Hoe een hypochonder na een Total Bodyscan in een gezondheidsfreak veranderde

Uw verslaggever, een ras-hypochonder, volgde het programma ‘Hoe word je 90?’ van Prescan. Na een uitgebreid onderzoek, inclusief een Total Bodyscan, raakte ze geobsedeerd met het verjongen van haar bloedvaten. En: kun je in de toekomst net zo onsterfelijk worden als een kreeft?

Ik ben doodsbang voor de dood. Altijd al geweest. Als kind werd ik al midden in de nacht gillend wakker met de tekst: “Ik wil niet ooit dood!” Bij elk pijntje denken mijn hersenen gelijk aan iets terminaals. Hoofdpijn = hersentumor = uitgezaaid = dood. Ik ga zo vaak naar de huisarts dat het eigenlijk gek is dat hij nooit op mijn verjaardag komt.

Gut, dan zul je er wel een enorm gezonde levensstijl op nahouden, als je zo panisch bent voor de dood? Nee. Totaal niet. Ik werk me het apelazarus (veel stress), drink daarbij sloten koffie (met suiker), sla menige maaltijd over of vervang die door een bak cashewnoten, en qua sport kom ik niet veel verder dan de tikbewegingen die mijn vingers maken. Maar doordat mijn levensstijl ervoor zorgt dat ik zo mager ben als een heroïnejunk, voel ik niet echt de aandrang om te gaan sporten.

Maar nu ik in de MRI-scanner lig, denk ik daar ineens heel anders over.

Waarom heb ik toch niet wat gezonder geleefd?! En waarom laat ik mijn kop niet gewoon in het zand, waar-ie was? Zo meteen komt er iets uit als: “De vaten in uw hoofd zijn overmatig verkalkt door al die suikerinname, daar kunnen we nu natuurlijk niets meer aan doen; houdt u er in ieder geval rekening mee dat u vrij snel gaat.” Is ineens je hele leven verziekt. Het uur in de bonkende MRI lijkt eindeloos te duren. Wat zou er nog meer uit kunnen komen? Een hersentumor. Of longkanker. Wat heb ik eigenlijk liever? En zouden ze darmkanker ook kunnen zien op zo’n scan? Of moet ik daarvoor wachten tot de uitslag van de ontlastingstest? In de laatste minuten ben ik de wanhoop nabij: eigenlijk verdien ik het ook helemaal niet om nog te leven! Als een dolle probeer ik mijn lot op de valreep nog te bezweren. Ik beloof mijn lijf plechtig: als ik zo dadelijk geen kanker blijk te hebben, overlaad ik je voortaan met vitamientjes.

Als ik uit de MRI getrokken word, bestudeer ik nauwlettend de gezichtsuitdrukking van de MRI-man. Kijkt hij meelevend? Zie ik hem denken: wat erg, en zo jong nog? Maar ik kan geen onthullende gelaatstrekken ontdekken. Een kwartier later word ik geroepen. De uitslag volgt in een klein kamertje met een groot televisiescherm waarop via een Skype-verbinding contact wordt gemaakt met een Duitse chirurge. In haar blauwe uniform verschijnt ze ontspannen in beeld. “Ich bin…” begint ze zich vrolijk voor te stellen. Maakt mij het uit hoe je heet, briesen mijn gedachten. Ben ik terminaal of niet terminaal, that is the question!

Niet terminaal, zegt ze. Alles is goed. Ze loopt er even doorheen. Hoofd goed, vaten naar de nek ook, longen prima. Et cetera. Ik heb alleen een kleine cyste bij mijn eierstokken, maar dat is prima, daar hoef ik niks mee te doen. Datzelfde geldt voor iets anders wat ze zag, een klein vleesboompje. Ze zegt het op zo’n manier dat het haast schatting klinkt, als een gezellig moestuintje.

Een enorme dankbaarheid maakt zich van mij meester. Ik zou niet meer ophouden met het bedanken van de chirurge als mijn Duits niet zo slecht was geweest. Ik vraag nog wel een paar keer of dat Fleischbäumchen echt geen kwaad kan, maar ze verzekert me dat ik verheugd mag zijn, ik ben kerngezond.

Eenmaal thuis vertel ik enthousiast over mijn heuglijke dag, en kijkt vriendlief met een schuin oog naar de dropjes die ik onderwijl in mijn mond steek. Mijn dankbaarheid heeft per ongeluk plaatsgemaakt voor de gedachte: nou, mijn lijf kan blijkbaar wel tegen een stootje, eet ik even die zak drop leeg.

Maar dan is het tijd voor de grote ‘Hoe word je 90?’-dag. De geruststelling die ik dankzij de Total Bodyscan ervoer, maakt toch weer plaats voor angst. In de informatiemail staat wat er zoal wordt onderzocht. Onder het kopje ‘Biologische leeftijd’ staat: “Onze cardioloog kijkt hoe oud je lichaam is in vergelijking met leeftijdsgenoten. Hoe oud zijn je slagaderen? Wat zijn je kansen op een lang leven?” Het zweet breekt me uit. Straks zegt-ie dat die kans gering is. En dat mijn dochter het op haar zesjarige leeftijd al zonder moeder zal moeten stellen. Had mama maar wat gezonder moeten leven. Mijn kop wil heel graag weer terug in het zand.

Ik hou me staande met de passage uit de folder: “Voor hen die willen weten hoe ze echt oud kunnen worden en zo lang mogelijk kunnen blijven genieten van het leven is er nu ‘Hoe word je 90?’. Medisch gefundeerd en gebaseerd op kennis en ervaring van een team van de beste professionals. Er is maar één dag nodig om je leven voorgoed te veranderen.”

Ik moet eerst naar de voedingsdeskundige. Ik heb drie dagen een eetdagboek moeten bijhouden, en dat neemt ze met me door. Ik heb er eerlijk gezegd wel een beetje mee gesjoemeld. Omdat ik de vakjes ontbijt, lunch en diner moest invullen, ging ik ook maar in dat patroon eten, wat ik niet gewoon was. Omdat ik een beetje een uitslover ben, kocht ik een pak volkorencrackers, en at me daar een breuk aan, lekker gezond.

Dat vindt zij niet. Zo krijg ik veel te veel tarwe binnen, en tarwe levert glucose, en daar verouder je versneld van. Beter is het om voortaan in de ochtend rijstwafels te knagen. Bijvoorbeeld met kipfilet, carpaccio, rookvlees, hummus, avocado, geitenkaas, of gerookte zalm. Of ‘eventjes’ een gezonde shake maken. Met twee stuks fruit, bijvoorbeeld een appel en een banaan, en, belangrijk, twee handjes spinazie, anders vliegt je bloedsuikerspiegel omhoog en verouder je dus versneld. Het is helemaal mooi als ik er ook nog een lepel lijnzaad bij gooi, want dan moet je kauwen en dat prikkelt de spijsvertering. Voor de lunch kan ik dan een omeletje nemen met groente, en dan niet op brood maar op een bedje van veldsla. O, en gooi er wat tuinkers overheen, kiemgroente, ultragezond. In de avond is vis een idee, met groente (peulvruchten zijn een aanrader) en zoete aardappel, goed voor je darmen, of zilvervliesrijst of volkoren pasta. Als toetje een sinaasappel waar je de witte velletjes niet van af pulkt, want daarin zit juist het antioxidant dat de sporen van stress en milieuvervuiling opruimt.

Ik moet een goede balans zien te vinden tussen de brandstoffen koolhydraten, eiwitten en vet. Te veel koolhydraten zorgt voor vaatbeschadiging. Bovendien belasten koolhydraten je energieniveau, ze putten je uit. Mijn koffie kan ik beter vervangen door verse thee. Dat kun je heel gemakkelijk heel feestelijk maken met een tak munt of een soort gras erbij, zegt ze.

Ik moet bewuster worden van wat ik eet. Als ik last heb van mijn darmen, denk ik er gezond aan te doen om gedroogde pruimen te kopen. Die zak eet ik dan tijdens het tikken helemaal leeg. “Denk je nou eens in dat er veertig pruimen voor je op tafel liggen en dat je die allemaal gaat opeten. Dat doe je toch niet?” Weet wat je eet. Denk bij alles wat je in je mond steekt: is het voeding of vulling?

Daarna is de sportarts aan de beurt. Bij hem moet ik me helemaal de blubber fietsen op een hometrainer met allemaal plakkertjes op mijn lijf. Terwijl ik zelf aan het eind van de fietstest het gevoel heb aan de hartbewaking te moeten, zegt hij dat het prima ging. Ik zit in de middencategorie qua conditie. Maar, zeg hij, meer bewegen zou echt heel goed zijn. Of ik weet dat dagelijks dertig minuten wandelen al een tien jaar langere levensverwachting kan geven? Maar, geeft hij nog even mee, ik moet niet vanuit angst maar vanuit vertrouwen aan mijn gezondheid werken.

Daarna het spannendste van de dag: de cardioloog die mijn vaatleeftijd gaat meten. Waarna ik dus een inschatting krijg van hoe lang ik nog heb. Hij maakt een echo van mijn hart, en ik zie mijn halsvaten op het schermpje, zoals ik mijn dochtertje ooit in mijn buik heb gezien. Er loopt een heel dun wit lijntje langs de vaten; als je geboren wordt, loopt dat lijntje er nog niet. Maar het lijntje is gelukkig nog dun bij mij. Hij heeft even nodig om te rekenen, maar tien minuten later heeft hij de uitslag: mijn vaatleeftijd ligt drie jaar onder mijn kalenderleeftijd. “Dat is heel mooi,” zegt hij. Ik ben blij. Opgetogen vertel ik het aan de vrouw die de dag begeleidt – even oud als ik – en vraag wat haar vaatleeftijd is. Die van haar blijkt twaalf jaar onder haar kalenderleeftijd te liggen. Er is bij haar nog helemaal geen wit lijntje zichtbaar. Mijn health coach, met wie ik daarna een afspraak heb, heeft een vaatleeftijd die dertien jaar onder zijn werkelijke leeftijd ligt. Mijn uitkomst devalueert ineens aanzienlijk.

De health coach montert me op met het verhaal van een 74-jarige man wiens vaten voor tachtig procent waren dichtgeslibd. Hij gooide zijn levensstijl volledig om. Hij ging bewegen en gezond eten, en één jaar later waren zijn vaten nog maar voor twintig procent dichtgeslibd. Een complete revitalisatie binnen een jaar!

Een nieuwe obsessie is geboren. Mijn vaatleeftijd. Die moet naar beneden. Ik volg alle tips en adviezen op die me door de deskundigen zijn gegeven. Ik maak elke ochtend een gezonde shake, ik lunch en dineer exact volgens plan, en begin fanatiek te rennen met de app van de Belgische Evy. “Hup en lopen met die beentjes!” moedigt ze me liefjes aan, met op het eind altijd een fijn complimentje: “Ge moogt fier zijn op uzelf.”

Als mijn dochtertje ziek is, krijgt ze geen paracetamol, maar brouw ik zelf een drankje van kaneel en citroensap, een recept dat ik op internet bij ‘oma weet raad’ lees. Tegen de keelpijn trek ik haar twee sokjes aan die ik eerst in citroensap heb gedrenkt. Dat las ik ook op die site.

Mijn vriend begint te klagen dat hij ineens een relatie met een theelepelvrouwtje heeft. Ik voel me er zelf reuzegoed bij. Ik heb een streven. En door mijn nieuwe leven als gezondheidsfreak zijn er overdag ineens momenten dat ik niet werk, wat ik niet gewend ben. Blijkbaar krijgen mijn hersenen het signaal dat het vakantie is, nu ik ineens af en toe de tijd neem om een avocado te schillen, want ik begin (evenals wanneer ik met vakantie ben) als een bezetene te dromen. Ik droom onder andere dat uit de ontlastingstest naar voren komt dat ik een lintworm zo groot als een hond heb. Een lichte angst voor iets fataals blijft er wel in zitten.

Mijn gulzigheid naar alles wat over voeding gaat, neemt almaar toe. Elk gesprek gaat er ineens ook over. De taxichauffeuse die me naar het station brengt, is gestopt met roken en veertien kilo aangekomen. Ze loopt nu bij een diëtiste. Die zegt onder meer dat ze geen witte druiven meer mag eten. Druiven zijn enorme dikmakers. Mijn harde schijf noteert het allemaal. Verder verslind ik artikelen en boeken over gezondheid. Zoals het boek Check je houdbaarheid – Je persoonlijke route naar een lang en gezond leven van Pim Christiaans & Hanny Roskamp, dat ik van Prescan meekrijg. In het boek gaat het onder andere over telomeren. “Celkernen bevatten een soort tijdklok in de vorm van telomeren. Hoe korter de telomeren, hoe dichter je bij het einde van je leven bent,” lees ik. “Maar het goede nieuws is dat je het slijten van de telomeren kunt remmen.” Volgens dit boek zijn kreeften hier heel goed toe in staat; hun telomeren worden namelijk niet korter. Daardoor zijn kreeften, mits ze niet worden opgepeuzeld, onsterfelijk. Bij mensen is het nog niet zover, maar in verschillende studies zou zijn aangetoond dat je het tempo waarmee telomeren korter worden, kunt beïnvloeden door je leefwijze. Ze slijten bijvoorbeeld het snelst van stress, daarna van overgewicht en daarna van roken. Men is nu naarstig op zoek naar een stof die hetzelfde bij onze telomeren doet als bij die van kreeften. Die ons dus onsterfelijk maakt.

Opeens ben ik nog gemotiveerder om in een gezondheidsfreak te veranderen. Als ik mijn dood zo lang mogelijk weet uit te stellen, maak ik misschien nog mee dat dat stofje wordt uitgevonden en dat ik onsterfelijk word. Heel scheutig ben ik niet met het delen van mijn onderliggende motief dat ik een soort kreeft wil worden. Voordat je het weet, word je als naïef weggezet.

Ik vertel wel opgetogen over mijn nieuwe leefstijl aan Jaap Seidell, ‘dokter Frank’ van Berkum en Karin Luiten tijdens het driegesprek over gezondheid en voeding (zie pagina 20). Gek genoeg werkt het interview best demotiverend. Je zou verwachten dat je een staande ovatie krijgt van voedingsdeskundigen als je hun vakkennis zo minutieus in de praktijk brengt, maar als ze van mijn gezonde ontbijt horen, grinniken ze wat meewarig. Yuppengedrag noemt dokter Frank het. Volgens Seidell is het sowieso niet gezond om zo ‘maniakaal’ bezig te zijn. Alsof zo’n lepeltje lijnzaad het verschil gaat uitmaken. Haha.

Heb ik mij in de luren laten leggen? Als goedgelovige bijna-onsterfelijke? Ik kijk de TED-talk van de arts en directeur van het Preventive Medicine Research Institute, Dean Ornish. Mijn health coach bij Prescan haalde hem aan toen hij het over de dichtgeslibde man van 73 had. “Hart- en vaatziektes zijn voor 93 procent te voorkomen met een gezonde leefstijl. Sterker nog, ze zijn omkeerbaar!” belooft Ornish aan de hand van allerlei onderzoeken.

Ook volgens de directeur van Prescan, Eddy van Heel, is je fysieke gesteldheid ten goede te keren. Zeker op mijn leeftijd. Als veertiger kan ik er nog heel veel aan doen. Bij zestig veroudert je lichaam sneller, heeft een slechte leefstijl meer effect en is het lichaam minder goed in staat tot revisie. Ook hij haalt allerlei onderzoeken aan waaruit dat blijkt. Daarom is hij ook een groot voorstander van preventief onderzoek. Je kunt daarmee op tijd zien waaraan het schort en dat bijsturen. Hij vertelt dat er sinds de cardiologie veel meer aan preventie doet, dertig procent minder sterfte is onder patiënten van die afdeling. Maar Nederland wil daar maar moeilijk aan. Volgens Van Heel omdat Nederlandse artsen zijn opgeleid met het idee dat ze mensen moeten genezen, en daar valt preventief onderzoek in hun optiek niet onder. Iets dat volgens Van Heel onjuist is; dergelijk onderzoek redt immers levens. De rest van de wereld is daar ook allang van overtuigd. Volgens Van Heel is Nederland het enige land ter wereld waar preventief onderzoek verboden is. Al lijkt daar nu wel een kentering in te komen. Van Heel heeft op de dag dat ik hem bel net een gesprek met minister Schippers gehad; het ziet ernaar uit dat preventief onderzoek binnenkort ook in Nederland toegestaan wordt.

Volgens Eddy van Heel past het bij de omslag die hij ook onder Nederlanders ziet: de patiënt wil de regie terug. Hij wil zelf kunnen bepalen of hij bepaalde onderzoeken uit voorzorg wil doen, en daarvoor niet afhankelijk zijn van de gezondheidszorg die gekenmerkt wordt door tijdsdruk. Dat is ook wel opvallend aan het clubje dat deelneemt aan de ‘Hoe word je 90?’-dag: ze delen een enorme onvrede met de huidige gezondheidszorg. Door de tijdsdruk hebben artsen te weinig tijd en aandacht voor de patiënt, en doordat iedereen zich steeds meer specialiseert, domineert het sleutelgatkijken. Er is niemand die een totaalplaatje van je heeft, waardoor er te vaak verkeerde diagnoses worden gesteld.

Al die verschillende meningen maken het er niet gemakkelijker op. Hoe meer ik me eigenlijk verdiep in gezondheid, hoe minder ik ervan blijk te weten. Al gauw zie ik door de bomen het bos niet meer. Wie zal ik nu eens op zijn blauwe ogen geloven?

Daarbij word ik snotverkouden. Vreemd genoeg slaat elk griepvirus mij altijd over, en word ik er nu ineens keihard door geraakt. Alle toverdrankjes die ik voor mijn dochter had gebrouwd en nu zelf achteroversla ten spijt. Ik moet ineens denken aan Theo van Gogh, die in de tijd dat ik voor hem werkte, steevast riep: mensen die opeens stoppen met ongezond leven, zijn niet veel later vaak terminaal.

Misschien is dat ook de reden waarom ultragezond levende mensen, met een intensief macrobiotisch dieet, er vaak zo ongezond uitzien. Ik hoor ook het verhaal van een auteur die over gezondheid schrijft en die zelf ook megagezond leeft, maar er een vaatleeftijd op na bleek te houden die precies gelijk was aan zijn kalenderleeftijd. Hij baalde daar enorm van.

Ik mail de cardioloog van Prescan, Jack Willemen, die ik dezelfde avond gelukkig nog uitgebreid kan bellen. Hij stuurt mij allerlei onderzoeken waarin volgens hem duidelijk wordt aangetoond dat je je vaatleeftijd wel degelijk kan terugdraaien. Er zitten meerdere artikelen bij over het effect van interventies op de leeftijd. Dat is er wel degelijk. “Het hangt er natuurlijk wel van af wanneer je begint met gezond gedrag. Wanneer je er in de voorgaande jaren een wat wilde leefstijl op na hebt gehouden, duurt het natuurlijk wat langer om de opgelopen schade te herstellen. Hoe eerder je begint, hoe beter.” Maar uiteindelijk komt het wel goed, daarvan is hij overtuigd. Je voorland is niet een lot dat je draagt in je genen, maar het gevolg van je eigen keuzen.

Uiteindelijk kom ik langzaam tot bedaren. Mijn maniakale wens om mezelf onsterfelijk als een kreeft te maken, verdwijnt wat naar de achtergrond. Maar ik blijf wel fier rennen met Evy. En op het gebied van voeding lijken mijn ogen voorgoed geopend. Ik ben toch een beetje opgegroeid met het idee dat qua etiketten vooral die van een fles wijn zinnig zijn om te lezen, maar nu ik me ineens bewust ben van de goede en slechte ingrediënten van voeding, pel ik automatisch eerder een sinaasappel voor mezelf en mijn dochter dan dat ik een zak apenkoppen achter elkaar weg eet. Maar wat de cardioloog in navolging van Seidell zegt, blijft ook wel hangen: doe het niet vanuit angst, maar vanuit vertrouwen, pak het allemaal niet te panisch aan. Want als er iets is waar je oud van wordt…/

Nathalie Huigsloot