Hoe de politieke carrière van Ronald de Onaanraakbare als een nachtkaars doofde

Ronald Plasterk was een alleskunner. Als moleculair bioloog behoorde hij tot de wereldtop en als columnist bij Buitenhof las hij iedereen politiek de les. Plasterk stond boven de partijen als Bas Heijne boven de columnisten: zelfs áls hij niet helemaal gelijk heeft, klopt op de een of andere manier toch wat hij zegt.

In een documentaire konden we zien dat Plasterk óók een uitstekend zanger is die met zijn koor in het Concertgebouw optreedt.

Ronald de Onaanraakbare.

Die tijd is voorbij. De bijnamen die Plasterk de laatste jaren ten deel vallen zijn ‘minister van Feest’ en ‘Ome Roon’. In het kabinet Rutte II is hij een bijna portefeuilleloze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, sinds Veiligheid bij Justitie is ondergebracht.

Plasterk is een minister in de marge, terwijl hij zo graag in het middelpunt van de belangstelling staat. Illustrerend voor de neerwaartse spiraal van Plasterk is zijn oproep als getuige in de zaak tegen voormalig VVD-Kamerlid en senator Jos van Rey.

De kwestie betreft het lekken van informatie vanuit een vertrouwenscommissie naar een burgemeesterskandidaat. Door Van Rey wordt dit geframed als ‘klankborden’ en hij claimt dat iedereen dit doet. Daarop reageerde Plasterk, die over burgemeestersbenoemingen gaat, op Twitter door te stellen dat dit absoluut geen gebruik is. De hele discussie in de rechtszaal ging erover wat er onder klankborden wordt verstaan. Informatie lekken of, tja… klankborden?

Daarmee gaat de minister de geschiedenis in als het eerste bewindslid dat in de rechtszaal moet getuigen naar aanleiding van een tweet (naast het toelaten van PowNed tot het publieke bestel). Ook in de kwestie over het aftappen van data door de NSA praatte Plasterk zijn mond op Van der Steurse wijze voorbij.

In de rechtszaal werden gisteren op verzoek van Plasterk geen camera’s toegelaten. De openbaar bestuurder die van de camera houdt als Mart Smeets van zichzelf, koos ervoor om te duiken.

Rutte II zit nog een jaar, als men de rit uitzit. Plasterk is dan 60 jaar en hem wacht ongetwijfeld een aantal voorzitterschappen in de culturele sector en toezichthoudende functies. Maar het politieke beeld dat beklijft is toch dat van een politieke carriere die doofde als een nachtkaars.