Een beetje zelfspot zou de Charlie Hebdo-blunder goeddoen

De nieuwe Charlie Hebdo, baken van de vrije meningsuiting, ligt in de winkel en de afschuwelijkheden in Brussel mogen deze editie niet ontbreken. Op de cover prijkt ditmaal geen karikatuur van een islamitische profeet of verdronken peuter, maar een van de Waals-Rwandese zanger Paul Van Haver die wij allemaal kennen als Stromae. ‘Papa où t’es?’ leest de spreekballon boven zijn hoofd. (U weet wel, van dat nummer.) Antwoord (‘Ici, ici, là et là aussi!’) krijgt Stromae van twee afgerukte armen, een been en een los oog. Een ironisch tafereel; de vader van Stromae overleed namelijk tijdens de Rwandese genocide en werd daarna volgens Het Nieuwsblad pardon their French – ‘in stukken gesneden’.

Smakeloos, respectloos, pijnlijk en kwetsend, vinden nogal wat mensen het. Soortgelijke kritiek werd in januari geuit op de covertekening van Charlie Hebdo waarin twee dolle mannen een vrouw achtervolgen, bijgestaan door de tekst ‘En wat zou Aylan later zijn geworden? Billenknijper in Duitsland’, refererend aan de verdronken driejarige Aylan Kurdi uit Syrië. Het jongetje met de iconische rode trui en het blauwe broekje verscheen, een week nadat hij levenloos aanspoelde op een Turks strand, ook al op een omslag van Hebdo. Kurdi werd afgebeeld onder een reclamebord met daarop de tekst: ‘Aanbieding! 2 kindermenu’s voor de prijs van één’. En een aantal pagina’s verderop werd Kurdi nog eens getekend, naast hem stond Jezus. ‘Bewijs dat Europa christelijk is. Christenen lopen over water, moslimkinderen zinken.’

Grof, grover, grofst; humor kent geen grenzen voor de redactie van Charlie Hebdo. De meest omstreden covers maakte zij in 2006 en 2012, met in de hoofdrol de profeet Mohammed. Voor die acties werd een hoge prijs betaald. In 2015 schoten de wraakzuchtige gebroeders Chérif en Saïd Kouachi twaalf medewerkers dood op de burelen en verwondden zij er elf in naam der profeet. The show went echter on, en de overlevenden stelden een herdenkingseditie samen waarvan er acht miljoen exemplaren werden verkocht. Op die cover prijkte wederom de profeet, in zijn handen een bord met daarop de steunbetuiging ‘Je suis Charlie’. 

Er is echter één verschil tussen de cartoons met daarop Mohammed en Kurdi, en die met de zanger uit België. De prent van Stromae lijkt te berusten op onwetendheid van de redactie over diens familiegeschiedenis. Een volledig mislukte grap, maar wel een die door de drukpers rolde en in de schappen terechtkwam. De familie Van Haver reageerde in de media ontzet, een publieke reactie of verantwoording van de Hebdo-burelen is vooralsnog uitgebleven. Onbedoeld werden niet de aanslagen in Brussel, maar de volkerenmoord in Rwanda tot het mikpunt van satire gemaakt.

Laten we uitgaan van onwetendheid tot het tegendeel is bewezen. Onwetendheid die te wijten is aan onderbezetting op een redactie die na – de bloedige personeelskrimp in januari 2015 – leegloopt, misschien? (Eind vorig jaar vertrokken ook columnist Patrick Pelloux en cartoonist Rénald Luzier na jaren trouwe dienst. Luz, verklaarde niet meer geïnteresseerd te zijn in de actualiteit, nadat hij in januari aan de terroristen ontsnapte omdat hij te laat was op zijn werk. Over ironie gesproken.)

Niemand wordt gespaard door de cartoonisten en columnisten van Hebdo, zoveel is duidelijk. Zijzelf incluis. Een jaar na de schietpartij verscheen een herdenkingsuitgave. Deze numéro special bevatte de nodige zelfspot. Zelfspot die ook te lezen viel in de editie die volgde op die met de gewraakte Mohammed-cartoons. (Een grappenmaker zonder bereidheid tot zelfspot is immers een hypocriet.)

Excuses aan de familie van Paul Van Haver zijn gepast, en misschien zijn die al wel gemaakt, maar wenselijker nog zou een Hebdoësque reactie zijn op de ongepaste Belgenmop. Al is dat misschien ook maar een doekje tegen het bloeden.