Hoe Ard van der Steur in een jaar werd opgebrand

Ard van der Steur behoorde tot de groeibriljanten van de VVD. De jurist had het in zich om minister van Veiligheid en Justitie te worden, daar twijfelde niemand over. Hij kwam veel op het VVD-ministerie over de vloer, bouwde zo de nodige kennis en netwerk op, en gaf hier en daar al eens een adviesje. Misschien niet helemaal zijn rol als Kamerlid, maar ach, het is één grote VVD-familie bij V&J.

Dat Ivo Opstelten aan zijn laatste periode bezig was, werd ook al vrij snel duidelijk. Wie weet, in 2017, zat het er dus wel in voor hem –  al was het geen geheim dat staatssecretaris Fred Teeven die positie ook ambieerde. Het zouden, kortom, spannende tijden worden voor Ard in 2017: zou de VVD na de verkiezingen groot genoeg zijn om te kunnen regeren en het ministerie op te eisen? En zou hij hoog genoeg in de pikorde staan om het ministerschap te bemachtigen? Misschien zou een staatssecretariaat logischer zijn, bestuurlijke ervaring had hij immers nog niet.

Het liep zoals we weten anders. In 2015 ruimden zowel Ivo Opstelten als Fred Teeven het veld en moest er een overbruggingsminister komen voor twee jaar. Maar op een superministerie als V&J is een ad-interim wel wat magertjes. De VVD polste daarom Henk Kamp, een partijzwaargewicht met jarenlange ministriele ervaring. Die zag er geen brood in. Het werd ‘lichtgewicht’ Ard van der Steur, die weliswaar zijn opleiding binnen de partij nog niet had afgerond, maar het grootste werk van dit kabinet zat er bovendien al op, en zo kon Van der Steur zich bewijzen voor een volgende periode. En de VVD moest wat, natuurlijk.

The rest is history.

Ard van der Steur strompelt van de ene naar de andere affaire. Gisteren overleefde hij een tweede motie van wantrouwen. Waar Klaas Dijkhoff zich knap door het pittige asieldossier worstelt, lijkt het ministerschap te zwaar voor Van der Steur. Had hij de rol van Dijkhoff wel aangekund? En was hij dan misschien in een volgend kabinet minister geworden?

Het is als volger van buitenaf lastig te beoordelen of bij Ard van der Steur het niveau ontbreekt of dat het te vroeg kwam. Gezien het vertrouwen dat de VVD in hem had, hij wordt geroemd om zijn dossierkennis én het feit dat de Kamer hem nog steeds niet weg wil sturen (dat beperkt zich niet alleen tot PvdA en VVD), zegt mijn onderbuik dat hij te ongerijpt is.

De Van der Steur-wijn is dus al verzuurd voor hij volgroeid en op smaak was. Jarenlang investeerde de partij en hijzelf in zijn politieke carrière, maar zijn kansen lijken klein om minister in een volgend kabinet te worden. In het niet-wegsturen speelde voor partijen ook mee dat er dan voor een nog kortere periode een vervanger moest worden gevonden én dat het voor de VVD wel een enorm pijnlijke exercitie wordt als in één kabinetsperiode twee keer een minister moet worden vervangen.

Bij de aanstelling van Van der Steur en Dijkhoff in maart vorig jaar schreef ik “een bestuurlijk onervaren politicus kan op sleeptouw worden genomen, maar met twee onervaren Kamerleden [als minister en staatssecretaris] neemt het kabinet, en de VVD in het bijzonder, een flinke gok. Het in het diepe gooien van de twee talenten levert wellicht de frisse wind op die zo gewenst is op het lastige ministerie van Veiligheid en Justitie, maar er is een even grote kans dat twee van de grootste politieke talenten worden opgebrand.”

Het lijkt erop dat Van der Steur tot de laatste categorie behoort.