Het meest radicaliseringsgevoelige land ligt in Oost-Europa

Terreurgroep IS lijkt voet op Bosnische bodem te hebben gezet, althans, als we het Duitse tijdschrift Der Spiegel mogen geloven. Ook in omliggende Balkanstaten is sprake van toenemende radicalisering van islamitische burgers. Veiligheidsdiensten kunnen door gebrek aan samenwerking nauwelijk het hoofd bieden aan het groeiende gevaar.

Volgens Der Spiegel heeft de terreurbeweging, fysiek actief in delen van Syrië en Irak, een grote en gestaag groeiende aanhang in Bosnië-Herzegovina. Er zouden zelfs dorpen in het afgelegen noorden van het land zijn, waar de zwarte IS-vlag prominent en fier wappert. Ook zouden er maar liefst 64 Bosnische gemeenten zijn waar – weliswaar illegaal – de sharia-wetgeving wordt toegepast. Veiligheidsdiensten maken zich in toenemende mate zorgen over de export van de radicaal-islamitische ideologie naar omringende landen. Experts geloven dat er tussen de 200 en 300 jonge Bosnische mannen hun land hebben verlaten om zich bij IS aan te sluiten en te strijden in het Midden-Oosten. Dat is, na België, het hoogste aantal buitenlandse strijders uit een Europees land.

Uit balans
De Amerikaanse Balkan-deskundige en voormalig medewerker van de NSA John Schindler stelt dat Bosnië ‘een veilige haven is voor radicalen, dat nu een goed ontwikkelde en stabiele terroristische infrastructuur herbergt’. Zo verkeren inmiddels onder de Bosnische IS leden twee van de meest prominente namen van de terreurorganisatie, zo schrijft Der Spiegel. Bajro Ikanović is commandant van het grootste trainingskamp van de Islamitische Staat in het noorden van Syrië, en Nusret Imamovic is een belangrijke persoon binnen het al-Nusra Front.

Desondanks wordt Bosnië nog steeds niet beschouwd als een van de belangrijkste bolwerken van IS, zo schrijft Der Spiegel, wat zou komen door afwezigheid van een strikte hiërarchie in de organisatie. Maar het land is gefragmenteerd, en voert een constante overlevingsstrijd. De politiek van Bosnië-Herzegovina verkeert in een voortdurende patstelling doordat de regering van het land geen besluiten kan nemen. Niet alleen rouleert het Bosnische presidentschap afwisselend tussen een Kroatische, Servische en Bosniak vertegenwoordiger, het land kent naast een nationale regering ook nog twee autonome entiteiten met vergaande bevoegdheden, die elkaar elke vorm van politieke besluitvorming onmogelijk maken door langs etnische lijnen te ageren. In een dergelijk competitief en tegelijk krachteloos politiek klimaat is het niet moeilijk voor een beweging als IS om Bosnië-Herzegovina uit balans te stoten.

Doodsbedreiging
Voor de Bosniaks zelf, de islamitische gemeenschap in Bosnië, is de aanwezigheid van IS ook geen zegen. Toen een hoge islamitische geestelijke van het land zijn volgelingen opriep zich openlijk te distantiëren van IS en islamitisch extremisme, kwam hem dat op een doodsbedreiging te staan. Kort na zijn oproep bracht IS een videoboodschap uit met de oproep om de keel van de geestelijke door te snijden.

Dat Bosnië zo’n radicaliseringsgevoelig klimaat heeft, heeft alles te maken met de Joegoslavische oorlog in de jaren negentig. Toen kwamen ultraconservatieve salafisten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten naar Bosnië om hun islamitische geloofsbroeders te versterken in de strijd tegen de Serviërs en de katholieke Kroaten. Na de oorlog bleven velen in Bosnië leven, maar door de etnische lijnen in het land kwam het niet tot een deradicalisering van de salafisten. Met oplopende etnische spanningen was het eerder zo dat gematigde moslims zich ook meer aangetrokken begonnen te voelen voor de radicale variant van de islam.

Charlie Hebdo
Er bestaat dan ook de angst dat rekruten van IS zich vanuit Bosnië kunnen verplaatsen naar Europa en het Midden-Oosten om daar terroristische aanslagen uit te voeren. Uit gegevens van het Bosnische ministerie van Veiligheid blijkt ook dat de wapens en munitie die gebruikt werden bij de aanslagen op Parijs en Charlie Hebdo hun weg naar Frankrijk via Bosnische contacten hebben gevonden. Bovendien is IS niet alleen present in Bosnië-Herzegovina. Ook moslims uit andere Balkanlanden, zoals Kosovo, Macedonië en Servië, zijn toegetreden tot de gelederen van IS, grotendeels als een reactie op de instabiliteit in de regio. Naar schattingen zijn 877 burgers afkomstig uit Albanië, Bosnië, Kosovo, Macedonië, Montenegro en Servië afgeriesd naar Syrië en Irak om te vechten voor Islamitische Staat. Ongeveer 300 daarvan zouden inmiddels zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst, en daaronder bevinden zich ook geradicaliseerde Bosnische moslims met vechtervaring en ervaring met bommen. Mocht het zo ver komen dat Kroatië de deuren naar Bosnië opent in het kader van het Schengenverdrag, dan zou dit kunnen leiden tot een verdere verspreiding van radicaal gedachtengoed en terreur, zo vrezen deskundigen.

Ondertussen blijken veiligheidsdiensten in regio – die in Bosnië voorop  – maar moeilijk grip te krijgen op het terreurvraagstuk. Experts waarschuwen dat de regeringen van Balkanlanden hun inspanningen om de omvang van radicalisering en gewelddadig islamitisch extremisme te meten moeten opschroeven. “Als we geen volledig beeld hebbeb van dit fenomeen, hoe kunnen we dan een effectieve strategie opstellen om het probleem te volgen en aan te pakken middels een gecoördineerde reactie uitgevoerd door verschillende politiediensten,” vraagt Uros Pena, adjunct-directeur van het Bosnische Directoraat voor de coördinatie van politieorganen zich af.

De uitwisseling van inlichtingen tussen de vijftien Bosnische politie-instanties loopt op zijn zacht gezegd problematisch. Volgens Pena worden de contacten van verdachte en reeds bekende extremisten ook nauwelijks gemonitord. Uitwisselingen met inlichtingendiensten uit omliggende landen verlopen nog moeizamer.

Voor de poorten van Europa staat een groot gevaar, en die poorten staan op een kier.