik wil met mijn film aantonen dat niet enkel in Pakistan vrouwen verminkt worden met bijtend zuur. Er is absoluut geen verband tussen de zuuraanvallen en de islam, zoals velen denken.”

Inmiddels is nagenoeg bekend dat België een probleem heeft. Volgens Claude Moniquet, voormalig agent van de Franse geheime dienst en nu directeur van de zeer goed ingelichte denktank ESISC, zijn er 650 gevaarlijke Belgische salafisten geregistreerd. We spreken hem in zijn kantoor in Brussel: “De groep ongeregistreerde gevaarlijke salafisten bestaat uit 1500 tot 2000 man. De nieuwe generatie salafisten is levensgevaarlijk. Vaak zijn het criminelen die rekeningen willen vereffenen met politieagenten, rechters en andere overheidsdienaren. Het is klinkklare onzin dat moslimextremisten, salafisten, jihadisten, Syriëgangers en andere terroristen niets met de echte islam te maken hebben, zoals links in België steeds roept. Als je islamitische terroristen zoekt, moet je dat doen in het islamitische milieu. De overheid heeft wel de goodwill maar niet de logistieke middelen om de jihadisten 24 uur per dag te schaduwen.
 Een ander probleem zijn de gevangenissen, waar 65 procent
 van de gedetineerden islamitisch is. Los van de Marokkanen en de Turken zijn dat vooral Albanezen, Bosniërs en Tsjetsjenen. Zware criminelen keren in de bajes terug tot hun islamitische wortels of bekeren zich tot de islam. De bewakers willen allang dat er speciale afdelingen komen voor salafisten en jihadisten, zodat ze medegevangenen niet kunnen besmetten met hun ideologie. Ik denk dat die scheiding een belangrijk wapen is tegen het radicaliseren van gevangenen. 
Nu komt de overheid met het plan om de reguliere moskee in schakelen in de strijd tegen het salafisme. Maar in de ‘wijken’ van Brussel oefenen zelfverklaarde islamitische leiders sociale terreur uit, onder andere via de officieuze ‘shariapolitie’ die toezicht houdt op de islamitische dresscode en of er geen alcohol wordt verkocht. De bevolking is doodsbang voor ze. Ik ken veel gewone, geslaagde moslims. Die trekken weg uit die wijken en gaan tussen de katholieke Vlamingen wonen. Daar worden ze niet lastiggevallen door baardmannen die vertellen hoe ze moeten leven.”

We bezoeken het toneelstuk Jihad in het Huis der Culturen in Molenbeek. De zaal van het buurthuis is bomvol met overwegend blanke Belgen en hoogstens tien procent moslims, een gebruikelijk beeld bij culturele activiteiten in Molenbeek. Het begin van het vormingstheater is amusant. De drie straatboetes uit Brussel die zich opmaken voor de jihad in Syrië zijn grappig en de zaal ligt regelmatig in een deuk. De professionele acteurs zijn echter verkeerd gecast, want allemaal rond de veertig of daarboven. De tragikomedie is betaald door de Belgische overheid, en we wachten op de moraal. Die komt in de vorm van de traditionele en vertrouwde klaagzangmantrariedel: “Het is allemaal de schuld van racisme, fascisme, islamofobie, de marginalisering en de verpaupering. De jongeren hebben te weinig geld. Daarom radicaliseren ze.”
Aan het einde van de voorstelling jammert het enige personage dat Syrië heeft overleefd dat hij en zijn twee wapenbroeders valselijk zijn voorgelicht door fopgeestelijken: de islam en de Koran preken namelijk enkel liefde en helemaal geen geweld. Na deze klucht is er een debat met de acteurs en de regisseur. Debatten in België zijn steevast een ramp. Niemand durft wat te zeggen en uiterst beleefd trapt men een paar open deuren in. Als een blanke welzijnswerker met een lange baard zegt dat de zielige Syriëgangers niet nog verder gecriminaliseerd moeten worden bij terugkeer naar België en een warm welkom moeten krijgen van de overheid, verlaten we het pand.
 Een dag eerder bezochten we een speciale voorstelling van de Belgische speel film Image. De film vertelt het verhaal over een Vlaamse televisiejournaliste die een sensationele reportage wil maken in Molenbeek en verliefd raakt op iets wat Rob Oudkerk een kutmarokkaan noemde. De journaliste komt tot inkeer. Volgens de Belgische makers van Image, Adil El Arbi en Bilall Fallah, is de film vooral een aanklacht tegen de negatieve manier waarop allochtone jongeren in de media worden afgeschilderd. De Marokkaan heeft het nooit gedaan. Met plaatsvervangende schaamte verlaten we na een half uur de zaal. Image is een belediging voor welke intelligentie dan ook en met afstand het meest stuitende wanproduct dat het Nederlandse productiehuis Eyeworks ooit heeft uitgebracht.

Marion van San is criminoloog en socioloog. Recentelijk haalde ze de pers met het torpederen van de mythe dat Syriëgangers economisch gemarginaliseerde jongeren zijn, een door discriminatie en sociale uitsluiting geplaagde onderklasse. “Zoveel Syriëgangers, zoveel motivaties,” zegt Van San. Volgens haar is het opvallend dat er ook redelijk geïntegreerde jongeren naar Syrië trekken. Haar conclusie dat de Syriëgangers geen slachtoffers zijn maar jongeren met een eigen wil, werd haar niet in dank afgenomen. Van San: “Het volksdeel dat zich progressief België noemt, baseert zich op een discours dat mensen beschouwt als slachtoffers van een onrechtvaardig systeem. De gedachte dat individuen zelf ook nog verantwoordelijkheid hebben, ondergraaft hun positie. Voor mij staat zogenaamd links in België gelijk aan wegkijken. Ik weet niet wat daar progressief aan is. Want als je wegkijkt van problemen, geef je eigenlijk niets om je medemens.”
De Belgische publiceerde eerder een studie waarin ze vaststelde dat bepaalde bevolkingsgroepen oververtegenwoordigd zijn in de misdaadstatistieken. In de Verenigde Staten wordt sinds jaar en dag bijgehouden hoe diverse etnische groepen scoren op het gebied van inkomen, scholingsgraad, criminaliteit en werkloosheid. Volgens Van San is dat een goede manier om problemen te analyseren en waar nodig bij te sturen. In België is een indeling op basis van etnische afkomst absoluut taboe en Van San werd door de Belgische media onmiddellijk in de hoek geplaatst van extreem-rechts.

De criminologe krijgt bijval van Mark Elchardus. De Belgische socioloog, die de Spookrijder van Links wordt genoemd vanwege zijn progressieve verleden, zegt in weekblad Knack: “Radicalisme wordt niet beïnvloed door sociaal-economische achterstelling. Gezinshereniging maakte de immigratie oncontroleerbaar. Extreem-rechts signaleerde de problemen het eerst en bepaalde het debat. De andere partijen reageerden door het tegenovergestelde te zeggen: de vreemdeling is een universeel slachtoffer. Links denkt: als we die mensen sociaal-economisch integreren, zal alles wel in orde komen. Dan zal er wel een einde komen aan het probleem van de radicale godsdienstbeleving. Dat is bijzonder paternalistisch. Eigenlijk zeg je tegen die mensen: u bent alleen maar diepgelovig omdat u in de miserie zit. En dat klopt niet. Islamitisch fundamentalisme wordt beïnvloed door de islam en niet door sociaal-economische achterstelling. Het is onzinnig om te denken dat alle moslims seculier zullen worden als ze niet meer achtergesteld zijn.”

Het grootste gevaar voor Brussel is – los van de dreiging van aanslagen op honderden potentiële doelwitten – de steeds wijder wordende kloof tussen moslims en niet-moslims. Brussel 
is reeds een verscheurde stad, en nergens is het verschil beter zichtbaar dan in de Dansaertstraat, de chique slagader die het hart van Brussel verbindt met Molenbeek. Dansaert-Vlamingen wil men ze weleens noemen, blanke mensen met geld die zweren bij de multiculturele samenleving en hun dagelijkse meninkjes destilleren uit het dagblad De Morgen, de roeptoeter van het maakbare multiculturele België.
Naarmate de Dansaertstraat dichter bij Molenbeek geraakt, verloedert de straat. Emilio López-Menchero, een Spaanse kunstenaar die in Molenbeek zijn atelier heeft, bouwde op de brug tussen de Dansaertstraat en Molenbeek een heus checkpoint Charlie, compleet met Russische en Amerikaanse vlaggen. De vlaggen werden gestolen, de houten keet werd in brand gestoken. Iedereen wist uit welke hoek de daders kwamen, maar niemand durfde dat te zeggen of op te schrijven.
De angst regeert in Brussel. In het verpauperde gedeelte van de Dansaertstraat werd ooit een enorme Apple-winkel geopend. Die werd diverse malen overvallen, en na de laatste overval, die eindigde in een gijzeling met machinegeweren, sloot Apple de deuren.
Tijdens ons verblijf in Brussel kreeg de hippe bloemenwinkel op een boogscheut van de voormalige Apple-store een molotovcocktail door de ruiten. Een galerie uitgebaat door een nogal opzichtige nicht kreeg een paar keer bakstenen door de winkelruit en sloot de deuren. Hipstercafés als Barbeton en De Walvis, die uitkijkt over de brug tussen de Dansaertstraat en Molenbeek, betalen beschermingsgeld, zo gaat het hardnekkige gerucht. De bekende Marokkaanse modeontwerpster Rachida Aziz sloot onlangs haar boetiek in de Dansaertstraat omdat die naar haar zeggen een ‘imagoprobleem’ heeft, een Vlaams eufemisme voor misdaad en verloedering.
De Walvis is een paar keer overvallen. Geen krant die schrijft over de werkelijke achtergrond (de buren uit Molenbeek) van
 de verloedering van het laatste gedeelte van de Dansaertstraat. Diezelfde kranten publiceren wel gretig het antisemitische, opruiende geschreeuw van knuffel-Arabier Dyab Abou Jahjah. Na al die jaren in Vlaanderen kan de querulant en hofnar van de multiculturalisten nog geen zin foutloos Nederlands schrijven, getuige zijn belabberde kreten in de sociale media. Zijn bekendste uitspraak: “De autochtonen kunnen zich niet aanpassen aan de multiculturele realiteit. Dat is wat er aan de hand is. Dan moeten ze maar emigreren. Wie het hier niet bevalt, moet maar weggaan.”

De beminnelijke en erudiete Wim Van Rooy is een van de grootste kenners van de islam in België. Hij publiceerde een waslijst van wetenschappelijke boeken en gaf meer dan 120 lezingen over het onderwerp. Toch is Wim Van Rooy de schrik van de Vlaamse multiculturalisten en gureert hij op de zwarte lijst van de meeste Vlaamse media, omdat hij als islamcriticus 
te boek staat. De gerenommeerde uitgeverij Lannoo heeft net zijn manuscript vol lemma’s over de islam geweigerd. Tientallen keurige academici uit Nederland en België werkten mee aan het boek.
 Van Rooy: “Vanuit het niets werd mij verteld dat ze het boek niet gingen uitbrengen. Het zou te maken hebben met opmerkingen van mij uit het verleden. Geef mij die quotes dan, vroeg ik nog. Maar ze hadden niks. Typisch hypocriete katholieke Vlamingen, die nooit zeggen waar het op staat. Het islamdebat in Nederland is veel beter. In Vlaanderen is dat debat volledig geëmotionaliseerd, men gaat niet op argumenten in.”

De Nederlandse schrijver Benno Barnard woont in België en staat bekend als islamcriticus. Van Rooy: “Mijn goede vriend zou een lezing geven aan de universiteit. Hij is toen in dat zaaltje bijna gemolesteerd door de aanhangers van Sharia4Belgium, onder aanvoering van Belkacem die nu in de gevangenis zit. 
Van tevoren had Barnard bescherming gevraagd bij de universiteit, maar dat werd geweigerd. In de media kreeg hij de volgende dag de schuld van het incident, dat hij zelf zou hebben uitgelokt met zijn islamkritiek. De kranten schreven dat de knapen van Sharia4Belgium, die nu allemaal in Syrië zitten, ongevaarlijke clowns waren. Inmiddels is Barnard kaltgestellt, hij telt niet meer mee in de literaire gemeenschap vanwege zijn islamkritiek. Er zijn vast talloze redenen aan te voeren waarom een zichzelf links en progressief noemende persoon de islam omhelst. Maar ik kan er met mijn verstand niet bij: die mensen omhelzen liever de radicale islam dan dat ze als xenofoob worden gezien. Tijdens de zogenaamde revolutie in Iran werkten de islamitische fundamentalisten samen met links. Toen Khomeini eenmaal aan de macht was, zijn al die linksen afgeslacht. Mijn motto is dat van Karl Popper: men kan nooit tolerant zijn tegen intolerantie, want dan gaat de tolerantie kapot.”

In België staan wij net als Wim Van Rooy, Marion van San
en Claude Moniquet te boek als islamcritici en dus als islamofoben en dus als racisten. Om die reden reageerden tal van linkse Vlaamse opiniemakers in het geheel niet op onze interviewaanvragen. In de cafés aan de Dansaertstraat vroegen hipsters ons: “Waarom laten jullie geen leuke moslims uit Molenbeek aan het woord, met het echte verhaal over alle goede burgerinitiatieven daar.”
 “Die staan dagelijks in De Morgen en De Standaard, antwoordden we, en wekelijks in jullie gratis lijfblad Brussel Deze Week.” Oplossingen hebben we niet, daar is de politiek voor. We benoemen het probleem enkel. De politiek kan niet langer de 
kop in het zand steken en doorgaan met het geven van gratis geld en met de koehandel in compromissen om het islamitisch electoraat te bevredigen. Misschien moet ze erkennen dat een stagnerende en zich niet moderniserende islam een van de oorzaken van sociale uitsluiting is.
 Onze enige hoop voor potentieel explosieve enclaves als Molenbeek (en het Antwerpse Borgerhout) is een harde en eerlijke politiek. De nieuwe burgemeester van Molenbeek,
 de liberaal Françoise Schepmans, kan wellicht voor een frisse wind zorgen na het jarenlange wanbeleid van haar voorganger. Zij vertelde ons in het geheel niet blij te zijn met de dominantie van één cultuur in Molenbeek en stelde dat de Marokkaanse gemeenschap daar zich eindelijk eens coöperatiever, constructiever en opener moet opstellen. 
Indachtig Ahmed Aboutaleb vinden wij dat iedere migrant of allochtoon de Grondwet van zijn nieuwe thuis moet onderschrijven en dus de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van meningsuiting moet accepteren.
 Eenieder die zijn visie, zijn geloof en zijn ideologie met geweld aan anderen wil opdringen en bereid is hiervoor medemensen te doden, hoort hier niet thuis en kan beter vertrekken. Er zijn genoeg oorden (zonder uitkeringen) waar deze lieden zich thuis zullen voelen./

Op woensdag 13 mei vindt er in de Balie in Amsterdam een debat plaats over de radicalisering van moslims. Teun Voeten en Arthur van Amerongen nemen daaraan deel. Bij uitgeverij Fosfor verschijnt in mei de opvolger van Arthur van Amerongens boek ‘Brussel: Eurabia’, ‘Brussel: Eurabia 2 – Terug naar Molenbeek’.

Arthur van Amerongen & Teun Voeten