Taalkundig gezien zit Trump in groep 7, hoogstens 8

Donald Trump verovert staat na staat in de Amerikaanse voorverkiezingen, en dat lijkt deels te komen door zijn taalgebruik.

Vanaf zijn aankondigingsspeech vorige zomer smijt Donald Trump zich, met succes, in de presidentiële strijd voor het Witte Huis. Hij gooit vlijtig met oneliners over Mexicanen en moslims en zet zijn concurrenten op harde wijze weg als marionetten van de partijtop. Het levert hem op dit moment veel op. De oude rotten van Republikeinse partij zitten met hun handen in het haar.

Juist de kandidaat die ze juist niet tegen de Democraten Hillary Clinton en Bernie Sanders willen laten strijden, lijkt met de Republikeinse nominatie aan de haal te gaan. Zeker nu hij dinsdag in Arizona opnieuw won. Trump heeft nu 739 van de 1.237 gedelegeerden die hij nodig heeft voor de nominatie, al is de strijd nog niet gestreden. Zijn grootste tegenstrever Ted Cruz heeft er op dit moment 465. Al gaat het voor de senator een hele opgave worden de blonde verrassing van de race tot nu toe te verslaan.

Er is al genoeg gezegd en geschreven over Trump en zijn plannen en debataanpak, maar onderzoekers van de Carnegie Mellon University (CMU) – de 24ste van de wereld – hebben ontdekt dat Trump zoveel Amerikanen aanspreekt door één belangrijk element van zijn optredens: zijn taalgebruik. We weten van de livedebatten al dat de vastgoedtycoon uit New York uitblinkt in het wegzetten van zijn concurrenten en dat zijn speeches draaien om krachtige oneliners, maar er is meer dan dat. 

Groep 7 of 8
Elliot Schumacher en Maxine Eskenazi van de CMU ontdekten dat Trump op basis van alle taalkundige elementen als grammatica en vocabulaire uitkomt op het niveau van een fifth-grader, te vergelijken met een Nederlandse leerling uit groep 7 of 8 dus. Na een analyse van speeches van alle nog in de race zijnde kandidaten kwamen Schumacher en Eskenazi erachter dat Trump het laagste taalniveau heeft of zich simpeler uitdrukt dan de anderen. Zijn grammatica is zelfs van het niveau van een 10-jarige. 

Daar zit een reden achter. Trumps taalgebruik moet de ‘gewone’ Amerikaan aanspreken. Daarvoor gebruikt Trump simpele woorden, al gebruikt hij er volgens de analyse ook meteen de meeste van alle kandidaten. Zo schurkte Marco Rubio qua taalniveau tegen latere jaren van de High School aan en is Ted Cruz met zijn grammaticale levels rond het begin van de Amerikaanse middelbare school. Ook de Democratische kandidaten Clinton en Sanders zitten twee klassen hoger (7th grade – ofwel het eerste of tweede van het middelbare) dan Donald Trump. Die blinkt in zijn speeches uit in eenvoud en een grote simpele woordenschat waarmee hij inmiddels meer kans maakt dan iemand hem ooit had durven geven bij zijn aankondiging. 

Uitsmijters
Trump weet door zijn taalniveau laag te houden dus veel landgenoten aan te spreken. Maar zijn dictie is mischien even zo belangrijk. Hij probeert zijn zinnen en zijn woorden zo kort mogelijk te houden. Het komt amper voor dat Trump een woord kiest van vier of meer lettergrepen. Alleen als het moet – zoals bij geografische namen als Californië – doet Trump dat. Daarnaast switcht hij ook niet overdreven tussen makkelijke en moeilijke speeches. Zijn niveau zit constant op dat van een zevende klasser. Zijn makkelijkste toespraak is volgens de onderzoekers na zijn overwinning in Nevada, waar hij amper het niveau van een basisschoolleerling in de onderbouw haalt. Terwijl zijn moeilijkste vlak voor de start van de voorverkiezingen in Iowa is voorgedragen. Trump spreekt tijdens de Republikeinse caucus ineens op het niveau van een bovenbouwer van het Nederlandse middelbareschoolsysteem.

Ook sluit hij zijn standaard af met een uitsmijter, zoals het woord ‘problem’, waar hij een paar regels later de oplossing voor biedt. Het YouTube-kanaal The Nerdwriter ontdekte daarnaast ook dat Trumps zinnen door die uitsmijters vaak grammaticaal niet correct zijn.

That I can tell you!