Het schreeuwdebat tussen Karskens, Wester (en Van Scherrenburg)

Arnold Karskens heeft een boek geschreven. In Journalist te koop vraagt de voormalig oorlogscorrespondent zich af hoe corrupt zijn collega’s zijn. Donderdagavond schoof Karskens aan bij Pauw om in debat te gaan met Frits Wester en Wouke van Scherrenburg. Gezellig werd het niet.

Wester die het boek ’s morgens ‘heel snel, maar wel goed gescand’ had, wordt door Karskens en enkele voor het boek geïnterviewde journalisten genoemd als voorbeeld van partijdigheid, dan wel met verschillende belangen. De parlementair verslaggever werkte jaren voor het CDA en is nog altijd lid van de partij. Wester op zijn beurt doet het af als ‘het oude zeurverhaal, dat slecht is voor zijn bloeddruk’.

Ook tijdens de uitzending worden Karskens en Wester, die duidelijk geen vrienden zijn, het niet met elkaar eens. De twee vliegen elkaar in de op hun hoofd ontbrekende haren. Het ‘wacht even’ en ‘nu moet je mij ook eens een keertje laten uitpraten’ vliegt over tafel, compleet met stemverheffingen en hoofd geschud.

“Mag ik even iets zeggen?” probeert Van Scherrenburg in te breken. Ze wordt genegeerd, de camera vangt haar diepe zucht.

Karskens vervolgt: “Mijn probleem met de parlementaire journalistiek is – en dat staat ook in het boek – dat ze een beetje teveel tegen de politiek en de macht willen aan schurken. Dat zie je ook met zo’n Correspondents Diner dat wordt dan georganiseerd en dan moeten we lachen om de premier. Ik zeg van: een journalist is er om als waakhond te kijken…” Wester onderbreekt, er wordt opnieuw geschreeuwd.

“Frits, laat hem even uitpraten,” probeert Jeroen Pauw. “Ja, zie je nou, dat bedoel ik nou,” wijst Karskens.

“Ik geef de journalistiek ook een onvoldoende,” aldus de schrijver, die zich weer tot Wester richt. “Juist ook parlementaire journalisten laten zich leiden door politiek, door hypes. En ik vind jou nou typisch zo een journalist die dat ook zo doet. Als jij in september met de miljoenennota staat te wapperen, dan krijg je die niet zomaar.”

“Nee, daar staat niets tegenover,” riposteert Wester. “Ja, dat zeg jij natuurlijk,” komt Karskens terug.

Nadat Wester zich heeft mogen verdedigen is het na zes en een halve minuut de beurt aan Van Scherrenburg, de gepensioneerde politieke verslaggever trekt direct van leer. “Er zijn ook veel mensen in jou boek die veel positiever zijn over de journalistiek dan jijzelf. Jij schoffelt eigenlijk een hele beroepsgroep vrijwel totaal de mesthoop op (-) De suggestie is – met alle waardering die ik voor je heb en het werk dat je gedaan hebt in al die jaren dat je oorlogscorrespondent was – dat jij de rest van je collega’s, dat je daar zo ontzettend op neerkijkt.”

Opnieuw wordt er geschreeuwd, en weer zijn er drukke hand gebaren.

“Het wordt een beetje pathetisch, dat jij iets moet compenseren met een soort grootheidswaanzin: dat er maar een is in deze wereld – ja, nu kun je wel boos kijken – maar dat er één is in deze wereld die deugt. Al jouw vragen hebben die suggestie. Jij zit met al die mensen koffie te drinken en appelgebak te eten en zegt dan: “wat zijn wij eigenlijk goed vergeleken met de rest.”,” haalt Van Scherrenburg nog maar eens uit. “Dat is jouw boek. En dat is buitengewoon irritant, ik heb me er echt aan geërgerd.”

Nog een keer terug naar Wester die Karskens vraagt wat ‘dan wel goede journalistiek is’, maar niet op het antwoord wacht. “Frits, houd je mond,” komt Pauw nog maar een keer tussenbeide. “Dat we steeds achter bonnetjes aanlopen die er eigenlijk niet toe doen, dat verwijt ik de betere journalistieke collega’s,” stelt Karskens. Net op het moment dat Wester hem weer wil aanvallen, krijgt Karskens bijval van Van Scherrenburg. “Daar moet ik Arnold toch even helpen.” Wester rolt met zijn ogen.

Het zou nog lang onrustig blijven in Amsterdam.