De Brusselaars bleven kalm, al voorspelde de wetenschap massahysterie

Waar sociologische modellen na terreurdaden vooral massale paniek en egoïsme voorspellen, reageerden de Brusselaars kalm en behulpzaam. De Britse socioloog Chris Cocking pleit er dan ook voor om die negatieve reacties uit evacuatiemodellen te schrappen.

De term ‘paniek’ wordt vaak gebruikt om de reactie van een menigte meteen na een terreuraanslag te beschrijven, geïllustreerd met amateurfilmpjes die vluchtende en schreeuwende mensen laten zien. Toch zijn er nog geen aanwijzingen dat mensen bij de aanslagen in Brussel en Zaventem ‘paniekerig’ reageerden, zoals elkaar duwen of zelfs vertrappelen in een poging om zo snel mogelijk weg te raken. Amateurbeelden van de evacuatie van de metrotunnels tonen zelfs uiterlijk zeer kalme mensen. Dat was ook zo bij de aanslagen van 2005 in de Londense metro. De ‘massahysterie’ die in veel evacuatieplannen voor aanslagen wordt voorspeld, komt er in werkelijkheid zelden. Daarom zien sociologen ze graag verdwijnen uit die plannen.

Spontane hulp
De aanslagen inspireerden ook veel omstaanders om meteen ter hulp te schieten. De BBC bracht een ‘heldenverhaal’ van een Brusselse bagageverwerker die zeven gewonden uit het luchthavengebouw droeg, en telkens weer naar binnen liep. Hotelmedewerkers uit de buurt van het getroffen metrostation brachten ook handdoeken en dekens naar buiten om de gewonden te helpen. Taxi-chauffeurs brachten mensen gratis weg uit de luchthaven, en via sociale media boden heel wat mensen een lift naar huis of een slaapplaats aan.

Dit gedrag komt overeen met onderzoek dat door het Vlaamse wetenschapstijdschrift Eos is gedaan na de aanslagen in Londen, op 7 juli 2005, waarin werd betoogd dat zulke extreme situaties het beste in mensen naar boven haalt, en dat overlevenden en passanten samenwerken nog voor de hulpdiensten ter plaatse komen. Daarin werd beargumenteerd dat mensen in momenten van tegenspoed dichter bij elkaar komen en eerder altruïstisch dan egoïstisch reageren.

Dat betekent niet dat iedereen zich als een superheld gedraagt, maar het is eerder kalmte dan paniek die het gedrag van mensen in noodsituaties stuurt. Daardoor wordt behulpzaamheid en samenwerking een psychologische norm. Individualistisch of egoïstisch gedrag wordt dan niet getolereerd. Daarom stellen we een model van ‘collectieve veerkracht’ voor dat het gedrag van een menigte in noodsituaties beter beschrijft dan clichématige modellen van ‘massahysterie’. Collectief gedrag boven egoïstisch gedrag heeft immers gevolgen voor de planning van en reactie op acties in noodsituaties.

Een ander aspect van deze collectieve identiteit in de nasleep van een gruwelijke gebeurtenis, is het samenkomen van mensen om elkaar te steunen, lokaal zoals dinsdagavond op het Beursplein in Brussel, maar ook globaal vooral via sociale media. Ook na de aanslagen in Parijs was dat al zo. Eerder dan gemeenschappen verdelen – waar de daders op hopen – zorgen terreuraanslagen daarom voor een versterkte eenheid om positief en niet met haat te reageren.