Deze oorlogsfilm werd in België (onterecht) uitgesteld vanwege de aanslagen in Brussel

Deze week in de bioscoop: een Deense oorlogsfilm die bij onze zuiderburen nog niet te zien is, een skischansspringer op de Olympische Spelen van ’88 en de sores van een dronebestuurder.

Land of Mine (****)
De Deense oorlogsfilm Land of Mine lijkt een gedegen historisch drama waar niemand zich een buil aan kan vallen. Toch is in België de release van de film voor onbepaalde tijd uitgesteld vanwege de aanslagen in Brussel. De film zou 23 maart in de bioscopen verschijnen, maar ‘vanwege de gewelddadige aard van de film en uit respect voor de slachtoffers’ heeft distributeur Paradiso anders besloten. In Nederland draait de film vanaf vandaag gewoon in de bioscoop. Terecht, en vreemd dat voor België anders besloten is. Als er al films uit de bioscoop zouden moeten worden gehaald, dan is London Has Fallen een betere kandidaat: terroristische explosies in een grote stad, afgezette straten en wereldwijde terreurdreiging. Sommige zaken laten zich niet begrijpen.

Land of Mine speelt zich af aan de Deense kust, vlak na de Duitse capitulatie in het voorjaar van 1945. De stranden liggen bezaaid met meer dan een miljoen mijnen. Een groep jonge Duitse soldaten, net geen kinderen meer, wordt verplicht om op een stuk strand met gevaar voor eigen leven tienduizenden mijnen te ruimen. We zien geen nazi’s, wel jongens die bang zijn, maar ook vol energie zitten. Meegezogen in een oorlog, maar blij als ze denken het einde ervan te hebben overleefd. Totdat ze worden geconfronteerd met de wraakgevoelens van de winnaars.

Regisseur Martin Zandvliet heeft in Land of Mine met succes eendimensionale karakters vermeden. De Deense kapitein die de jonge Duitsers het met mijnen bezaaide strand opstuurt, is geen bruut of heilige, de jongens geen antisemieten. Met mooie shots, uitgekiende schrikeffecten, goed acteerwerk en een menselijke boodschap zonder al te moralistisch te worden, maakt Zandvliet met zijn derde film indruk. Wel is de film een ‘crowdpleaser’: goed gemaakt, maar veilig en conventioneel. Niet voor niets won de film op het afgelopen IFFR de publieksprijs en de MovieZone Award.

Eddie the Eagle (****)
De verfilming van het onwaarschijnlijke verhaal van een Engelse jongen die tegen alle verwachtingen in op de Olympische Spelen staat, zou je eveneens als een crowdpleaser kunnen omschrijven. Een biografische film, maar eentje die vleugels krijgt en boven de gemiddelde biopic uitstijgt.

Het verhaal van Michael ‘Eddie’ Edwards (gespeeld door Taron Egerton) is vooral in Engeland bekend. Ineens stond daar tijdens de Olympische Winterspelen van 1988 in Calgary een wat stuntelige jongen met een bril. Edwards speelde als skischansspringer met nauwelijks ervaring mee met de grote jongens uit Scandinavië: recordhouder Matti ‘The Flying Fin’ Nykänen en mannen uit het Noorse team die de iele Brit als een stel losgelagen Vikingen omverduwen. Maar onbekend of niet, zodra je een Britse tegenspeler in de film de woorden ‘Je zal nooit een Olympisch atleet worden’ hoort uitspreken, weet je hoe dit verhaal afloopt.

Het verhaal is universeel (de underdog komt eens boven) en in zijn soort al ontelbare keren verfilmd, maar deze versie is met veel liefde en gevoel gemaakt. Het acteren is vlekkeloos, met naast een leuke rol van Hugh Jackman als Eddie’s trainer vooral een echt hilarisch optreden van Jim Broadbent als radiocommentator. Als geen ander spreekt hij met een Brits ingehouden enthousiasme de woorden ‘The Eagle has landed’ uit. De gedachte aan de sportfilm Chariots of Fire (1981) dringt zich soms op als de muziek wat al te nadrukkelijk te horen is. Regisseur Dexter Fletcher weet de kijker bij de lurven te pakken.

Full Contact (***)
De Nederlandse filmmaker David Verbeek was jaren druk bezig om een film over drones te maken. Hij baalde er dan ook van toen regisseur Andrew Niccol in 2014 met Good Kill kwam, waarin Ethan Hawke vanuit een container in de woestijn drones bestuurt die tegen de Taliban worden ingezet. Bovendien heeft Verbeek de grootste moeite om goed contact met zijn gezin te onderhouden. Dit bleek een uitermate geschikt startpunt voor zijn film Full Contact, waarin de hoofdrolspeler vanachter zijn monitor probeert ‘full contact‘ te maken (oorlogsjargon voor een voltreffer), en in zijn persoonlijke omgeving maar lastig sociale contacten onderhoudt.

Het script van Full Contact staat bomvol gedachtes, maar de vertaling ervan naar het witte doek is soms wat matig. De samenhang ontbreekt op cruciale punten. De film biedt echter wat mooie poëtische scènes waarin wordt gespeeld met thema’s als donker en licht. En de hoofdpersoon is een buitengewoon intrigerend personage. Maak echt contact maakt de regisseur niet met zijn publiek.