Hoe Tofik Dibi zichzelf en de wachtgeldregeling in de kont beet

De wachtgeldregeling staat sinds enkele jaren op de tocht; gestopte Kamerleden zouden te lang hun hand ophouden – en vooral te hoge bedragen ontvangen – nadat zij het parlement hebben verlaten. Na het vertrek Wassila Hachchi uit de Kamer en het al dan niet gedwongen opzeggen van haar lidmaatschap bij D66 werd de discussie nieuw leven ingeblazen. Tofik Dibi, die zelf ‘3,2 jaar’ wachtgeld ontving, pleitte woensdagavond bij Pauw voor het behoud van de regeling, maar dat werkte averechts.

Het voormalige Kamerlid van GroenLinks nam plaats tegenover SP’er Ronald van Raak, die eerder al een wetsvoorstel indiende om het wachtgeld terug te schroeven. “Het opmerkelijke is, wat ze [Hachchi, red.] gedaan heeft, is volgens de regels van het wachtgeld. We vinden het allemaal niet goed, dus dat betekent dat de regels niet goed zijn,” bepleitte Van Raak.

Dibi op zijn beurt legde uit waarom hij nog altijd voor de wet is. “De wachtgeldregeling an sich daar sta ik volledig achter. We willen juist dat de kamer bestaat uit mensen die alle geluiden in de samenleving vertolken – ook geluiden die misschien niet populair zijn, controversieel zijn. En dat ze dat durven doen, zonder bang te zijn dat ze na afloop van hun Kamerlidmaatschap misschien geen baan kunnen vinden en geen perspectief hebben (-) Daarom is het belangrijk dat er een soort van vangnet is waarbinnen je nog kan zoeken naar iets nieuws.”

Hij had zelf ondervonden hoe moeilijk het was geweest een baan te vinden. “Ik ben beschadigd geraakt toen ik de politiek uitging en het koste heel veel moeite om daarna aan de bak te komen. Het is belangrijk dat er iets is, om nog enigszins iets aan ruimte te vinden (-) Dan probeer je ook de smet, die je misschien zelf hebt veroorzaakt, maar die aan je kleeft, af te schudden.”

“Mensen denken toch, ik ga mijn vingers niet branden aan die jongen die zus en zo heeft gedaan in de politiek. En willen vaak ook geen linkse signatuur krijgen. Dat soort dingen spelen allemaal mee.”

Dat hij zijn wachtgeldperiode had gebruikt een boek te schrijven zoals veel critici beweren, ontkende Dibi. Hij had het zelfs gebruikt weer aan de bak te komen. Het verhaal van Dibi verloor pas echt zijn kracht toen hij politici ver boven ‘het volk’ plaatste. “Ik zou zeggen dat mensen zoals Ronald van Raak, maar de politiek in het algemeen, niet altijd maar mee moeten gaan met wat er door het volk wordt geroepen over politici.”

“Hoe komt het dan dat mensen geen vertrouwen meer hebben in politici?” vroeg Jan Slagter, die ook aan tafel zat. “Misschien omdat ze te makkelijk meelullen met mensen die maar wat roepen (-) Ik denk dat politici soms de burgers ook moeten tegenspreken.”

En daarmee torpedeerde Dibi zijn hele betoog, hoe oprecht misschien ook.