Hoe Nederland, België en Frankrijk radicalisering in de cel bestrijden

Gevangenissen dienen niet slechts als een isolement voor criminaliteit, ze zijn ook vaak een broedplaats van criminaliteit. Gevangenissen vormen een vruchtbare voedingsbodem voor radicale ideeën. De aanslagplegers in Kopenhagen (2015) en het joods museum in Brussel (2014) radicaliseerden vermoedelijk in de cel. In Frankrijk is een nieuwe aanpak van start gegaan: radicaal islamitische gedetineerden krijgen les over het geromantiseerde middeleeuwse kalifaat en het salafisme.

Onder de aanslagplegers van de Parijse en Brusselse aanslagen zat een aantal geruime tijd in de gevangenis voor uiteenlopende delicten. Zo werd de oudste van de broers El Bakraoui – aanslagpleger luchthaven Zaventem – bijvoorbeeld veroordeeld tot 9 jaar cel in verband met een gewapende overval. Zijn broer Khalid werd in 2011 tot vijf jaar cel veroordeeld voor een reeks autodiefstallen.

Ook de in het Brusselse Molenbeek opgepakte terrorismeverdachte Salah Abdeslam heeft tijd in de gevangenis doorgebracht, voor kleine delicten. Volgens de oud-burgemeester van Molenbeek, Philippe Moureaux, zou Salah Abdeslam – net als zijn broer Brahim, die zichzelf opblies op een terras – tot de categorie ‘kleine boefjes’ en ‘losers’ hebben behoord. “Die zich hebben laten meeslepen in de marginaliteit die leidde naar diefstallen en drugshandel,” aldus Moureaux. In 2010 werd Salah Abdeslam veroordeeld tot een gevangenisstraf en werd na een maand weer vrijgelaten. Moureaux stelt in een interview met de Waalse zender RTL dat Abdeslam in die periode in contact is gekomen met radicale ideeën, die hem uiteindelijk tot zijn trieste terreurdaden hebben geleid. Daarbij zou Salah, net als vele andere veroordeelde gevangenen, in de bajes niet alleen in aanraking zijn gekomen met radicale ideeën, maar ook met ‘gewone’ criminelen, die weten hoe wapens en explosieven te bezorgen zijn. De basis voor nieuwe terreuraanslagen was daarmee gelegd.

‘Hier breken we je’
Nu zit Salah Abdeslam in de streng bewaakte gevangenis van Brugge, waar hij zijn eerste nachten heeft doorgebracht, volgens de Belgische krant Het laatste Nieuws de zwaarst beveiligde cellen in België. ‘Hier breken we je,’ werd enkele jaren geleden geconcludeerd in het VTM-programma Telefacts, dat de gevangenis bezocht.

Net als in België kent Nederland een aparte omgang met terreurverdachten in de gevangenis. Hier kenmerken de terrorisme-afdelingen zich door isolatie van verdachte terroristen van de rest van de gevangenen om verspreiding van hun radicale boodschap tegen te gaan.

België overweegt nu – in navolging van Frankrijk – een andere omgang met terreurgevangenen. Zo wordt daar overwogen om terreurverdachten van elkaar te scheiden, vanwege het risico op (verdere) radicalisering als gevangenen in contact staan met andere gevangenen op terrorismeafdelingen. De Belgische minister van Justitie Koen Geens pleit ervoor om bepaalde gevangenen niet bij elkaar te zetten of ze met anti-propaganda te bestrijden.

Streng regime
Ook in Nederland groeit de kritiek op het gevangenisbeleid voor radicale of radicaliserende gedetineerden. Veiligheidsdeskundige Daan Weggemans wordt in dagblad Trouw genoemd als pleitbezorger voor het van elkaar afzonderen van terrorismeverdachten, omdat die – in combinatie met het strenge gevangenisregime voor terrorisme-verdachten in Vught en Rotterdam – elkaars denkwijze bevestigen en versterken.

In Nederland adviseerde de Raad voor strafrechttoepassing en jeugdbescherming (RSJ) het ministerie van Justitie al in 2006 dat speciale terrorismeafdelingen in gevangenissen geen goed idee zijn, onder andere gebaseerd op die redenatie. Daar komt nog bij dat de gevangenissen in Nederland de radicalisering van gevangenen niet kunnen herkennen of tegenhouden, zo stelt de voorzitter van de Vereniging van Gevangenisdirecteuren Harry Versteeg op BNR, die daaraan toevoegt dat de aanslagplegers van Kopenhagen en Parijs – en nu dus ook Brussel – onder andere in de gevangenis zijn geradicaliseerd.

Geromantiseerd
Dergelijke stellingen pleiten voor een andere omgang met terreurgevangenen. De Britse krant The Guardian weet te melden dat in de gevangenis van het Franse Osny, zuidelijk van Parijs, sinds februari een nieuw systeem in werking is getreden: “Gevangenen die ondergebracht worden in het cellenblok voor gewelddadige of potentieel gewelddadige extremisten worden blootgesteld aan talloze maatregelen om islamitische radicalisering tegen te gaan. Zij worden begeleid door meer cipiers dan gebruikelijk en tegelijkertijd onderwezen in de beginselen van het salafisme, waarbij ze regelmatige gesprekken voeren met sociologen, psychologen en historici, die hun geromantiseerde ideeën van middeleeuwse kalifaten zullen ontkrachten.” Verder moeten zij deelnemen aan theaterworkshops, politieke discussies en volgen ze onderwijs dat hun in het dagelijks leven na de gevangenis verder moet brengen. Behalve in Osny wordt het nieuwe systeem ook toegepast in de gevangenis van Lille, van Fresnes, ten zuiden van Parijs, en in de grootste gevangenis van Europa, in Fleury-Mérogis nabij Parijs.

Of deze aanpak vruchten af zal werpen en ook iets voor Nederland is, moet nog blijken. Feit is wel dat op dit moment veel wordt geïnvesteerd in preventie van terrorisme en radicalisering vóórdat er iets gebeurt. Met de aanzwellende dreiging van terreur, die meer dan ooit voor de deur van de Nederlandse samenleving lijkt te staan, zal ook het besef de kop op steken dat er iets moet gebeuren om te voorkomen dat het radicaliseringsklimaat in gevangenissen verder weelderiger kan tieren. Want dat radicalisering in de gevangenissen gebeurt, is een vaststaand feit. En waar dat op kan uitlopen, hebben we dinsdag met lede ogen moeten aanzien.