De kleutervlaamse diarree van Abou Jahjah

Wat mij vooral stoort aan Dyab Abou Jahjah is zijn kleutervlaams. De man woont de helft van zijn leven al dan niet steuntrekkend in Belgikistan en brabbelt desalniettemin het soort koeterwaals dat je van een Regilio Tuur of van een Berberijnse loverboy verwacht, maar niet van het kroonjuweel van de Bezige Bij.

Één blik op zijn twitteraccountje en zijn Facebookwandje volstaat. De Bij doet echter net of ze de nieuwe Remco Campert aan de haak hebben geslagen. Het zal nog een flinke kluif worden voor de redacteur of redactrice van dienst om ‘s mans natte scheten tot een publicabel geheel op te pimpen.

Als je Abou Jahjah hoort praten – ik schat gemakshalve even in dat zijn verbale hummus meestal betrekking heeft op marxistisch cultuurrelativisme à la de drogreden dat het mohammedanisme de belangrijkste pilaar van onze Europese cultuur is, vandaar dan ook al die Nobelprijzen – weet je dat deze man niet kan schrijven. Ik ben van de oude stempel en vind dat een auteur of een autreutel moet kunnen schrijven en zijn of haar taal tot in de puntjes moet beheersen. Punt uit.

Verder vind ik Abou Jahjah een aansteller. Ik zag hem vroeger regelmatig, beschermd door zijn bodyguards van de Mocromafia terwijl hij door niemand bedreigd werd, en moest meteen denken aan de Nation of Islam. Hij had die hele poespas, pomp & circumstance gewoon gejat van van de gesjeesde charmezanger Louis Farrakhan die als sektarische muzelman net iets meer vrouwtjes in bed kon krijgen (check hier even zijn sympathieke versie van de calypsoklassieker Ugly Woman).

Vorig jaar zou ik met mijn gewaardeerde kompel Teun Voeten in debat gaan met de heer Abou Jahjah, op verzoek van de sympathieke Balie-uitbater Yoeri Albrecht. Op het laatste moment liet Abou Jahjah via zijn ‘secretaresse’ (proest) weten dat hij maar liefst 37.9 graden koorts had en verstek moest laten gaan. Van een deep throat in Belgikistan vernam ik dat het Libanese orakel doodsbang was voor Teunke & Tuurke, de gesels van Molenbeek. Daarnaast scheet hij zeven kleuren stront bij de gedachte in debat te moeten met de taalvirtuoze professor Van Amerongen.

De beste kerel, wiens voornaam Dyab gek genoeg beer betekent, is dus een ordinaire lafaard. Nu snapt u ook meteen waarom hij altijd veertien Berberijnse bodyguards om zich heen had terwijl hij alleen maar bang hoefde te zijn voor de inspecteur van de afdeling Fraude van de Belgische Sociale Dienst.

Daarom verbaasde het mij ook zo dat hij deze week als een gek tekeer ging op de sociale media (uiteraard met acht fouten per zin) tegen Montasser AlDe’emeh. Deze beschaafde, erudiete en eloquente Palestijnse Belg zou niet naar Pauw durven voor een debat met Abou Jahjah. Zoiets noem je dus een gotspe, of chutspa als je in Jew York bent. Enfin, ik wil het hier niet over de jodenhaat van de rattenvanger van Borgerhout hebben want het is stralend weer en ik ga liever over het strand banjeren met mijn honden. Wat mij nog meer opvalt aan de zaak-Abou Jahjah, is dat hij nul Marokkaans-mohammedaanse aanhang heeft. Zijn voormalige stropoppen en paladijnen kwamen er begin dit jaar pas achter dat de vader van Abou Jahjah shi’iet is en zijn moeder christelijk. Klaar is Kees!

Nu bestaat de aanhang van Abou Jahjah enkel nog uit bescheten bleke Vlamingen met kekke brillen als Peter Vandermeersch, Tom Lanoye en David van Reybrouck. En die mensen heb ik gek genoeg nog nooit iets aardigs over Israël horen zeggen. Ze zoeken het maar uit, die verwijfde oikofoben, die versleten deurmatten van het kalifaat Molenbeek en woordvoerders van de Vlaamse dorpsgek Abou Jahjah.

Goed, verder kan ik u nu reeds verklappen en geruststellen dat onze Libanese Cervantes niet meer dan 300 boekkies gaat verkopen want de honden lusten geen brood van zijn hersenpoep. Het is een hype, een storm in een glas water.

Mark my words!