Wie zijn de cowboys in de zorg?

Begin vorig jaar werden veel rijkstaten in de gezondheids- en jeugdzorg overgeheveld naar de gemeenten. Het was een chaotische operatie, waarbij velen van hun baan verloren. Niet de zorgbedrijven, maar de politiek treft hiervoor blaam.

Staatssecretaris van Volksgezondheid lijkt me een moeilijke baan. In het huidige kabinet wordt die functie vervuld door Martin van Rijn (PvdA). Een aardige man, en hij lijkt me integer. Bovenal vind ik het knap dat hij nog steeds in functie is, terwijl hij de problemen rond de uitbetaling van pgb’s (persoonsgebonden budgetten, waarmee patiënten zelf zorg kunnen inkopen) nog altijd niet in de hand heeft. Nu is hij voor dit alles niet alleen verantwoordelijk. Zo is zijn partijgenote Jetta Klijnsma, als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, formeel verantwoordelijk voor de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die de pgb’s moet uitbetalen. De voorzitter van de raad van bestuur van de SVB, Nicoly Vermeulen, werd in januari na zes jaar de laan uit gestuurd door Klijnsma in verband met de problemen.

Vervolgens ging TSN Thuiszorg failliet, half maart. Deze casus zal ik hieronder uiteenzetten, want hij is een goede illustratie van het tekortschietende zorgbeleid van de afgelopen jaren. PvdA-leider Diederik Samsom vertelde tijdens een bezoek aan de wijkverpleging in Spijkenisse dat het faillissement van TSN ‘misschien wel nodig’ was. Volgens Samsom hadden ze ‘op de verkeerde business gegokt’. Het bedrijf zou hebben gekozen voor karige zorg en zoveel mogelijk winst. “Als je dan failliet gaat, vind ik dat eigenlijk niet zo erg.” Twee dagen later bood Samsom excuses aan voor zijn uitspraken, maar de medewerkers van TSN – tienduizend mensen voor wie het perspectief op de arbeidsmarkt uiterst onzeker is – voelden zich nog steeds diep beledigd. Nog afgezien van TSN zijn er volgens het CBS in de afgelopen twee jaar meer dan 65.000 banen in de (thuis)zorg verdwenen.

De PvdA meent dat veel oud-medewerkers van TSN aan de slag kunnen bij zorgbedrijf Buurtzorg, want directeur Jos de Blok heeft een overnameaanbod gedaan. Maar nog geen veertig procent van de TSN-medewerkers lijkt hiermee gered te zijn van de werkloosheid. Gemeenten staan namelijk helemaal niet te springen om op dit aanbod in te gaan; zij moeten dan flinke bedragen (tussen de €50.000 en €67.000 per werknemer volgens brancheorganisatie BTN) neertellen voor de bijscholing van de over te nemen werknemers. Het vreemde is dat de PvdA het tot kort helemaal geen goed idee vond dat zorgbedrijven financiële tegemoetkomingen kregen van gemeenten en overheid. Deze vorm van hulp is nooit eerder aangeboden aan welke zorgorganisatie dan ook. Buurtzorg op deze manier voortrekken komt neer op rechtsongelijkheid. Het is de vraag wat de rechter daarvan vindt als de brancheorganisatie juridische stappen onderneemt.

Hoe kon de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015, die veel zorgtaken decentraliseerde naar gemeenten, tot deze ramp leiden? En was dit, ondanks de flinke bezuiniging die met de decentralisatie gepaard ging, niet te voorkomen geweest? Volgens mij wel, maar dan had staatssecretaris Van Rijn gemeenten moeten dwingen om realistische tarieven te betalen aan zorgverleners. Dit liet hij echter na, omdat hij vasthield aan de eigen verantwoordelijkheid van gemeenten. Staatssecretaris Van Rijn wilde ‘met de aanscherping van de Wet maatschappelijke ondersteuning een eind maken aan de cowboymarkt in de thuiszorg’. Maar wie zijn de cowboys? De door gemeenten betaalde tarieven zijn sinds 2007 gemiddeld met een kwart gedaald (bron: organisatieadviesbureau Berenschot). Dat is niet verwonderlijk, want het budget waar de gemeenten over beschikken, is een kwart lager dan wat de landelijke overheid er (voor de decentralisering) aan besteedde.

Gemeenten stellen steeds minder zorgindicaties, om zo geld te besparen. Zorgbehoevenden zijn daarom steeds vaker aangewezen op zichzelf, familie of een algemene voorziening met hoge eigen bijdrage. Hierdoor is de markt sterk gekrompen. Waar in 2007 nog tachtig procent van de gevallen werd ingedeeld bij het zwaardere en duurdere ‘hulp bij huishouden’-programma en twintig procent in het lichtere, was deze verhouding in 2014 precies omgekeerd. Eind 2014 introduceerde Van Rijn als extraatje de Huishoudelijke Hulp Toelage, ook wel de ‘dienstencheque’ genoemd, als doekje voor het bloeden. Maar dit betekende voor de gemeenten vooral extra kosten en bureaucratie. Voor deze regeling moest je namelijk een eigen bijdrage betalen, waar een groot deel van de doelgroep niet genoeg geld voor had. En zo bleef bijna tweehonderd miljoen euro op de plank liggen. Het was vooral een mislukte poging van Van Rijn om zijn critici op dit dossier zoet te houden en om tijd te rekken. Hij had (en heeft) zijn handen immers vol aan het pgb-dossier.

In 2014 werd staatssecretaris Van Rijn tijdens een werkbezoek aan zijn oor getrokken door een medewerker uit de thuiszorg. Dat mag natuurlijk niet. Van Rijn reageerde toen door te zeggen: “Ik begrijp heel goed dat de grote omslag in de zorg emoties met zich meebrengt, maar laten we het vooral houden op praten en luisteren om er samen uit te komen.” In het voorjaar van 2015 zei hij: “De hervormingen in de thuiszorgsector zijn de afgelopen jaren zorgvuldig en beheerst verlopen.” Na het sluiten van het Zorgakkoord vorig jaar december meldde de staatssecretaris: “Vandaag heb ik met FNV, CNV en de gemeenten afspraken gemaakt over de toekomst van de thuiszorg.
Samen bieden we mensen in de thuiszorg nieuw perspectief: met nieuwe banen en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. (–) Er zullen banen verdwijnen, maar er zullen ook nieuwe banen bij gaan komen.”

Volgens Van Rijn had TSN de ‘zaakjes niet op orde’ (De Telegraaf, 2 december 2015). Maar ik vraag me af of dat wel klopt. TSN Thuiszorg heeft de afgelopen jaren continu geprobeerd adequaat te reageren op opgelegde bezuinigingen, veranderingen in de indicatiestelling en dalende tarieven. Zo werd het salaris van een deel van de medewerkers verlaagd omdat hun werkzaamheden sterk waren gewijzigd, maar op last van de rechtbank van Almelo moest het bedrijf die maatregel terugdraaien. Dit zorgde voor een gat tussen de arbeidskosten en de vergoeding die TSN ontving van gemeenten. Dat kon natuurlijk niet lang goed gaan. Anders dan bij de V&D, waar de klanten wegbleven, zijn de medewerkers en klanten van TSN het slachtoffer van politiek beleid. En wie daarvoor verantwoordelijk zijn, dat zijn in mijn ogen de cowboys in de zorg./

Frits Huffnagel