Wat wil de bevolking: meer referenda, of vertrouwen in de politiek?

De Kiesraad, referendumcommissie en het kabinet gaan het verloop van het referendum evalueren en sturen uiterlijk september hun bevindingen naar het parlement. Vandaag debatteert de Tweede Kamer alvast over de uitslag van het eerste referendum.

Mark Rutte, op persoonlijke titel een tegenstander van referenda, praat er tot op heden in een grote boog omheen, maar de politiek zal dus iets moeten vinden van het referendum. Een feest voor de democratie? De drempel verlagen of verhogen? Afschaffen? Duidelijker omschrijven hoe de volksraadpleging moet worden opgevolgd?

Voor afschaffing lijkt weinig steun onder de bevolking. Het Continu Burgeronderzoek Burgerperspectieven publiceerde een week voor het referendum hun rapport Burgerperspectieven waaruit blijkt dat er een grote steun is van de bevolking voor referenda bij voor ons land belangrijke onderwerpen.

Een belangrijke reden voor steun voor referenda is dat burgers ontevreden zijn over het functioneren van de politiek. In een verhelderend artikel op StukRoodVlees laat politicoloog Matthijs Rooduijn zien dat lager opgeleiden ontevredener zijn over de politiek en dat lager en middelbaar opgeleide Nederlanders enthousiaster zijn over zowel de directe democratie (bijvoorbeeld via referenda) als de expertisedemocratie (niet burgers of politici, maar experts nemen zo efficiënt mogelijke beslissingen) dan hoger opgeleiden. Dat laatste is saillant, want steun voor een expertisedemocratie (een select clubje specialisten neemt beslissingen) is iets totaal anders dan ‘meer inspraak voor burgers’.

Rooduijn concludeert: ‘Het lijkt erop dat lager opgeleiden alternatieve vormen van democratie verkiezen boven de representatieve democratie omdat ze ontevreden zijn met het functioneren van de politiek.’

Het is dus zeer de vraag of de grote steun voor referenda die in het rapport Burgerperspectieven wordt gemeten intrinsieke steun is voor het referendumconcept, of dat het een uiting van politieke onvrede is. Een opvallende constatering in het rapport is ook dat sinds de jaren zeventig voortdurend een meerderheid voor bindende referenda is, maar dat het destijds vooral populair was bij kiezers van D66 en de voorlopers van GroenLinks, nu vooral bij de kiezers van SP en PVV. “De verschuivingen zijn groot, maar de constante is wellicht toch dat het referendum vooral populair is bij de kiezers van partijen die zichzelf afficheren als protest- of vernieuwingspartijen. Het referendum past in kritiek op de gevestigde politieke orde,” aldus de onderzoekers.

Wil de bevolking eigenlijk die referenda wel, kun je je afvragen. Of wil het eigenlijk gewoon het vertrouwen in de politiek een (klein beetje) terug?

Eind januari stemde de Eerste Kamer voor een groot onderzoek naar het parlementair stelsel, naar hoe we het politieke systeem beter kunnen laten functioneren. Het lijkt verstandig de rol en functie van referenda daar in mee te nemen, in plaats van nu op basis van één met kinderziektes verlopen referendum conclusies te trekken.

Dan moet dat grote onderzoek nog wel van de grond komen. De overeenstemming in de Eerste Kamer over de instelling van deze staatscommissie liet vijftien maanden op zich wachten. Sindsdien ligt de bal bij de Tweede Kamer, waar het onderwerp nog niet op de agenda is geweest.