Michel Butter en een mooi vervolg aan de Mooiste Marathon

Schokkend hangt Michel Butter over de dranghekken net na de finish van de Marathon van Amsterdam. Coach Guido Hartensveld legt een hand op de schouder van zijn ontroostbare pupil. Stil maar jongen, je hebt het fantastisch gedaan. Dat weet Butter diep in zijn hart ook wel, maar de atleet weet ook dat het niet genoeg is. Nét niet.

Binnen twee uur en elf minuten had Butter terug moeten zijn in het Olympisch Stadion, om de door het NOC*NSF gestelde limiet te lopen. Hij deed acht seconden langer over het 42.195 meter lange parcours. In plaats van 19,33 kilometer per uur, liep hij 19,31 kilometer per uur. Probeer dat tempo op uw stadsfiets maar eens langere tijd vol te houden en u zult schreeuwen om uw moeder.

“Het scheelt zo een 45 meter,” rekent Hartensveld voor in de schitterende documentaire De Mooiste Marathon (maandagavond uitgezonden door de VPRO), waarin Butter en zijn coach door regisseur Geertjan Lassche worden gevolgd rondom de kwalificatiepoging voor de Olympische Spelen komende zomer in Rio de Janeiro. Zelfs met de voorkennis dat Butter de gestelde tijd niet haalt is de film ongekend spannend.

Standje oorlog
Een geconcentreerde Butter bij de start, vol zelfvertrouwen in ‘standje oorlog’. Het startschot klinkt, het gevoel is goed. Het eerste meetpunt, na vijf kilometer: precies op schema. Dan begint het te regenen, maar Butter is ‘nog steeds niet bang’. Een nieuw meetpunt, tien kilometer na de start: weer precies op tijd bereikt. Hartensveld, die op de motor meerijdt, brengt de duim en wijsvinger van zijn rechterhand naar elkaar en doet zijn andere vingers omhoog: perfect.

Vijftien kilometer: vijftien seconde onder de streeftijd. Steeds opnieuw wordt de eerder in een schrift opgeschreven tussentijd gehaald. “Het parcours was goed, de hazen waren goed, de sfeer was goed, de spanning was goed,” blikt Hartensveld terug.

Na dertig kilometer stappen de gangmakers uit, zij hebben hun werk gedaan. Het is nu aan de marathonloper zelf. Er volgen langzame kilometers. De muziek zwelt aan. “Het kan, hè. Het kan!” schreeuwt Hartensveld. De tijd tikt weg. “Volle bak, dat kan je.” Klamme handjes bij de kijker. Je weet dat het uiteindelijk alsnog mis zal gaan, maar je hoopt hartstochtelijk op een andere uitkomst. Een Houdini-act die het verleden op het verkeerde been zet.

Rotterdam
Hoe hard je ook een alternatief einde wenst, ook in de documentaire loopt de tijd over de 2.11,00 heen. Butter slaat zijn handen voor zijn ogen, zakt door zijn knieën, collega’s proberen hem te troosten. Tijdens de persconferentie na afloop is de atleet weer monter, tot hij over zijn tijd begint. Opnieuw het besef dat het net niet is gelukt, dat hij nog een keer ruim 42 kilometer alles moet geven om in Brazilië te geraken. Zijn lip trilt. Toch is hij ook strijdbaar. “Ik kan meer dan dit, heb de stijgende lijn te pakken.”

Zijn revanche zal volgen bij de Marathon van Rotterdam, voorspelt Butter nog voor de camera van Lassche en geeft zichzelf ’98 procent’ de limiet te halen. Hij krijgt die kans echter niet, de hardloper heeft te veel last van een kuitblessure om 10 april een nieuwe topprestatie te leveren en zegde af. Weg Olympische kans.

En dan te bedenken dat Butter zich wél voor de Spelen had geplaatst als hij niet in Nederland was geboren. De limiet van de NOC*NSF is de strengste ter wereld. Onrecht, vond Erben Wennemars al bij De Wereld Draait Door. “Jij hoort op de Spelen thuis,” riep de oud-schaatser tegen Butter. De atleet vindt dat zelf ook, maar is volgens zijn coach ‘niet iemand die zijn hand ophoudt’.

Clementie
Het NOC*NSF kan bij monde van chef de mission Maurits Hendriks nog wel clementie tonen. De kans is groot dat de Atletiekunie daar een verzoek voor indient. Ondertussen roeren de aanhangers van Butter zich online, met een Facebookpagina en een petitie (na ruim twee dagen reeds 8000 keer getekend).

Wie nog niet overtuigd is, doet er goed aan De Mooiste Marathon te kijken, een documentaire die een mooi vervolg verdient.