De koloniale aantrekkingskracht van Trump op de arme, blanke Amerikaan

Stel je leeft in een trailerpark ergens in Mississippi, Louisiana, New Mexico of Arkansas. Je bent blank en kan nauwelijks rondkomen van je schamel loon. Op wie van de Amerikaanse presidentskandidaten stem je dan? Het op het eerste gezicht onlogische antwoord luidt hoogstwaarschijnlijk: Donald Trump.

Het is een vreemd huwelijk: de blanke Amerikaan die geen dollar te makken heeft en de bombastische miljardair met het opmerkelijke kapsel. Een Democraat zou toch veel meer kunnen betekenen voor deze omvangrijke groep? Maar de verstandhouding tussen de rijke zakenman en de arme white trash bevolking is hecht, en gaat terug naar de old days waar de plantagehouders de dienst uitmaakten.

Koloniale roots
Dit fenomeen is ten dele vanuit een historisch perspectief te verklaren. Toen de huidige Verenigde Staten van Amerika nog in haar kinderschoenen stond, werd het land verdeeld. Vanuit Europa namen de kolonisten het systeem van het bezitten van een stuk land met zich mee, maar anders dan in Europa was in Amerika een overvloed aan land, en werd een aanzienlijke groep (native Americans en Afrikaanse slaven) uitgesloten van het bezitten van enig grondgebied.

Voor het onderhouden van de plantages die ontstonden en het aansturen (en in het gareel houden) van de enorme slavenpopulatie hadden de rijke plantagehouders mankracht nodig. Die werd gevonden in de Europese immigranten, die in grote getale per boot arriveerden, op zoek naar rijkdom en datgene dat in Europa niet mogelijk was: het bezitten van een eigen stuk land.

Whiteness as property
Na een aantal jaar in dienst konden de blanke plantageknechten een eigen stukje land krijgen, meestal ter grootte van 100 acres. Echter werden ze door hun vrekkige bazen ook vaak opgelicht, waardoor ze konden fluiten naar hun eigen stuk grond. Dat was vervelend, maar er was landinwaarts in dunbevolkte gebieden genoeg plek. En aangezien ze blank waren, kregen ze alle vrijheid om naar de afgelegen prairie te trekken en hun geluk te beproeven.

En zo ontstond het begrip whiteness as property: het bezitten van een eigen stuk land, hoe klein ook, was lange tijd een privilege voor de witte Amerikaan, echter alleen ter gratie van de grootgrondbezitters. Naarmate de zwarte bevolking groeide begonnen de plantagehouders zich zorgen te maken dat de arme blanken zich samen met de slaven zouden gaan verzetten tegen het systeem. Als antwoord kregen de arme blanken nog een aantal privileges: ze mochten de zwarte bevolking op hun beurt onder de duim houden; een witte vrije man mocht iedere zwarte slaaf zweepslagen geven.

Het succesvol scheiden van de twee bevolkingsgroepen resulteerde in een mentaliteit die alles dat niet-blank was associeerde met armoede en geen bezit, en iedere poging van niet-blanken om ook te participeren in dit systeem als een inbreuk op de fundamentele rechten van de white man, en haar door de grootgrondbezitters toegekende privileges. Een mentaliteit die ten dele nog doorwerkt in de trailerparken en de goedkope triplexhuizen.

De retoriek van Trump wakkert dit gevoel nog eens extra sterk aan: allereerst is daar de bedreiging van alles dat niet blank is, maar de republikein is ook de personificatie van de oude koloniaal, diegene die de arme blanke iets te bieden heeft, hoe minimaal ook. Trump doet denken aan die vervlogen tijden, toen (bij gratie van de zakenman) het fortuin om de hoek lag en uitsluitend bedoeld was voor de blanke, die the guts had om het te grijpen.