Lachen en brullen met Eric ‘Wim T. Schippers’ Wiebes op nu.nl

Het is u ongetwijfeld al eens opgevallen: Eric Wiebes lijkt sprekend op Wim T. Schippers. Dat springerige haar, die kromme neus, die mond zonder lippen: de staatssecretaris en de programmamaker annex stemacteur annex beeldkunstenaar, het is net een eeneiige tweeling.

Ook in andere opzichten beginnen Wiebes en Schippers steeds meer op elkaar te lijken. Qua karakter – beiden zijn onconventioneel, flegmatiek – op het ADHD’erige af – en soeverein. Voor wat betreft hun loopbaan: ze zijn behept met talent; dat heeft ze snel ver gebracht. En het ontbreekt hen niet aan gevoel voor humor en absurditeit.

Bij Wim T. Schippers is dat onmiskenbaar. Zijn televisieprogramma’s – onder andere Hoepla, de Fred Hachéshow met de onvolprezen Sjef van Oekel (‘Wie is u?!’) en Waldolala en het op Radio 3 uitgezonden Ronflonflon met Jacques Plafond zijn legendarisch.

Schippers werd BN’er. Die status verschafte hem een podium als beeldend kunstenaar. Hij maakte mooie dingen – de grote paarse stoel in het Vondelpark en het Torentje van Drienerlo op de campus van de Universiteit Twente om maar eens wat te noemen. In zijn voorliefde voor het absurdisme zocht Schippers ook graag de grenzen op. Going to the dogs, een toneelstuk met louter herdershonden als acteur, en de Pindakaasvloer – inderdaad, een vloer met pindakaas – zijn daarvan goede voorbeelden. Blaffende en plassende honden op het podium van de Amsterdamse Stadsschouwburg, integraal uitgezonden op de televisie door de VPRO: zijn fans vonden het fantastisch. De Pindakaasvloer was in 2011 zelfs bijna een half jaar te zien – en ruiken – in Museum Boijmans van Beuningen. Betaald van gemeenschapsgeld.

Van Wiebes weten we sinds afgelopen weekend dat hij dit metier ook beheerst. De staatssecretaris van Financiën liet zich interviewen door nu.nl. Deze website, eigendom van Sanoma, heeft zich in korte tijd ontpopt als de nieuwswebsite van Nederland. Maar echt status geeft het niet, een anonieme baan als redacteur bij een nieuwswebsite. Voor nu-verslaggevers met meer ambities is er daarom NuWeekend, een soort virtuele weekendbijlage.

Afgelopen weekend bood deze bijlage een interview met Eric Wiebes. De staatssecretaris gaat in het vraaggesprek vol op het orgel. Ongestoord.

Voor hij begin 2014 naar Den Haag vertrok, was Wiebes wethouder Verkeer en Vervoer in Amsterdam. Toegegeven, hij heeft in die positie goed werk verricht. Hij wist onder meer de Noord-Zuidlijn, het hoofdpijndossier van de gemeente, vlot te trekken. Maar niet alles wat Wiebes aanpakte veranderde in goud. Wiebes was ook verantwoordelijk voor het ICT-dossier. Volgens de commissie die eind vorig jaar onderzoek verrichtte naar de slepende financiële problemen van de hoofdstad, is dit dossier nog steeds niet op orde. Ook bevat het interview geen woord over Wiebes’ omstreden rol bij de renovatie van de Oostlijn, de twee Amsterdamse metrolijnen tussen het Centraal Station en respectievelijk de Gaasperplas en het Gein.

Belangrijkste onderwerp van het interview: de Belastingdienst. Wiebes mag van nu.nl in geuren en kleuren vertellen hoe hij deze – dixit: Wiebes – ouderwetse organisatie in korte tijd heeft omgetoverd tot ‘de bulldozer die de weg vrijmaakt’ voor veel andere overheidsdiensten.

Toen Wiebes begin 2014 Frans Weekers als staatssecretaris opvolgde was de wijze waarop de Belastingdienst met gegevens van belastingplichtigen omging volgens hem ‘vrij lachwekkend’. Inmiddels loopt de fiscus volgens Wiebes met automatisering binnen het Rijk voorop.

Wiebes schetst vol enthousiasme wat hij bij zijn aantreden aantrof. Tot 2013 haalden belastingmedewerkers een bak tevoorschijn om aangiftes te controleren. “Letterlijk een bak”, aldus Wiebes, terwijl hij volgens de nu-verslaggever met zijn handen een vierkant voor hem op tafel uitbeeldt.

Wiebes: “Twee jaar geleden wist de ene werknemer je inkomen, de ander je toeslagen, weer een ander je schulden en iemand anders dat je ook een auto hebt. Maar al die collega’s praatten daar niet met elkaar over en de systemen waren niet gekoppeld. Inmiddels is 90 procent van alle systemen binnen de Belastingdienst gekoppeld.”

Als Wiebes door middel van een anekdote schetst wat voor impact deze verandering heeft op de medewerkers van de Belastingdienst, gaat hij helemaal los. De staatssecretaris verhaalt over een oefensessie waarin de nieuwe mogelijkheden met het koppelen van de systemen werden gepresenteerd aan een aantal medewerkers: “We hadden als voorbeeld een man met een belastingschuld. We zagen van alles van hem. Hij had een bedrijf met commissarissen met een crimineel verleden. Verdacht. Je zag ook dat deze persoon drie auto’s op zijn naam had staan met de kentekens en executiewaarde erbij. Er was een boot, inclusief serienummer en ook hier zag je weer de executiewaarde. Alle informatie was gekoppeld. Een van de belastingmedewerkers, een vrouw zat er zo bij.”
Wiebes pakt de tafel met twee handen vast en kijkt met open mond en grote ogen schuin naar boven.
“Ze haalt diep adem en begint te huilen! Als je twintig jaar dit werk doet en je ziet dan ineens wat er allemaal mogelijk is, lijkt het of er een luik opengaat. Dat was een bijzonder moment. Een mooie ontroering.”

Eric – Veni, vidi, vici – Wiebes als de redder van de Belastingdienst. Bij het nalezen van deze gratis advertorial hebben de staatssecretaris en zijn persvoorlieger zich ongetwijfeld op de knieën geslagen van de pret.

Wim T. Schippers had het kunnen verzinnen.