‘We zijn zelf onze grootste tegenstander’ en meer uit de grote clichéparade

Iedere vrijdag, terwijl op menig kantoor wordt gesmacht naar het absolute hoogtepunt van de werkweek: de VriMiBo (het evenement formerly know as vrijdagmiddagborrel), bereikt ook het Nederlandse trainersgilde een climax: het verplichte praatje in een muffe persruimte.

Voetbalcoaches en spannende uitspraken, het is geen gelukkig huwelijk. Louis van Gaal is nog wel eens goed voor een gepeperde mening en José Mourinho springt met enige regelmaat uit de band. In eigen land lijken Ron Jans en Foppe de Haan in ieder geval hun best te doen om nog enigszins authentieke antwoorden en opmerkingen de wereld in te sturen, maar verder is het bar en boos: een langgerekte parade van clichés.

“We zijn zelf onze grootste tegenstander.”

De persconferenties op de vrijdagmiddag, waarin vooruit wordt gekeken naar de wedstrijd van het betreffende weekend, vormen het absolute hoogtepunt. Of dieptepunt, zo u wil. De tegenstander die dit seizoen nog geen duel heeft gewonnen mag absoluut niet worden onderschat. Er is een week lang uitstekend getraind, ook door de wisselspelers. Na de nederlaag van een week geleden is elkaar goed de waarheid verteld, maar de neuzen staan weer dezelfde kant op. De bal is rond en een wedstrijd duurt negentig minuten.

“Het gaat allereerst om wedstrijd winnen en zeker in deze fase is dat niet makkelijk.”

Wekelijks rijdt het journaille naar de stadions van de verschillende eredivisieclubs om de ingetrapte open deuren van de coaches op te tekenen. Zij zouden zich de moeite kunnen en misschien wel moeten besparen; een statement maken. ‘Hartstikke leuk wat je allemaal zegt [naam willekeurige trainer], maar we komen pas weer terug wanneer er iets verteld wordt wat we niet zelf op voorhand hadden kunnen verzinnen.’

“Hoe dichter bij het einde van het seizoen, hoe belangrijker de punten worden.”

Want journalisten mogen coaches misschien nodig hebben om hun product te verkopen, andersom werkt het net zo. In de huidige tijd is een club (met de trainer als werknemer) net zo goed een bedrijf dat geld moet verdienen. Zonder de steun of aandacht van de media wordt dat een moeilijke opgave, die kun je dus maar beter af en toe iets geven om mee te werken, in plaats van doen alsof ze gek zijn.

“Ze staan veel te laag voor de potentie binnen de club.”

De hierboven gebruikte uitspraken zijn met dank aan: Frank de Boer, Philip Cocu, Giovanni van Bronckhorst en John van den Brom, gedaan jongstleden vrijdag. We hadden ook kunnen kiezen voor Erwin van de Looi (‘keihard samenwerken is de basis’), René Hake (‘Feyenoord is een ploeg met veel dynamiek’), Ernest Faber (‘de druk ligt bij onze concurrenten’), John Stegeman (‘wij proberen onze goede serie voort te zetten’) of Rob Maas (‘we hebben iets goed te maken’).